Info : Richard Powers is op 21/9 te gast in Passa Porta, Dansaertstraat 46, 1000 Brussel, tel. 02 226 04 54, en op 29/9 in het HIVT in de Schilderstraat 41 in Antwerpen. De avond begint om 20 uur en wordt geleid door Frank Albers.
...

Info : Richard Powers is op 21/9 te gast in Passa Porta, Dansaertstraat 46, 1000 Brussel, tel. 02 226 04 54, en op 29/9 in het HIVT in de Schilderstraat 41 in Antwerpen. De avond begint om 20 uur en wordt geleid door Frank Albers.'De grote paradox van het schrijven is dat je om steeds dieper te kunnen reizen in je geest, steeds minder gaat reizen met je lichaam. Auteurs sluiten zich nogal eens op in hun eigen hoofd, en dat is niet goed. Mensen moeten de wereld zien, er de rijkdom van ondervinden, en dat geldt zeker ook voor schrijvers.'Met romans als De dubbele helix van het verlangen, Galathea 2.2, Profijt en Het zingen van de tijd wist Powers iedere keer opnieuw zijn publiek versteld te laten staan. De man schrijft niet alleen wereldomvattende, encyclopedische boeken die controversiële wetenschappelijke ideeën koppelen aan relevante kunstuitingen en deze plaatsen in de sociaal-economische realiteit, hij weet er ook nog eens levensechte personages te introduceren die, in al hun goedheid en naïviteit meer dan eens het slachtoffer van het systeem worden. Hij wordt wel eens de laatste generalist genoemd, een man met een totaalvisie en daardoor misschien ook wel een man die iets te melden heeft in onze tijden van versnippering en specialisering. Dat Powers gretig inging op de uitnodiging van Residences in Flanders hoeft in feite niet te verbazen. In tegenstelling tot het gros van zijn landgenoten die zowat in katzwijm vallen bij de gedachte aan klompen, grachten, Van Gogh en het Anne Frank-huis, heeft Powers zijn hart aan Vlaanderen verpand. Op het einde van de jaren tachtig, toen zijn eerste roman uit was en hij van zijn pen leek te zullen kunnen leven, volgde hij zijn grote liefde naar Nederlands Limburg en bleef er vier jaar hangen. De vrouw verloor hij later uit het oog, maar van Vlaanderen raakte hij nooit meer af. Powers: 'Ook al woonde ik in Nederland, toch voelde ik me veel meer verbonden met de Vlaamse cultuur. Nederlanders willen vooruitgaan. Ze willen het nieuwste en grootste van alles. Vlamingen daarentegen weten hoe ze kunnen leven in wat ik "de lange tijd" noem. Ze blijven steeds in contact met het verleden en stralen daardoor een continuïteit uit. Ze zitten niet vast aan het verleden, maar weten wel waar ze vandaan komen en dat vind ik vanuit mijn artistiek perspectief gezien veel vruchtbaarder. Ik vind het chaotische van Vlaanderen trouwens ook veel interessanter dan de regelneverij van boven de Moerdijk. Nietzsche maakte een onderscheid tussen het apollinische en het dionysische in de mens. In mijn schrijven ga ik heel apollinisch te werk, en misschien kom ik wel naar Vlaanderen om dat met een royale scheut Dionysos te compenseren.'RICHARD POWERS: Ik heb net Paul Verhaeghens Omega minor gelezen. Het is een verbazingwekkend boek. Wat ik er zo interessant aan vond, was wat het met de Amerikaanse literatuur deed. Momenteel is die licht naar binnen gekeerd en op het thuisland gericht. Schrijvers zijn voorzichtig geworden en experimenteren niet vaak meer. Verhae- ghen negeert die stroming en haakt zijn roman aan de beste boeken uit de jaren zeventig en tachtig, die wild, grensverleggend en buitenissig waren. In feite maakt hij de cirkel rond, want die Amerikaanse literatuur reageerde op een zuiver Europese traditie: het modernisme zoals we dat bij Thomas Mann en Marcel Proust vinden. Verhaeghen bekijkt de Amerikaanse reactie daarop vanuit een Europese gevoeligheid en het resultaat is een ambitieus en fantastisch boek. Veel hedendaagse Amerikaanse literatuur durft haar kop niet meer uitsteken. Ze is huiselijk geworden. Verhaeghen daarentegen pakt in één boek de hele twintigste eeuw aan. Voor minder doet hij het niet, en daarom is hij een schrijver naar mijn hart. POWERS: Ik weet niet of ik hem echt in gedachten had, ook al vind ik Herreweghe een van de beste dirigenten van de voorbije decennia. Ik volg hem en het