Het Zuiderpershuis in Antwerpen en de Gele Zaal in Gent gaan de zuiderse toer op met een Mediterraan Festival. Het wordt moeilijk kiezen. Alvast niet te missen, is de bezwerende Gnawa-muziek uit Marokko. De Gnawa stammen af van zwarte slaven die in de 16de eeuw naar Marokko werden gevoerd. Onder de dekmantel van respectabele verenigingen wisten ze hun Afrikaanse riten over te leveren. Deze zwarte broederschappen kozen Sidna Billâl als schutspatroon,...

Het Zuiderpershuis in Antwerpen en de Gele Zaal in Gent gaan de zuiderse toer op met een Mediterraan Festival. Het wordt moeilijk kiezen. Alvast niet te missen, is de bezwerende Gnawa-muziek uit Marokko. De Gnawa stammen af van zwarte slaven die in de 16de eeuw naar Marokko werden gevoerd. Onder de dekmantel van respectabele verenigingen wisten ze hun Afrikaanse riten over te leveren. Deze zwarte broederschappen kozen Sidna Billâl als schutspatroon, de zwarte assistent en eerste gebedsoproeper van de profeet Mohammed. Zijn naamdag geeft aanleiding tot uitgebreide feesten. Het hoogtepunt van de ceremonie is de zogeheten lila, een nachtelijk bezweringsritueel. Allerlei geesten worden opgewekt, onder andere de bijzonder raadselachtige layalât of vrouwelijke geesten. Een van hen is Mimoena, de zwarte demonische figuur met het gelaat van een engel èn de bokkenpoten van de duivel. Een grote trom en ijzeren castagnetten zetten de oproepen nog kracht bij. Hassan Hakmoun en zijn Ensemble Zahar komen het geheel versterken. Het werk van Hakmoun is geworteld in het spel op de driesnarige Marokkaanse bas; een eigenzinnige interpretatie die echter steeds opnieuw teruggrijpt op de Gnawa-traditie. Trance staat ook centraal bij Sheikh Ahmad Al-Tûni. Zijn liederen houden het midden tussen de wijdverspreide soefi-traditie en de populaire sa'adi-muziek uit Opper-Egypte. In zowat alle dorpen leidt hij de hadra, het soefi-ritueel dat voor iedereen toegankelijk is. Door middel van vocale effecten èn een intelligente aaneenschakeling van poëtische thema's en ritmische sequenties slaagt Sheikh Al-Tûni erin de voorstellingen naar een climax te voeren. Veel aandacht ook voor de Arabo-Andalusische muziek, die tussen de achtste en de vijftiende eeuw tot bloei kwam in Zuid-Spanje (Al-Andalus). Arabieren, Berbers, Andalusische joden en Spanjaarden brachten samen een poëtisch en muzikaal oeuvre dat vandaag nog altijd aanspreekt. In 1492 kwam aan die vruchtbare culturele kruisbestuiving een einde. De katholieke vorsten Ferdinand en Isabella hadden Granada heroverd, de laatste stad van het Arabische kalifaat op Spaanse bodem. Al wie zich tot het christendom bekeerde, mocht blijven, maar vele joden en moslims vertrokken, onder andere naar Marokko. Hier bleef de joodse muziektraditie voortleven in het religieuze repertoire. Een oeuvre dat de joods-Marokkaanse cantor Emil Zrihan als geen ander beheerst. Van 4 t/m 13-6. Info: 03/248.01.00 en 09/265.91.65.Johan Van Acker