Wat een mens bezielt om een boek als dit samen te stellen, zal mij wel nooit duidelijk zijn, maar het dwingt bewondering af. Circa 2100 Vlaamse componisten bracht Flavie Roquet samen: beetje data en cijfers, beetje bio, beetje beschrijving van hun werken. En die gaan van het lied Moederke alleen (Marcelina Seys-Dorchain) via tien vioolconcerto's (Charles-Auguste De Bériot) tot de orkestmuziek Salon des oreilles (Petra Vermote)...

Wat een mens bezielt om een boek als dit samen te stellen, zal mij wel nooit duidelijk zijn, maar het dwingt bewondering af. Circa 2100 Vlaamse componisten bracht Flavie Roquet samen: beetje data en cijfers, beetje bio, beetje beschrijving van hun werken. En die gaan van het lied Moederke alleen (Marcelina Seys-Dorchain) via tien vioolconcerto's (Charles-Auguste De Bériot) tot de orkestmuziek Salon des oreilles (Petra Vermote). In dit drietal zitten twee vrouwen, maar de werkelijke verhouding blijkt uit de index van vrouwelijke componisten: het zijn er 69 op de 2100. Tussen 1880 en nu, want dat is het tijdperk dat dit Lexicon van Vlaamse componisten beslaat. Ik was van plan om deze kanjer uit te roepen tot het minst sexy boek dat ik ooit in handen kreeg, maar daar ben ik van teruggekomen. Goed, het staat vol zwart-witfoto's van mannen met bakkebaarden, of glimmend haar en een strik, als ze al geen soutane dragen. Er staan wat lieden tussen op wie we als Vlamingen niet al te trots hoeven te zijn, maar ook dat is Vlaams erfgoed en Flavie Roquet vertelt er tamelijk nuchter over. De bio's zijn vaak banaal en soms subliem, vaak middelmatig en soms uitzonderlijk, zoals Vlaanderen zelf. Maar al bladerend sluit je al gauw vriendschap met het boek, ook al roept het vragen op. Roquet heeft hier en daar eigenzinnige keuzes gemaakt. Er is geen verband tussen de lengte van het lemma en het belang van de componist, schrijft ze, maar het blijft vreemd dat een invloedrijk hedendaags componist zoals Luc Brewaeys het moet stellen met amper een kolom en een summiere beschrijving, terwijl pakweg (ik sla het boek willekeurig open) Vandevelde, Octaaf Theo Leo (componist van Strijdkreet en Ons stadhuis) er anderhalve krijgt. Dat van geen enkele hedendaagse componist(e) een foto is opgenomen, is ook al merkwaardig. Kritiek, jawel, maar je kunt er gewoon niet omheen dat dit een belangrijk werk is. In de biografieën lees je bovendien veel over de muzikale ontwikkelingen in Vlaanderen gedurende de jongste 130 jaar. En af en toe stoot je op iets leuks. Dat James Ensor muziek op zijn piano componeerde zonder iets van notenleer te kennen, bijvoorbeeld. Of dat Alfons Walschap, broer van Gerard, missionaris was en de eerste Afrikaanse bantoemis ooit componeerde. Meer klassiek op blogs.knack.be/dissonantPeter Vandeweerdt