Het zouden historische verkiezingen worden. Na 18 september zou Duitsland een ommekeer meemaken. Het land zou voor het eerst in de geschiedenis een vrouwelijke kanselier krijgen. En die zou de derde economie van de wereld in sneltreinvaart ingrijpend hervormen.
...

Het zouden historische verkiezingen worden. Na 18 september zou Duitsland een ommekeer meemaken. Het land zou voor het eerst in de geschiedenis een vrouwelijke kanselier krijgen. En die zou de derde economie van de wereld in sneltreinvaart ingrijpend hervormen. Historisch zijn ze wel geworden, die verkiezingen: de twee kandidaten Gerhard Schröder en Angela Merkel hebben allebei verloren én willen allebei kanselier worden. Daar zal bondspresident Horst Köhler tussenbeide moeten komen. En de enige echte winnaar van de verkiezingen, de liberale FDP, zal mogelijk niet aan de regering kunnen deelnemen. Twee weken voor de verkiezingen zag het er nochtans naar uit dat de christen-democraten het met lengtes voorsprong zouden halen. Maar de weinig mediagenieke CDU-kandidate Angela Merkel, die afkomstig is uit Oost-Duitsland en niet echt aanslaat in het conservatievere westen, kon niet op de sympathie van de kiezers rekenen. Haar partij (CDU/CSU) behaalde slechts 35,2 procent, een van de slechtste resultaten ooit. Gerhard Schröder deed het beter dan verwacht, maar toch wist hij ook niet meer dan 34,3 procent van de stemmen binnen te halen - een van de slechtste resultaten sinds meer dan veertig jaar. Heel wat stemmen van de christen-democraten gingen naar de liberale FDP, naar verluidt omdat kiezers ervan uitgingen dat CDU/CSU de verkiezingen toch zouden winnen. Vanuit de linkerzijde gingen heel wat stemmen naar de nieuwe linkse partij - een versmelting van de ex-communisten en de partij van Oskar Lafontaine, die nog niet lang geleden voorzitter was van de sociaal-democratische SPD. De kleine partijen deden het in deze verkiezingen bijzonder goed. Maar omdat met dit verkiezingsresultaat geen enkele partij of kandidaat een duidelijke meerderheid heeft om een nieuwe regering te vormen en een nieuwe kanselier aan te wijzen, wordt het wellicht wekenlang puzzelwerk. De christen-democraten slaagden er tegen alle verwachtingen niet in om in het parlement een meerderheid te vormen met de liberale FDP. Ook de SPD van Gerhard Schröder behaalde geen meerderheid samen met de groenen, waarmee hij al zeven jaar heeft geregeerd. Omdat de kopstukken zich intussen hebben vastgepraat - Schröder wil geen grote coalitie met Angela Merkel als kanselier en de FDP wil niet regeren met Schröder - wordt de regeringsvorming bijzonder moeilijk. Er wordt gedacht aan de 'jamaica-coalitie': een ver-eniging van christen-democraten (zwart), liberalen (geel) en groenen. Ook een 'verkeerslichtcoalitie' behoort theoretisch tot de mogelijkheden: dat is een verbond van sociaal-democraten, liberalen en groenen. Maar de meest voor de hand liggende coalitie is momenteel nog wat in Duitsland 'een politiek misbaksel' wordt genoemd: een 'grote coalitie' van de twee grote partijen, de sociaal-democraten en CDU/CSU. De laatste 'grote coalitie' dateert van 1966. Het kanseliersvraagstuk - wie zal die coalitie leiden - wordt in dat geval wel bijzonder moeilijk. Duitsland heeft heel wat werk voor de boeg. De economische hervormingen, die Schröder met zijn Agenda 2010 heeft ingezet, moeten dringend verder worden doorgevoerd. De problemen zijn bekend. Duitsland kampt met een bijzonder hoog werkloosheidscijfer (4,7 miljoen werklozen of 11,4 procent), de economische groei zal voor dit jaar maar net boven 1 procent uitkomen, het begrotingstekort ligt al voor het vierde jaar op rij boven de toegelaten 3 procentnorm. De staatsschuld is bijzonder hoog (meer dan 66 procent van het bbp in 2005). En vooral: de kosten voor de gezondheidszorg en de sociale zekerheid swingen zo de pan uit, dat ze onbetaalbaar geworden zijn. Diepgaande