In een instelling komt het tot een hooglopende ruzie tussen twee minderjarigen. Een van de twee is zo opgenaaid dat hij ermee dreigt de ander te vermoorden. Hij gaat naar zijn kamer, breekt een spiegel en verstopt een scherf onder zijn kleren. Omdat de ruzie zo fel was, haalt de instelling er de politie bij en die vindt het scherpe stuk glas. De conclusie is duidelijk: een opname in een gesloten instelling dringt zich op. In de gesloten gemeenschapsinstellingen van Mol en Ruiselede is er helaas geen plaats. De federale gesloten instelling van Everberg dan maar geprobeerd.
...

In een instelling komt het tot een hooglopende ruzie tussen twee minderjarigen. Een van de twee is zo opgenaaid dat hij ermee dreigt de ander te vermoorden. Hij gaat naar zijn kamer, breekt een spiegel en verstopt een scherf onder zijn kleren. Omdat de ruzie zo fel was, haalt de instelling er de politie bij en die vindt het scherpe stuk glas. De conclusie is duidelijk: een opname in een gesloten instelling dringt zich op. In de gesloten gemeenschapsinstellingen van Mol en Ruiselede is er helaas geen plaats. De federale gesloten instelling van Everberg dan maar geprobeerd. 'Wat is het probleem,' vragen ze daar aan de telefoon. 'Een poging tot moord door een psychisch zeer labiele jongen.''U bedoelt dat het slachtoffer niet dood is?''Nee, het bleef bij een poging.''Sorry, maar dat is niet ernstig genoeg.'Het is een verhaal uit de vele. Twee meisjes van vijftien en zeventien worden in een internaat ondergebracht omdat ze zich opvoedkundig in een probleemsituatie bevinden. In meer aangepaste instellingen is er voor hen geen plaats. Als ze tijdens het weekend naar huis mogen, brengen ze al hun tijd door bij een vriend - een man van veertig die de kost verdient in het milieu van prostitutie en drugs. De meisjes krijgen van hem 'gratis' speed. Met de meisjes praten haalt niets uit. Waarschuwingen worden weggelachen. Huiszoekingen hebben geen resultaat: het hele huis is omgeven door camera's. Als de meisjes verbod krijgen om nog op weekend te gaan, ontsnappen ze - altijd naar dezelfde plek. De politie pakt ze op, ze gaan weer lopen, worden weer gepakt, en zo verder. In de gesloten instelling van Beernem, waar de meisjes een plek zouden moeten krijgen om te beletten dat ze uiteindelijk toch in de prostitutie belanden, is geen plaats. Op 22 juni vraagt de Unie van de Nederlandstalige Jeugdmagistraten zijn leden naar voorbeelden uit de praktijk van de voorbije twee weken waaruit blijkt dat minderjarigen die dringend nood hebben aan hulp, niet kunnen worden geholpen. De respons komt snel. Jeugdrechters en consulenten van de Sociale Diensten bij de Jeugdrechtbank en van de Comités voor Bijzondere Jeugdzorg uit heel Vlaanderen bezorgen meer dan zeventig schrijnende dossiers aan voorzitter van de Unie en leidend jeugdrechter in Gent, Heleen Martens. Zeventig voorbeelden van kinderen en jongeren die dringend opvang en begeleiding of soms gewoon onderdak nodig hebben, en niet krijgen. Omdat er gewoon geen plaats genoeg is. Nog enkele dagen later bezorgt de Unie de bundel aan Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte (CD&V) en minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS). Is de situatie dan zo erg? In de klachtenbundel vertelt een jeugdmagistraat hoe jonge weggelopen jonge meisjes steeds vaker worden aangetroffen in kringen waar seks, drugs en rock-'n-roll de toon aangeven. 'Maar we kunnen ze aan de straatstenen niet kwijt. Ik houd mijn hart vast voor het moment waarop we er weer eentje verkracht en vermoord in een kelder vinden.''Ik heb het de voorbije tien jaar nooit anders geweten', zegt ondervoorzitter Nicole Caluwé van de Unie. Caluwé is parketmagistraat in Antwerpen. 