De Belgische overheid heeft sinds 1985 bijna 17, 3 miljoen euro aan het zuidpoolonderzoek besteed. Dat is gespreid over drie onderzoeksinstellingen en zestien universitaire teams. Die van de VUB, de ULB en de RUG zijn het actiefst op het terrein en krijgen dus ook het leeuwendeel van de subsidies. Hun onderzoek is op te splitsen in vier grote domeinen: de glaciologie en de klimaatkunde, de dynamica van zee en ijs, de mariene biologie en biogeochemie en de mariene geofysica.
...

De Belgische overheid heeft sinds 1985 bijna 17, 3 miljoen euro aan het zuidpoolonderzoek besteed. Dat is gespreid over drie onderzoeksinstellingen en zestien universitaire teams. Die van de VUB, de ULB en de RUG zijn het actiefst op het terrein en krijgen dus ook het leeuwendeel van de subsidies. Hun onderzoek is op te splitsen in vier grote domeinen: de glaciologie en de klimaatkunde, de dynamica van zee en ijs, de mariene biologie en biogeochemie en de mariene geofysica. De doorlichting van The Belgian Antarctic Programme 1985-2002 door een groep van zes buitenlandse en één Belgische expert (Gerard den Ouden) noemt, naast de onbetwiste kwaliteit van de vorsers, ook de zwaktepunten van het Belgische zuidpoolonderzoek. Daartoe behoren een dalende bekendheid, het gebrek aan een zelfstandig Belgisch programma, het tekort aan coördinatie tussen Buitenlandse Zaken en de andere federale en regionale ministeries, de volledige afhankelijkheid van buitenlandse logistiek, het (mede daardoor) beperkt aantal eigen publicaties en studiebijeenkomsten, de schaarse communicatie en samenwerking tussen de poolvorsers onderling en de gebrekkige werking van de stuurgroep. De experts vragen dat België (als een van de twaalf eerste ondertekenaars van het zuidpoolverdrag van 1961): - actiever deelneemt aan alle bijeenkomsten van de Antarctic Treaty Consultative Meeting (ATCM), het Scientific Committee on Antarctic Research (SCAR) en de Council of Managers of National Antarctic Programmes (COMNAP), -een langetermijnstrategie (10 jaar) en een duidelijke routebeschrijving opmaakt met de daarbij aansluitende politieke verbintenissen die de poolvorsers de nodige continuïteit garanderen, -onze nationale prioriteiten afstemt op de internationale, -het (te verzelfstandigen) programma voor Zuidpoolonderzoek uitbreidt tot alle poolonderzoek, -kosten en logistiek gaat delen met andere landen, -in eigen land voor meer communicatie, interactie en afspraken zorgt. Want voor wie het zou vergeten, wie aan de Zuidpool bijvoorbeeld 3600 meter diep in het ijs graaft, kan van alles leren over het klimaat op aarde van de voorbije honderdduizenden jaren. De concentratie van koolstofdioxide (CO2) en methaangas (CH4), verantwoordelijk voor het broeikaseffect, schommelde al die tijd tussen de 180 ppm als het koud was en 300 ppm in warme tijden. Nu zitten we al aan 360 ppm en extrapolaties brengen ons op 500 ppm midden deze eeuw. Zelfs een opwarming van de planeet met gemiddeld een paar graden kan ingrijpende klimaatsveranderingen veroorzaken. Met alle gevolgen van dien voor het reeds stijgende zeeniveau, de verdere woestijnvorming in sommige gebieden, de toenemende cyclonen enzovoort. Voor dit alles blijken noord- en zuidpool waardemeters te zijn die de nodige aandacht verdienen.