hervormingen dringen zich op. Maar welke zijn de meest noodzakelijke, ongeacht de coalitie die er komt? We vroegen het aan Hilmar Schneider, directeur arbeidsmarktpolitiek aan het gerenommeerde IZA (Instituut voor Arbeidsmarktonderzoek) in Bonn. Hilmar Schneider: 'Het meest acute probleem voor Duitsland zijn nog steeds de torenhoge loonkosten. Die zijn een gevolg van de zware financieringsdruk op de sociale zekerheid, die onder meer het hoge aantal werklozen moet uitbetalen. Duitsland kampt wat dat betreft met een verborgen probleem: in de strijd tegen de werkloosheid zijn heel wat 'mini-jobs' gecreëerd (een nepstatuut, nvdr). Mini-jobbers betalen geen sociale bijdragen, maar ze krijgen wel uitkeringen. Het aantal uitkeringsgerechtigden blijft daarom veel te hoog en dus moeten de sociale bijdragen omhoog. Hogere bijdragen betekent hogere loonkosten. En dat verzwakt de concurrentiekracht van onze ondernemingen, die sinds de uitbreiding van de Europese Unie nog meer delokaliseren dan voorheen. De sociale bijdragen moeten daarom dringend omlaag. Meer nog, de financiering van de sociale zekerheid moet van de arbeid worden losgekoppeld. We moeten evolueren naar een Scandinavisch model, waar de sociale zekerheid alleen via de belastingen wordt gefinancierd.'SCHNEIDER: De christen-democraten (CDU/CSU) stelden in hun programma een btw-verhoging voor. De werkloosheidsbijdragen voor de werknemers moeten bovendien omlaag. En in de gezondheidszorg willen ze een forfaitair bijdragesysteem invoeren, in plaats van een systeem dat gekoppeld blijft aan de lonen. De SPD volgt die weg helemaal niet. Of en in welke mate CDU/CSU haar voorstellen zal kunnen doordrukken, zal afhangen van de coalitie die wordt gevormd. SCHNEIDER: Als Duitsland ingrijpende hervormingen doorvoert, zullen buurlanden als Frankrijk en België ongetwijfeld moeten volgen. Vooral de Fransen kijken argwanend naar wat er in Duitsland gebeurt. Economisch zijn de twee landen sterk met elkaar vervlochten. Veel grote ondernemingen hebben bedrijven in beide landen. De loon- en werkvoorwaarden in het ene land worden afgewogen tegenover die in het andere. Het debat over de 35-urige werkweek is overal in Europa gevoerd. Die wisselwerking is algemeen in Europa. De sociale systemen en de arbeidsvoorwaarden lijken sterk op elkaar, en maken deel uit van de concurrentievoorwaarden. Dat arbeidskosten en sociale zekerheid met elkaar samenhangen, is typisch Duits. Maar als de Duitse politici zich naar het Scandinavische model gaan richten, zullen ook de andere landen dat moeten doen. SCHNEIDER: Een coalitie met CDU/CSU zou hen nog meer kunnen verzwakken. De christen-democraten hebben zeer radicale voorstellen gelanceerd, waarvan de vakbonden alleen maar kunnen hopen dat ze niet zullen worden uitgevoerd. CDU/CSU wil de collectieve arbeidsovereenkomsten van de sectoren afzwakken, en eerder overeenkomsten afsluiten op bedrijfsniveau. De bindende kracht van de cao's zou daarmee sterk onder druk staan. De macht van de vakbonden nog veel meer. SCHNEIDER: Dat de hervormingen moeten worden voortgezet, weet ook kanselier Schröder. Maar vóór de verkiezingen kon hij geen kant meer op. Zijn partij steunde hem niet meer ten volle, en CDU/CSU lag almaar meer dwars in de Bundesrat (de vertegenwoordiging van de deelstaten waar zij de sterkste zijn, nvdr). Dit verkiezingsresultaat komt Schröder dan ook bijzonder goed uit. Als hij CDU/CSU kan overhalen om met hen een 'grote coalitie' aan te gaan, zal hij zijn politiek kunnen doorduwen. Betekent dat een rem op de hervormingen? Zeker. Als CDU/CSU een meerderheid had behaald, hadden ze veel sneller en veel ingrijpender hervormingen kunnen doorvoeren. Hoewel, de christen-democraten hebben een zeer sterke werknemersvleugel. Zij zijn zeer sociaal-democratisch ingesteld. Misschien zouden ook zij al te ingrijpende hervormingen hebben afgeremd. Ingrid Van Daele