'De verschillende regeringen hebben geprobeerd om iets te doen, maar dat was nooit meer dan een inhaalbeweging. Intussen was het alweer erger geworden. Het zit ook op alle niveaus. Als je er iemand van kunt overtuigen om zich bij het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg te melden, duurt het in Antwerpen twee maanden voor hij daar terecht kan voor een gesprek. Als dan blijkt dat hulp aangewezen is, komt hij op een wachtlijst van zes maanden terecht. Ik belde enkele weken geleden naar Beernem voor een opname - Beernem is de enige gesloten instelling voor meisjes in Vlaanderen, er zijn 40 plaatsen. U bent dit jaar al nummer 542 die belt en waarvoor we geen plaats hebben, zeiden ze.'Voor zover ze geen misdrijf hebben gepleegd, hebben jongeren normaal gesproken al een heel parcours afgelegd voor ze bij de jeugdrechtbank terechtkomen. Problemen worden door ouders, vrienden, buren of hulpverleners gemeld bij het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg. Daar proberen consulenten een diagnose te stellen en te helpen. Als dat niet lukt, wordt de Bemiddelingscommissie ingeschakeld die het dossier aan het parket kan overmaken. De substituut kan op zijn buurt de jeugdrechter inschakelen, die over een Sociale Dienst beschikt om de zaak te onderzoeken. De jeugdrechter kan dwingende maatregelen nemen, zoals de jongeren laten opnemen in een gesloten instelling. Daarvan zijn er in Vlaanderen twee voor jongens (Mol en Ruiselede) en één voor meisjes (Beernem). Daarnaast is er nog de federale, gesloten instelling van Everberg voor criminele of zeer moeilijk opvoedbare jongeren. 'Op papier ziet dat er allemaal heel mooi uit' zegt Karen Vander Steene, jeugdrechter in Brussel en samen met Nicole Caluwé ondervoorzitter van de Unie. 'Maar als er nergens plaats is, in geen enkele instelling, wat moet ik dan met dwingende maatregelen? Dan kan ik alleen met mijn vingertje dreigen en er gebeurt helemaal niets. Het gevolg is dat minderjarigen heel snel door hebben dat we hen eigenlijk niets kunnen maken. Terwijl we ze juist zouden moeten laten voelen: dit is de grens.'Jeugdmagistraten heb-ben twee soorten cliënten - en een eigen jargon. Ze maken een onderscheid tussen 'possen' en 'moffen'. POS staat voor jongeren in 'een problematische opvoedingssituatie', MOF voor jongeren die 'een als misdrijf omschreven feit' hebben gepleegd. 'Het komt er dikwijls op neer' zegt Heleen Martens, 'dat wij moeten vermijden dat problemen in de opvoeding zodanig escaleren dat het tot misdrijven komt. Het is dus kwestie van op tijd gepaste hulp te bieden. Want als er al een misdrijf is gepleegd, wordt er in eerste instantie op dat misdrijf gereageerd en niet meer op het opvoedkundige probleem dat daaronder verscholen zit. Terwijl een pure MOF zeldzaam is.' Nicole Caluwé: 'Ik heb het gevoel dat de problemen de voorbije tien jaar alleen maar toegenomen zijn. We krijgen nu meer en meer te maken met kinderen die met enorme trauma's zitten als gevolg van zogenaamde vechtscheidingen. Kinderen die echt psychiatrie nodig hebben om dat te verwerken.'Karen Vander Steene constateert dat er veel vlugger gratuit geweld wordt gebruikt. 