Collegium Vocale al jaren en zij blijven toonaangevend. Maar misschien was het wel een ode aan alle Vlaamse uitvoerders van oude muziek. Zonder hen zou de muzikale wereld er echt een stuk minder boeiend uitzien. Zij zetten de anderen aan het denken over hoe oude muziek diende te klinken en hoe die uitgevoerd moest worden. Misschien hou ik wel zo van hen omdat zij een illustratie zijn van wat ik net het omgaan met de lange tijd noemde. Die musici willen niet vastzitten in de oude oude muziek. Zij willen nieuwe oude muziek creëren. Zij 'reëvalueren' wat wij dachten te weten over het verleden en maken er iets nieuws mee. POWERS: Veel schrijvers herkennen iets taligs in muziek en weten haar daarom te appreciëren, ook al komen er volstrekt geen woorden aan te pas. Muziek weet je rechtstreeks te raken en meestal doet ze dat ook fundamenteler dan literatuur. Als schrijver kun je daarbij alleen maar een stapje achteruitzetten en wanhopen. Woorden zijn onze gereedschappen, maar het zijn ook de zaken die steeds tussen ons en onze lezers in zullen staan. Muziek neigt ook zo dicht naar het ritme waarop ons brein werkt, al is er geen enkele evolutionaire reden te bedenken waarom dat zo zou zijn. Muziek heeft immers geen enkele overlevingswaarde. En toch wordt zij door melomanen helemaal bovenaan hun lijstje van primaire noden gezet, samen met voedsel, behuizing en seks. POWERS: Ik denk het wel, ook al ben ik nogal onwillig om in de kunsten een hiërarchie in te voeren. Het zijn gewoon andere zaken. Als je echter vraagt of muziek beter in staat is om een emotionele boodschap over te dragen, dan zal ik dat zeker beamen. Beter dan de literatuur en beter dan de schilderkunst, waar trouwens steeds minder mensen gevoelig voor lijken te zijn. Onze ogen zijn het blijkbaar aan het verleren iets te zien in een stilstaand beeld. Mensen lijken vandaag niet meer in staat te zijn de tijd te beheersen. Ze kunnen niet meer traag waarnemen. De grote epidemie die ons bedreigt is real time. We kunnen de wereld niet anders meer zien dan in klokkentijd. De schilderkunst dreigt hier het slachtoffer van te worden aangezien zij geen tijdsverloop kent. Je bekijkt het werk steeds weer gedurende dezelfde tijd. En ook voor de literatuur vormt deze epidemie een grote uitdaging omdat ze betekent dat bepaalde manieren van schrijven makkelijker te verstaan worden dan andere. Literatuur waarin het tijdsverloop versnelt, waarin tijdsprongen genomen worden en er microscopische beschrijvingen voorkomen wordt makkelijker, terwijl we moeilijker overweg kunnen met teksten die van ons verlangen dat we onze tijdservaring vertragen, zoals bijvoorbeeld bij vijf seconden die over verschillende pagina's contemplatie uitgerekt worden. Kijk naar de twee grote pijlers van de naoorlogse Amerikaanse literatuur, Ernest Hemingway en William Faulkner. Vanuit de eerste vertrekt er een lange lijn van schrijvers die vooral willen wegsnijden, en die onder meer tot het Amerikaanse minimalisme leidden, met Raymond Carver als boegbeeld. Faulkner was van een heel ander kaliber. Hij wou aandacht vragen voor het proza zelf, als een specifieke bron van betekenis. Iemand als Thomas Pynchon werkte duidelijk verder in die traditie die uiteindelijk uitmondde in de meta- en postmoderne fictie. Deze schrijvers stellen de tekst centraal, terwijl het Hemingway-ideaal is je lezer zo ver te krijgen dat hij vergeet dat hij een verhaal aan het lezen is. De Amerikaanse writing schools propageren allemaal die stijl, met hun 'show, don't tell', of kortom: dramatiseer en vertel niet. En dat heeft een heel succesvolle fictiestijl opgeleverd, die een beetje op die van een filmscript lijkt en waarbij dialogen en actie de loop van het boek bepalen en iedere filosofische implicatie slechts op de achtergrond aanwezig is. Voor mij is dat een reductie van de mogelijkheden van de taal. In mijn romans wil ik daartegen ingaan en tonen hoe het narratieve en het dramatische elkaar juist nodig hebben om een evenwichtig boek op te leveren. De menselijke geest werkt immers niet alleen met dialogen en actie, die kent ook contemplatie en recursiviteit. POWERS: We