'Mijn Requiem is zacht van karakter, zoals ikzelf.' Dat schreef Gabriel Fauré in het jaar 1900 aan de beroemde Belgische violist Eugène Ysaÿe. Telkens weer duikt de vraag op hoe een manifest agnosticus als Fauré in staat was een requiem te schrijven van dit kaliber. Maar de essentie van muziek is net dat ze oneindigheid in zich draagt. Eeuwige liefde roep je het best op in muziek, net als eeuwige rust. Als het Dona nobis pacem uit de Mis in B mineur van Bach opklinkt, sluit ik de ogen en zwe...

'Mijn Requiem is zacht van karakter, zoals ikzelf.' Dat schreef Gabriel Fauré in het jaar 1900 aan de beroemde Belgische violist Eugène Ysaÿe. Telkens weer duikt de vraag op hoe een manifest agnosticus als Fauré in staat was een requiem te schrijven van dit kaliber. Maar de essentie van muziek is net dat ze oneindigheid in zich draagt. Eeuwige liefde roep je het best op in muziek, net als eeuwige rust. Als het Dona nobis pacem uit de Mis in B mineur van Bach opklinkt, sluit ik de ogen en zweef in een duizelingwekkend universum, waar eindeloos verlangen en verre sterren met elkaar verbonden zijn door eeuwig trillende snaren. Bij u zal het andere muziek zijn en u zal het gevoel anders omschrijven, maar ik wed dat u weet waar ik het over heb. Of dat een religieus gevoel is of niet, doet er eigenlijk niet zo veel toe. Maar dat zachte requiem van Fauré. In dit geval gespeeld door het Choeur et orchestre de Paris onder Paavo Järvi - met nota bene contratenor Philippe Jaroussky als vertolker van het bekende Pie Jesu. Technisch is het niet de beste opname die we ooit hoorden - het orkest doet het prima, maar het koor is een beetje ongelijkmatig en de opname geeft het bovendien wat afstandelijk weer. Wat wél uitstekend tot zijn recht komt, is het brede kleurenpalet van dit requiem, met prachtige vioolpassages, een discreet orgel dat bij het begin van het In Paradisum bijna vrolijk klinkt, lichte en donkere momenten, verrassende en toch organische overgangen. En wat Jaroussky betreft: dat Pie Jesu is zozeer een middeltje geworden om met een breekbaar kinderstemmetje uit te pakken dat het op misbruik gaat lijken. Deze serene, volwassen versie is minstens even indringend én anders. Mooi Requiem. Maar wat deze cd écht goed maakt, is dat het gecombineerd wordt met een paar andere, even rijke composities die het ontdekken meer dan waard zijn. De Can-tique de Jean Racine, zowel inhoudelijk als muzikaal een aardser verlengstuk op het Requiem, al werd het veel vroeger gecomponeerd. De Elégie voor cello en orkest, uitstekend uitgevoerd door Eric Picard. De bekende Pavane, natuurlijk. En het zelden uit-gevoerde, even complexe als boeiende Super Flumina Babylonis, een soms heftig klaaglied dat de band met het Requiem helemaal rond maakt. Deze kroniek is voorlopig mijn laatste, beste lezer. Ik heb besloten de muziekpen een tijd neer te leggen. Als ik de voorbije jaren ook maar een fractie van de grote kracht kon overdragen die ik zelf altijd uit al die schitterende muziek heb kunnen putten, dan is het goed geweest. Mijn requiem is dan ook zacht van karakter, zoals ikzelf. We ontmoeten elkaar vast nog in een ander universum. CHOEUR ET ORCHESTRE DE PARIS O.L.V. PAAVO JÄRVI: GABRIEL FAURÉ, REQUIEM E.A., VIRGIN CLASSICS.Peter Vandeweerdt