'Als een minderjarige een gewapende overval heeft gepleegd en je kunt hem niet plaatsen, krijgt hij onvermijdelijk de boodschap dat het eigenlijk niet zo erg is wat hij heeft gedaan.' Martens: 'Een snel groeiende groep zijn meisjes van veertien, vijftien jaar die bijzonder agressief uit de hoek komen. Recht uit de buik. Dat heeft zeker voor een deel met die vechtscheidingen te maken. Maar ook misbruik speelt een rol. En gebrek aan structuur.'Vander Steene: 'Kinderen die geen structuur hebben meegekregen, ontwikkelen die niet vanzelf. Meisjes zie je vaak denken: als ik achttien ben, neem ik zelf een kind. Iemand die me graag ziet. Ze kunnen nog niet voor zichzelf zorgen, maar op hun zestiende zijn ze zwanger. Dat is hun oplossing. Maar dan begint het verhaal van voren af aan. Want die baby huilt 's nachts, die heeft honger. Die geeft niets om jou, die heeft je alleen maar nodig.'Zou het toeval zijn dat jeugdmagistraten hun noodkreet slaken op het moment dat in de Kamer het wetsontwerp van minister van Justitie Laurette Onkelinx over de hervorming van het jeugdrecht ter tafel ligt? 'Niet helemaal', zegt Nicole Caluwé. 'Het wetsontwerp voorziet uitdrukkelijk dat jeugdmagistraten, welke maatregel ze ook willen nemen, afhankelijk zijn van het aanbod - of het nu om een ambulante of om een residentiële maatregel gaat. Dat is voor ons toch wel heel confronterend.' Heleen Martens maakt een vergelijking met het volwassenenrecht: 'Het is alsof een onderzoeksrechter die iemand onder voorarrest wil plaatsen eerst moet uitzoeken of er wel plaats is in de gevangenis.''In 2002' herinnert Nicole Caluwé zich, 'hebben we minderjarigen, die ernstige misdrijven hadden gepleegd, op vrije voeten moeten stellen omdat we ze niet meer in de gevangenis konden plaatsen. Zoiets schokt natuurlijk de publieke opinie. Er was ook onmiddellijk veel persbelangstelling voor en het resultaat was dat de politiek wakker schoot. Binnen de twee maanden was het nieuwe centrum in Everberg er. Maar jongeren die in een problematische opvoedingssituatie zitten, zijn politiek niet interessant. Men wil daar niet in investeren. Terwijl je dat vanuit een langetermijnvisie juist wel zou moeten doen, want de slachtoffers van vandaag zijn de daders van morgen - die jongen die we vandaag aan zijn lot moeten overlaten, zal morgen misdrijven plegen. Het is dus een kwestie van preventie.'Op de achtergrond speelt een oude discussie: wil men de nadruk leggen op jeugdbescherming of op bestraffing? Onkelinx kiest voor een tweesporenbeleid: ze houdt vast aan het jeugdbeschermingsmodel, maar maakt het tegelijkertijd mogelijk jonge delinquenten, die op het tijdstip van de feiten ouder waren dan zestien, 'uit handen te geven'. Dat betekent, in mensentaal, dat de jeugdrechter ze doorverwijst naar de correctionele rechtbank. Voor minder zware delicten beoogt het wetsontwerp 'herstelgerichte maatregelen': alternatieve straffen. Jonge boefjes moeten dan, in samenspraak met de jeugdrechtbank, de hulpverleners en eventueel de slachtoffers, zelf aangeven hoe ze de aangerichte materiële en morele schade willen herstellen. Bij de Unie van Jeugdmagistraten hadden ze liever een echt jeugdsanctierecht gezien. 'Het moet daarbij gaan om sancties die pedagogisch verantwoord zijn', zegt Nicole Caluwé. 'Niet alleen voor jongeren onder de zestien die een winkeldiefstal plegen, maar ook voor de zeventienjarige daders van gewapende overvallen.' Heleen Martens: 'Men schijnt te denken dat jeugdrechters soft zijn. Ik snap dat niet. Als wij een jongen drie maanden in een gesloten instelling plaatsen, is dat tegelijkertijd een pedagogische maatregel én een straf. Wat moet je als meerderjarige al niet uitvreten voor je een paar maanden effectief krijgt en die straf nog moet uitzitten ook?' Minderjarigen die 'uit handen worden gegeven' komen er in de regel met een lichtere straf af. Nicole Caluwé: 'Het tarief bij de correctionele rechter is vaak: zes maanden met uitstel. Want ze zijn nog zo jong, meneer de