maken inderdaad barre tijden mee in Amerika. Van nature ben ik een onvermoeibare optimist, en ik vind dat we ons nu moeten vastklampen aan het kleinste sprankeltje hoop. Bush is niet alleen nog nooit zo onpopulair geweest als vandaag, hij is ook de minst populaire president sinds het midden van de twintigste eeuw. De VS zijn een heel verdeeld land geworden, en dat is waar de neocons ook op aanstuurden. Zij teren op angst en verdeeldheid, wat op zich niets nieuws is natuurlijk. Hannah Arendt schreef in De oorsprong van het totalitarisme immers al over de macht van de angst. Kijk naar het woordgebruik van het Department Of Homeland Security en je wordt automatisch nerveus. Gisteren nog, toen ik op de luchthaven zat te wachten op mijn vlucht naar Brussel, werd er omgeroepen dat alle niet-Amerikanen zich moesten aanmelden bij Homeland Security om hun achtergrond te laten doorlichten. Dat roept griezelige beelden op. Hoeveel verder kunnen we hierin nog gaan, vraag ik me dan af. POWERS: Veel, maar je moet geduld hebben natuurlijk. We zijn nog maar net begonnen. Artistieke creatie vraagt tijd, eerst om te zien wat er aan de hand is en later om er op een effectieve manier op te reageren. Maar neem bijvoorbeeld Philip Roths Het complot tegen Amerika, dat boek heeft de ogen van heel wat mensen geopend. Het stelt de vraag of in de VS zou kunnen worden afgegleden naar het fascisme, of zelfs of dit bezig is te gebeuren. Ik weet ook wel dat je niet precies kunt meten welke invloed zo'n boek heeft, maar ik ben er zeker van dat die niet te onderschatten is. POWERS: Ik beschouw mezelf wel degelijk als een politiek auteur. Ik ben het soort schrijver dat graag de samenhang van het politieke en het persoonlijke aantoont en laat zien hoe het kleine wel degelijk een invloed heeft op het grote. Belangrijk voor een politiek getint boek is dat het enerzijds speelt op een schaal die het de lezer mogelijk maakt zich te identificeren met de gebeurtenissen en de personages, maar anderzijds ook ambitieus genoeg is om die lezer aan het denken te zetten over zijn of haar persoonlijke relatie met de actualiteit. Een boek maakt dat we tijdelijk onze eigen identiteit opschorten. Voor een korte tijd zijn we onszelf niet meer. POWERS: Tussen mijn elfde en mijn zestiende werkte mijn vader in Thailand en ons hele gezin verhuisde met hem mee. Het was de tijd van de Vietnamoorlog en ik zag hoe de VS het land herleidden tot een soort vazalstaat. Thailand diende om de Amerikaanse oorlog in Vietnam mee mogelijk te maken. Die vijf jaar hebben er wellicht veel mee te maken. Ze hebben mijn drang aangewakkerd om het verhaal vanuit de positie van de buitenstaander te vertellen. Als ik de VS nooit zou hebben verlaten en zou zijn opgegroeid in de buitenwijken van Chicago als een typische Amerikaan, dan had ik wellicht niet het flauwste benul gehad van het gevaar dat van mijn natie kan uitgaan. In Thailand werd ik in de positie van de buitenstaander gedwongen en moest ik de waarheid zien, willen of niet. En wat vandaag in Irak gebeurt, is daarmee te vergelijken. Ik weet niet wie het boek zal schrijven dat voor mijn landgenoten het portret tekent van de angstwekkende Amerikaan dat de rest van de wereld ziet. Wat ik echter wel weet, is dat we zo'n boek meer dan broodnodig hebben, geschreven door een auteur die een bepaald verhaal tezelfdertijd van binnen en van buiten kan belichten. En dat is een tweede zelfrelativerende rol van de literatuur. Ze stelt je niet alleen in staat je eigen identiteit op te schorten, maar laat je je ook afvragen hoe de ander je ziet. POWERS: Precies, en daarom vind ik Verhaeghens Omega minor zo geniaal. Hij steelt van een cultuur die een eeuw geleden zijn cultuur bestal. In Het zingen van de tijd schrijf ik hetzelfde over muziek. Alle cultuur is diefstal, zegt een van de personages, en alle muziek verwijst naar andere muziek. Wat doet een componist anders dan over de schutting kruipen, een deuntje oppikken, het mee naar huis nemen en er iets van maken wat ze aan de andere kant van de schutting niet eens meer zouden herkennen? Het is die constante kruisbestuiving die kunst mogelijk