Twintig jaar geleden al betoogde de Engelse publicist Cyril Northcote Parkinson - de excentrieke auteur van de bekende Wet van Parkinson - dat de Europese Unie, die toen nog Europese Gemeenschap heette, onbestuurbaar is en dat bijgevolg een verregaande decentralisatie en een opsplitsing in meer autonome deelgebieden aan de orde zijn.
...

Twintig jaar geleden al betoogde de Engelse publicist Cyril Northcote Parkinson - de excentrieke auteur van de bekende Wet van Parkinson - dat de Europese Unie, die toen nog Europese Gemeenschap heette, onbestuurbaar is en dat bijgevolg een verregaande decentralisatie en een opsplitsing in meer autonome deelgebieden aan de orde zijn. Daar werd toen smakelijk om gelachen. Maar dat gelach begint te verstommen. Na het Ierse neen tegen het Verdrag van Lissabon begint het Europese debat Belgische trekjes te vertonen. Het heet nu, zoals bij ons, dat de Europese Commissie zich met communautaire wissewasjes moet inlaten, terwijl ze bezig hoort te zijn met zaken die 'belangrijk zijn voor de mensen'. Volgens de verdedigers van de Europese Unie, die ervan overtuigd zijn dat de Europese gedachte door een voldoende Gesamtgeist wordt gedragen en dat zij dus het gelijk aan hun kant hebben, is het een democratische absurditeit dat een minderheid - de Ieren, dus - een meerderheid, die weldenkende Europeanen, kan gijzelen. Laat dat nu net de situatie zijn in België, waar een minderheid de meerderheid in haar greep houdt. Een situatie die uiteindelijk tot de huidige crisis heeft geleid. Door de grendels die in 1970 voor de Belgische grondwet werden geschoven, is een meerderheid, de Vlaamse, tot een feitelijke minderheid herleid. Sindsdien voelen de Vlamingen zich - zoals Hugo Schiltz dat ooit noemde - 'de machteloze sterkste'. Geen enkele staatshervorming, ook al is die vitaal voor het noorden van het land, kan tot stand komen zonder een met cash afgekochte goedkeuring van het zuiden. Zelfs de correctie, op last van het Grondwettelijk Hof, van de ongelijkheid tussen de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en de andere kieskringen, waarvoor een gewone parlementaire meerderheid volstaat, leidde tot de eindeloze stoet van belangenconflicten die nu al een jaar de werking van de federale staat verlamt. En die verlamming van de federale staat is zogoed als compleet. Afgelopen maandag betitelde de Brusselse krant Le Soir de regering als 'een levend lijk'. Een stoet van anoniem gepresenteerde ministers getuigden over het immobilisme binnen de meerderheid. 'Alles zit geblokkeerd', meende de krant uit de getuigenissen te mogen besluiten. Eind vorige week luidde ook de Hoge Raad van Financiën de stormklok. Volgens voorzitter Luc Coene glijden we allengs af naar de financiële uitzichtloosheid van de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Daarmee toont Coene, vicegouverneur van de Nationale Bank en gewezen kabinetschef van premier Guy Verhofstadt, zich opmerkelijk strenger voor deze regering dan voor de paarskleurige. Maar de waarschuwing komt op tijd. Intussen beraden politici zich in de achterkamers van de Wetstraat over de mogelijke aanleg van een dreef, want dat is die corridor eigenlijk, tussen Ukkel en Waterloo, om zo via Sint-Genesius-Rode de Waals-Brusselse aansluiting tot stand te brengen. Ukkel, Waterloo, Sint-Genesius-Rode, het zijn drie van de rijkste gemeenten van het land. In een intussen bekende note pédagogique heeft de Parti Socialiste van Elio Di Rupo haarfijn aan de partijkaders uitgelegd waarom die corridor van Ukkel naar Waterloo zo noodzakelijk is, namelijk om Brussel uit het isolement te halen in geval van Vlaamse onafhankelijkheid. De opwinding van Franstalige politici over de corridor van het Hoofdstedelijk Gewest naar Wallonië zou lachwekkend zijn, mocht de situatie niet zo zorgwekkend zijn. Want intussen zitten sommige buurten in het Hoofdstedelijk Gewest opgezadeld met een werkloosheidspercentage van om en bij 40 procent. UCL-vorser Thierry Eggerickx kwam in een recente studie over de sterftecijfers in het industriële bekken van Charleroi tot de verbijsterende vaststelling dat in grote delen van deze oude industriestad de levensverwachting voor mannen is teruggezakt naar het niveau van 1955(!). Charleroi is de grootste stad van Wallonië en werd sinds de Tweede Wereldoorlog, en dit tot voor kort, onafgebroken bestuurd door een volstrekte meerderheid van de PS. Er is geen initiatief bekend, noch van de PS noch van voorzitter Di Rupo, om de sociale wantoestand uit de wereld te helpen. Een noodplan voor Charleroi en bij uitbreiding voor heel Henegouwen, met Vlaams geld gefinancierd, lijkt een efficiënter instrument van confederale verbondenheid dan de invoering van een federale kieskring, laat staan de aanleg van een lommerrijke dreef van Ukkel naar Waterloo door een villawijk van Sint-Genesius-Rode. door Rik Van Cauwelaert