rechter, en ze moeten nieuwe kansen krijgen. In de realiteit betekent het wel dat ze aan hun lot worden overgelaten. Uit een Antwerps onderzoek weten we dat straatcriminaliteit - de criminaliteit dus waar mensen het meest last van hebben - voor zeventig procent gepleegd wordt door jongeren onder de twintig. De jeugdrechters kennen hun pappenheimers, geef hen de middelen om met die leeftijdscategorie iets te doen. Maar wat gebeurt er als jonge delinquenten uit handen worden gegeven? In de meeste gevallen: niets. Ze hebben ooit eens een tijdje in een gesloten instelling in Mol of Ruiselede gezeten, en nu staan ze op straat. Ze gaan nieuwe feiten plegen, want hoe moeten ze anders overleven? Na een tijdje stoppen ze daarmee - dat blijkt uit de cijfers - maar dat betekent niet dat het goed met ze gaat. Ze hebben niks geleerd, ze hebben een strafblad en niemand is bereid nog iets met hen aan te vangen. En dus zullen ze voor de rest van hun dagen van het OCMW leven, ze zitten aan de drugs en ze slaan hun kinderen. En die kinderen zien we later dan bij de jeugdrechtbank wel terug. Zo is de cirkel rond en zijn wij terug bij af.'Meer opvang creëren is duur, beseffen ook de jeugdmagistraten. Maar het ontbreken van die opvang kost óók geld. Parketmagistraten moeten bijvoorbeeld de ministeriële richtlijn toepassen, die sinds de zaak-Dutroux bij elke onrustwekkende verdwijning moet worden gevolgd. Heleen Martens: 'Als een meisje wegloopt, van thuis of uit een instelling, is dat altijd onrustwekkend. De kans is immers groot dat ze in het drugs- of prostitutiemilieu terechtkomt. Dat wil zeggen dat er elke keer een heel politieapparaat in werking treedt om haar te zoeken.' En dan zijn er nog de maatschappelijke kosten op lange termijn. De Unie vraagt de kans om tijdig en accuraat op problematische opvoedingssituaties te kunnen inspelen, zodat ze niet verder uit de hand lopen. 'Iedere minister van Welzijn met wie ik aan tafel zat - ik ben al aan mijn vierde - erkent de ernst van de situatie' zegt Nicole Caluwé, 'maar als puntje bij paaltje komt, zijn er geen centen.' De organisatie van het jeugdrecht is in België een ingewikkeld kluwen: een kat vindt er haar jongen niet in terug. Jeugdbijstand - de opvang en begeleiding van jongeren in een problematische opvoedingssituatie - valt onder de Gemeenschappen. Daarvoor is dus uitsluitend de Vlaamse minister van Welzijn Inge Vervotte bevoegd. Jeugdbescherming, de reactie op een als misdrijf omschreven feit, is een federale materie: de jeugdrechtbanken ressorteren onder de federale minister van Justitie Laurette Onkelinx. Maar als de jeugdrechter een minderjarige in een instelling wil plaatsen, dan zijn het hoe dan ook weer de Gemeenschappen die de middelen daarvoor ter beschikking moeten stellen. Dat wil nog wel eens tot fricties leiden: Vervotte, die fundamentele bezwaren heeft tegen het wetsontwerp van Laurette Onkelinx, dreigde er onlangs nog mee de Vlaamse investeringen die nodig zijn voor de uitvoering van Onkelinx' plannen - 16 miljoen euro - in te houden. Kan de bevoegdheid over jeugdrecht dan maar niet beter aan de Gemeenschappen worden toegewezen? Dát willen de Vlaamse jeugdmagistraten niet gezegd hebben. Heleen Martens: 'Wij hebben het gevoel dat er voortdurend pingpong gespeeld wordt tussen de federale en de Vlaamse overheid. Maar dat hele pingpongspel interesseert ons niet. Wij zeggen alleen: er moet dringend iets gebeuren. De minderjarigen van vandaag zijn namelijk de vaders en de moeders van morgen.' nDoor Piet Piryns en Hubert van Humbeeck'Die jongen die we vandaag aan zijn lot moeten overlaten, zal morgen misdrijven plegen.'