Het lijkt een traditie te worden, ouders die in het vroege voorjaar hun tenten opslaan voor de schoolpoort, in de hoop hun kind een van de weinige beschikbare plaatsjes te bezorgen. Soms is de populariteit van een bepaalde school de verklaring voor zo'n belegering, maar vaak is er meer aan de hand. In sommige Antwerpse wijken bijvoorbeeld gaat het niet langer om het bemachtigen van een plaats in de favoriete school, maar om het bemachtigen van een plaats tout court.
...

Het lijkt een traditie te worden, ouders die in het vroege voorjaar hun tenten opslaan voor de schoolpoort, in de hoop hun kind een van de weinige beschikbare plaatsjes te bezorgen. Soms is de populariteit van een bepaalde school de verklaring voor zo'n belegering, maar vaak is er meer aan de hand. In sommige Antwerpse wijken bijvoorbeeld gaat het niet langer om het bemachtigen van een plaats in de favoriete school, maar om het bemachtigen van een plaats tout court. Het nijpendst is de situatie in Antwerpen-Noord en Oud-Borgerhout, aangevuld met een deel van Antwerpen Centrum. In totaal telt dat gebied 27 kleuter- en lagere scholen. Op twee uitzonderingen na zijn dat allemaal concentratiescholen. Het aantal zogenaamde GOK-leerlingen (gelijke onderwijskansen) uit een sociaaleconomisch kwetsbaar milieu, schommelt er tussen de 65 en de 99,9 procent. Vaker het laatste dan het eerste. De voorbije jaren stuurden hoger opgeleide ouders uit Antwerpen-Noord en Borgerhout hun kinderen naar scholen in het aangrenzende Zurenborg, maar die 'witte vlucht' lijkt zich stilaan te keren. Onder meer door School-In-Zicht, een project dat de schoolbevolking in Antwerpen-Noord en Oud-Borgerhout tot een afspiegeling van de buurt wil maken. Door hoger opgeleide ouders, allochtoon en autochtoon, samen te brengen en hun kinderen gezamenlijk in te laten schrijven in concentratiescholen keert het tij mondjesmaat. Maar de schuchtere ommekeer van de witte vlucht legt de vinger op een andere pijnlijke wonde: het scholentekort in grote delen van Antwerpen. 'Wij hebben weet van een school die zich op de eerste dag van de inschrijvingen voor voorkeursleerlingen genoodzaakt zag om vijftien kleuters te weigeren', zegt Marieke Smeyers van School-in-Zicht. 'Van de 29 beschikbare plaatsen waren er al 25 ingenomen door broers en zussen die per definitie voorrang krijgen. Voor de vier overige plaatsen waren er bijna twintig gegadigden, allemaal kinderen van hoger opgeleide mensen uit de onmiddellijke buurt. Er zijn te weinig nieuwe plaatsen in grote delen van Antwerpen.' Ook andere signalen wijzen in dezelfde richting. 'Sommige concentratiescholen stappen niet mee in ons project, gewoon omdat ze nu al kinderen moeten weigeren wegens plaatsgebrek en dus geen nieuwe doelgroep willen aanboren', zegt Marieke Smeyers. 'Wie naar de Antwerpse bevolkingspiramide kijkt, kan er niet omheen: we bereiken het punt waarop er te weinig scholen zijn in Borgerhout en Antwerpen-Noord. Dat wordt bevestigd door iedereen die het Antwerpse onderwijslandschap van nabij kent. 'Zeker wat de kleuterscholen betreft, wordt het probleem nijpend' zegt Dis Van Berckelaer, adjunct van de vicaris voor het onderwijs Bisdom Antwerpen. 'De verklaring daarvoor is dubbel. In Antwerpen-Noord en Borgerhout zien we een instroom van middenklassers die hun kinderen in de buurt naar school willen laten gaan. Vanuit multicultureel oogpunt is dat een zeer goede zaak, maar het zorgt wel voor meer kinderen op dezelfde plek. Daarbij komt de beperkte financiële draagkracht van veel schoolbesturen. Geld om nieuwe gebouwen te verwerven ontbreekt. Zet je die evolutie af tegen de demografiecijfers dan kun je er niet omheen: we hebben geen passend antwoord voor de toekomst.' De Antwerpse schepen van Onderwijs Robert Voorhamme (Sp.A) is al geruime tijd bezig met de problematiek, maar ook de stad heeft niet de middelen om een doorbraak te forceren. 'We maken momenteel een inschatting van de grootte van het capaciteitsprobleem', zegt Robert Voorhamme. 