en nodig maakt. POWERS: Dat is inderdaad de vraag: worden wij schrijvers de arme broertjes van de amusementscultuur? De kritische druk om makkelijke, herkenbare en geruststellende boeken te schrijven wordt almaar groter. Boeken zijn er steeds meer om de lezer te flatteren en hem te vertellen dat alles wel goed zal komen. Maar daar geloof ik niet in. Wat literatuur ons juist moet duidelijk maken, is dat leven praktisch onmogelijk is. Statistisch gezien is de kans op leven bijna nul, laat staan op verschillende wijzen van leven. Literatuur moet ons er in dit opzicht aan herinneren dat alles bijzonder onzeker is. Wat me vooral dwarszit, is dat we vandaag onmiddellijk, bijna pornografisch genot gelijkstellen met vreugde, maar vreugde is meer dan dat. Het is complex en heeft vele gezichten. Echte vreugde vraagt een inspanning, maar dat horen we liever niet meer. Wanhoop ik daarom over de toekomst van het boek en denk ik dat lezen iets wordt voor die momenten dat we onze draagbare dvd-speler niet bij de hand hebben? Helemaal niet. Er zullen altijd mensen overblijven die vatbaar zijn voor de schoonheid en de kracht van woorden, en die inzien dat alleen literatuur ons in een bijna hermetische stilte kan onderdompelen. Misschien worden we ondergronds gedwongen en zullen lezersgemeenschappen te vergelijken zijn met de kloosters van vroeger die gedurende eeuwen de oude Europese cultuur levend hielden, maar dat is oké voor mij. Literatuur zal echter nooit uitsterven aangezien de afleiding en de geruststelling van onze amusementscultuur in de toekomst alleen maar zullen toenemen en daardoor ook de nood aan een moment van stilte en dialoog met de geest van een ander. En de beloning voor de lezer zal steeds groter worden. POWERS: Dat is waar neurologen ons inderdaad op wijzen met de uitspraak fire together, wire together: neuronen die samen geactiveerd worden, maken meer kans om dat in de toekomst opnieuw te doen, waardoor er een soort wegen ontstaan doorheen onze hersenen. Spijtig genoeg worden mensen goed in wat ze de hele tijd doen. En wat ze de hele tijd doen, is datgene wat je voor hun neus zet. De kans is dus niet onbestaande dat we steeds beter worden in het snelle en oppervlakkige, waardoor het moeilijker zal worden om terug te grijpen naar het trage en het diepgravende. POWERS: Als het de taak is van de literatuur om te zeggen wie we zijn en waar we heen gaan, dan kun je onmogelijk over het hoofd zien hoe wetenschap en technologie mens en wereld veranderen. De wetenschap is immers de meest geslaagde prestatie van de mens. Je kunt dus geen roman schrijven over het hedendaagse leven zonder dat je daarin de wetenschap meeneemt. Zelfs al deed je niet meer dan zo'n dun boekje produceren over de relatie tussen een man en een vrouw, dan nog zou je dat verhaal in een van wetenschap en technologie doordrenkte wereld moeten plaatsen. Mijn visie is dat wanneer deze elementen zo cruciaal zijn voor onze menselijke identiteit, we ze dan maar beter centraal op de voorgrond kunnen plaatsen. POWERS: Op beide manieren kun je grote waarheden op het spoor komen. Het is het klassieke onderscheid tussen de egel en de vos, waar Isiah Berlin het al over had: de vos weet één ding over alles en de egel weet alles over precies één ding. Beiden kunnen tot verrassende inzichten komen. Mij zul je niet horen beweren dat fictie een van die twee moet zijn. Het moet juist beide proberen zijn. We hebben nood aan veel verschillende boeken die met elkaar communiceren. Persoonlijk schrijf ik liever een vossenboek, maar dat is omdat ik er nu eenmaal van hou een massa draden uit te werpen om vervolgens uit te vissen hoe die aan elkaar te knopen zijn. Door Marnix Verplancke'Vlamingen weten hoe ze kunnen leven in wat ik "de lange tijd" noem. Ze blijven steeds in contact met het verleden en stralen daardoor een continuïteit uit.''Boeken zijn er steeds meer om de lezer te flatteren en hem te vertellen dat alles wel goed zal komen.''In mijn romans wil ik ingaan tegen de "show don't tell'-stijl en tonen hoe het narratieve en het dramatische elkaar juist nodig hebben om een evenwichtig boek op te leveren.'