In meer dan 6200 bedrijven vinden nog tot 18 mei sociale verkiezingen plaats. De werknemers duiden er voor de komende vier jaar hun vertegenwoordigers in de ondernemingsraden en comités voor preventie en bescherming op het werk aan. De christelijke vakbond ACV tracht zijn syndicale overwicht in Vlaanderen, Wallonië en Brussel minstens te consolideren. Het socialistische ABVV doet er met een radicaler links profiel alles aan om weer vooruitgang te boeken. Het liberale ACLVB hoopt voor het eerst meer dan 10 procent van de werknemers te kunnen overtuigen.
...

In meer dan 6200 bedrijven vinden nog tot 18 mei sociale verkiezingen plaats. De werknemers duiden er voor de komende vier jaar hun vertegenwoordigers in de ondernemingsraden en comités voor preventie en bescherming op het werk aan. De christelijke vakbond ACV tracht zijn syndicale overwicht in Vlaanderen, Wallonië en Brussel minstens te consolideren. Het socialistische ABVV doet er met een radicaler links profiel alles aan om weer vooruitgang te boeken. Het liberale ACLVB hoopt voor het eerst meer dan 10 procent van de werknemers te kunnen overtuigen. Deze sociale verkiezingen maken van de drie vakbonden onvermijdelijk concurrenten. Verschuivingen in de onderlinge krachtsverhoudingen zullen, ook als ze beperkt blijven, invloed hebben op hun posities en slagkracht tijdens de onderhandelingen met de werkgeversorganisaties over een welvaartsaanpassing van de sociale uitkeringen, en vooral over een nieuw centraal loonakkoord voor de komende twee jaar. Ook voor de regering-Leterme I, die beweert veel belang te hechten aan het overleg met de sociale partners, is de uitslag van de vierjaarlijkse oefening in 'democratie op de werkvloer' daarom niet zonder belang. Van de werknemersbewegingen kreeg de regering tijdens de vieringen van Rerum Novarum en de Dag van de Arbeid op 1 mei opnieuw te horen dat ze, los van de huidige stembusslag in de ondernemingen, wel een gezamenlijke agenda hebben als het aankomt op de strijd tegen de armoede en op het vrijwaren van de koopkracht van de lagere en middeninkomens. Premier Yves Leterme (CD&V) wordt daarbij graag herinnerd aan de 2 miljard euro die hij tijdens de verkiezingscampagne van 2007 beloofde voor de 'sociale agenda' van een nieuwe regering. Ook moet hij er volgens de vakbonden niet aan denken om de onderhandelingen van het najaar over een centraal akkoord voor 2009-2010 te smeren met alleen maar nieuwe lastenverlagingen voor de werkgevers. Die opstelling van de vakbonden is in niet geringe mate ingegeven door de wetenschap dat de regering allesbehalve uitblinkt in politieke cohesie. Dat wordt het best geïllustreerd door haar begroting, waarvan nu ook de Europese Commissie heeft gezegd dat ze gebaseerd is 'op nogal optimistische macro-economische hypothesen' en dat ze zonder bijkomende maatregelen in het rood zal eindigen. Maar al die aanmaningen, ook van voormalig minister van Begroting en huidig Kamervoorzitter Herman Van Rompuy (CD&V), om niet te wachten tot de zomer om de virtuele kwaliteit van die begroting op te trekken, maken tot nog toe geen indruk op de regering. Haar energie gaat andermaal op aan communautaire tegenstellingen, die intussen helemaal gefixeerd zijn op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Door de zoveelste krachtmeting rond dit dossier heeft de 1 meivuist van de werknemersbewegingen slechts een deuk in een pakje boter geslagen. Maar veel erger nog wordt het als het hoog spel om B-H-V de regering van Leterme naar de uitgang zou leiden. Dan worden ook de vakbonden én de werkgeversorganisaties, in de aanloop naar zware sociale onderhandelingen, meegesleurd in het drijfzand van een regimecrisis. door Patrick Martens