Elke groep studenten die enige vorm van hoger onderwijs geniet, richt vroeg of laat een club op. Deze club ontstaat en leeft verder zonder geld. Dit gebrek is het eerste punt op de agenda dat immer besproken wordt, doch dat nimmer aan een remedie toekomt. Aan de buitenkant zijn de leden te herkennen aan een pet vervaardigd van een flodderig materiaal en voorzien van een overdreven lang verlakt vizier. De pet wordt behangen en bespeld met medailles en andere eretekens, zodat zij meer lijkt op een rinkelbom dan op een hoofddeksel. Aan de binnenkant verraadt het lid zich door zijn onmacht om aan het geldgebrek een mouw te passen. Ik ben tijdens mijn wakend bestaan nooit lid geweest van de club, noch heb ik ooit de pet gedragen. Ik stond naast de lijn, doch altijd klaar met goede raad. Mijn studentikoos gen was scheefgegroeid.
...

Elke groep studenten die enige vorm van hoger onderwijs geniet, richt vroeg of laat een club op. Deze club ontstaat en leeft verder zonder geld. Dit gebrek is het eerste punt op de agenda dat immer besproken wordt, doch dat nimmer aan een remedie toekomt. Aan de buitenkant zijn de leden te herkennen aan een pet vervaardigd van een flodderig materiaal en voorzien van een overdreven lang verlakt vizier. De pet wordt behangen en bespeld met medailles en andere eretekens, zodat zij meer lijkt op een rinkelbom dan op een hoofddeksel. Aan de binnenkant verraadt het lid zich door zijn onmacht om aan het geldgebrek een mouw te passen. Ik ben tijdens mijn wakend bestaan nooit lid geweest van de club, noch heb ik ooit de pet gedragen. Ik stond naast de lijn, doch altijd klaar met goede raad. Mijn studentikoos gen was scheefgegroeid. Zoals eens moest gebeuren, kwam er iemand op het tot op de draad versleten idee van een bal in te richten om de clubkas te spijzen. De plaats van onheil zou Sint-Niklaas zijn, niet omdat deze stad zo verdorven was, maar vanwege de zachte prijs van de zaal die achter een met veel schemer en schijn opgesmukt volkscafé lag. Het orkest werd uit eigen volk onder de wapens geroepen, puur uit zuinigheidsredenen, wat aan het definitieve combo niet enkel te zien maar meer nog te horen was. Frans zou de leiding op zich nemen. Hij had met veel tikken van de lineaal op de kneukels een paar boeken van Czerny doorworsteld en daarna, toen zijn leraar begraven was en de negendaagse missen achter de rug, in zijn eentje "Mexicaly Rose, stop crying", "Tea for Two" en de middernachtswals geleerd. Met Czerny zijn noten viel met de beste wil van de wereld niets aan te vangen om de koppels aan de dansvloer te kleven, maar de drie voornoemde stukken zouden hun muzikale aantrekkingskracht moeten bewijzen. Guido beweerde dat drie uur van dit regime voor piano, bas, drums en viool bij de toehoorders onvermoede zenuwreacties in beweging zou zetten waarvan de werking naar buiten toe, noch te overzien noch te voorspellen vielen. Gelukkig was Sander, die eigenlijk Wilfried heette, een dubbeltalent. Hij bespeelde zowel de viool als de klarinet. Natuurlijk niet tegelijkertijd, want dan daalt men af tot de rang van muzikale clown. Gelukkig maar dat hij deze krachttoer niet meester is, opperde Guido, want uit de afwisseling wordt de appetijt geboren. Dan was er Jef, de bassist. Deze joviale Antwerpenaar kende slechts de noten die men kraakt. Al zeg ik het zelf, dit euvel heb ik opgelost. Ik ging uit van de beroemde proef met de kleurenschijf die, wanneer ze snel rondgedraaid wordt, wit of geen kleur te zien geeft. Dus, ontneem drie snaren van de bas en stem de overgebleven snaar tot die slechts bij aanraking "dumdumdum" laat horen, wat witte muziek of geen toon is. Tenslotte was er Jan die van concrete muziek zijn hobby had gemaakt, en thuis uitvoeringen gaf met schenkborden die hij met een rubberen hamer bespeelde. Hij zou het drumstel bemannen en de trommelvliezen van de walsende paren te barsten slaan, zodra er in het orkest iets verkeerd ging. Naar het schijnt heet zulk een manoeuvre "verzuipen". "Het zal lang duren eer Sint-Niklaas die avond uit zijn gemeenschappelijk bewustzijn gewist zal hebben", voorspelde Guido, het voorhoofd rimpelend. Maar het was te laat. De zaal was gehuurd, het lot over de stad in het land van Waas was geworpen. En het lot zette zich in beweging onder de vorm van een Packard van de vader van een sympathisant. Het voertuig was van het zevenendertig-litertype, verbruik wil dat zeggen, ook wel bij de pomphouders toen als "de gieter" bestempeld. Deze dorstige machine tastte diep in de kleine, met leningen gevulde beurs der clubkas. Bovendien was de Waaslandtunnel nog in de greep van een bekende familie die niet gaarne een zwervende frank aan zich voorbij zag gaan, en te dien einde hiervoor tolhuisjes aan de uitgang had opgesteld. De inzittenden van een voertuig werden nauwkeurig geteld en er moest contant geld op tafel liggen, eer het signaal op groen werd gezet. Om die reden werd het drumstel ter plaatse gehuurd, daar de Packard onmogelijk alle trommels, cymbalen, drum- en ander roffelgerei in zijn binnenste in één keer kon meevoeren, en het heen- en-weergerij door de tunnel de tegoeden spectaculair deed dalen. De bas had reeds zoveel plaats gevraagd dat men Renaat, die het sigarenkistje met de entreegelden onder zijn hoede kreeg, had weten te bepraten om in de autokoffer plaats te nemen. Voor zijn welzijn had men de koffer van plaids en een hoofdkussen voorzien, alsmede een zaklamp, mocht de claustrofobie onverwacht toeslaan. Op de terugweg was hij echter met geen rede of vleierij te bewegen nogmaals in zijn stalen sarcofaag de tocht te herdoen en als een held in de annalen opgenomen te worden. Dat het bal een onuitwisbaar fiasco werd, hoeft hier verder geen betoog. Nooit ging de club onder dergelijke schuldenlast gebukt, de petten werden halfstok gedragen. Maar tijd heelt veel, en als de lente kwam, keerde het bloed, en andere gedachten bestormden de leden. Sint-Niklaas werd aan zijn lot overgelaten.Got