'Over heel Antwerpen genomen is er nog geen tekort aan plaatsen, maar in bepaalde delen van de stad zijn er nu al te weinig kleuterscholen. Daarbij speelt niet enkel de verjonging, er is ook een grotere onderwijsparticipatie: minder afwezigheden en kinderen die sneller naar school komen. Vanuit sociaal oogpunt kunnen we die evolutie enkel toejuichen, maar ze stelt wel het capaciteitsprobleem scherper. De komende jaren zal het probleem zich doorzetten in het lager onderwijs en vanaf 2015 ook in het secundair onderwijs.' Onderwijsminister Frank Vandenbroucke (SP.A) deed het voorbije jaar inspanningen om het scholenpark in heel Vlaanderen uit te breiden. Naast het optrekken van het budget voor het subsidieorgaan voor schoolgebouwen Agion, reserveerde Vandenbroucke 1 miljard euro voor de bouw van 211 energiezuinige scholen. Ook de stad Antwerpen werkte een plan uit om het scholenpark te optimaliseren. Het stedelijk onderwijs verkoopt een aantal gebouwen om te kunnen investeren in nieuwe of bestaande gebouwen. Afspraken met andere onderwijsnetten staan daarbij centraal. 'Die samenwerking is een noodzaak, maar ze volstaat niet om in de toekomst de nood aan nieuwe scholen te lenigen', zegt Dis Van Berckelaer. 'In de stad is er nauwelijks nog een plek voor onderwijs. De vastgoedprijzen maken het onmogelijk om bestaande gebouwen aan te kopen en nieuwbouw is in de stad haast uitgesloten.' Maar er is meer dan alleen maar de hoge vastgoedprijzen. Een aantal wettelijke bepalingen over subsidiëring en aankoop zijn allesbehalve op maat van onderwijs in de grootstad gesneden. Zo is er de 'tweekilometerregel' die beperkingen oplegt aan de subsidiëring van personeel uit nieuwe scholen die worden opgericht binnen een straal van twee kilometer van een school uit hetzelfde net. Op het platteland is die regel geen probleem, maar in de stad liggen schoolgebouwen bijna per definitie binnen die straal. 'Een ander probleem vormen de subsidies bij de aankoop of het bouwen van scholen', zegt Robert Voorhamme. 'Die worden gebaseerd op het aantal leerlingen. Voor beginnende of nieuw op te richten scholen zijn die er nog niet en ontbreken dus subsidies. Neem nu het project Regatta op Linkeroever. Daar wordt een nieuwe wijk gebouwd voor 1500 gezinnen. Iedereen is het erover eens dat er een school moet komen, alleen kunnen we door die regeling geen subsidies aanvragen.' In het Vlaams Parlement kaartte Voorhamme de problematiek al herhaaldelijk aan, zonder succes. 'Het merendeel van de volksvertegenwoordigers komt uit niet-stedelijk gebied', verklaart de onderwijsschepen. 'Ze vrezen dat een herverdeling van het budget neerkomt op minder geld voor de niet-stedelijke gebieden en hebben geen oog voor de vergroening van de maatschappij die zich in de stad voltrekt. Nochtans liggen hier de kansen voor de toekomst, alleen moeten we ze durven aanwenden.' En er hangt nog meer slecht nieuws voor het stadsonderwijs in de lucht. De economische crisis maakt dat de Vlaamse regering extra middelen graag in een herstelplan past. Concreet zouden de subsidies van Agion komend jaar richting 'nieuwbouw' en niet langer naar de aankoop van bestaande gebouwen gaan. Omdat die laatste optie in de stad zowat de enige mogelijkheid is, komt de uitbreiding van het scholenpark in de stad in het gedrang. 'We zijn inderdaad bezig met een denkoefening waarbij we nagaan hoe het budget voor scholenbouw zo efficiënt mogelijk ingezet kan worden, om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de herstelinspanningen', zegt Frank Vandenbroucke. 'We bekijken hoe we binnen de bestaande regels tijdelijk prioriteit kunnen geven aan projecten met een grote toegevoegde waarde voor onze tewerkstelling en economie. Dat wil echter geenszins zeggen dat aankopen niet meer gesubsidieerd worden.' Dis Van Berckelaer ziet de gevolgen van die hangende beleidskeuze niettemin somber in. 'Een focus van de subsidies op nieuwbouw betekent voor scholen in de stad een groot probleem. Op het platteland kan men tevreden zijn, maar voor de stad zou dit kunnen betekenen dat we de bal ver naast de goal gaan trappen.'DOOR TOM COCHEZ