Net zoals drie jaar geleden zorgt een gastregie van Lucas Vandervost, artistiek leider van De Tijd, voor een hoogtepunt in het seizoen van de Brusselse KVS. Toen gebeurde dat met "De Kunst van het Vragen" van de taalkritische Oostenrijker Peter Handke. Nu is er "Terwijl ik stierf" van de al even taalgevoelige Amerikaan William Faulkner - weliswaar gezien door de West-...

Net zoals drie jaar geleden zorgt een gastregie van Lucas Vandervost, artistiek leider van De Tijd, voor een hoogtepunt in het seizoen van de Brusselse KVS. Toen gebeurde dat met "De Kunst van het Vragen" van de taalkritische Oostenrijker Peter Handke. Nu is er "Terwijl ik stierf" van de al even taalgevoelige Amerikaan William Faulkner - weliswaar gezien door de West-Vlaamse bril van vertaler-bewerker Filip Vanluchene. De Tijd is dit seizoen overigens opvallend aanwezig in de KVS: naast de coproductie "Terwijl ik stierf", ontvangt de schouwburg nog twee andere producties van De Tijd ("Bérénice" en "Mijn grafschrift/Pereira verklaart"). Op de voorstelling van het nieuwe KVS-seizoen was directeur Franz Marijnen zichtbaar in zijn nopjes met de komst van De Tijd. Hij voegde er nog aan toe dat zijn theater voortaan het hoofdstedelijke presentatieplateau voor het werk van Vandervost en de zijnen wil zijn. Een aanwinst voor de KVS en het Brusselse theaterleven waarmee we alleen maar blij kunnen zijn. Dat blijkt opnieuw uit het vier uur durende "Terwijl ik stierf". Samen met zes acteurs (behalve De Tijd-veteraan Dirk Buyse en nieuwkomer Jurgen Delnaet zijn er de KVS-acteurs Bien De Moor, Wim Danckaert, Chris Thys en Mark Vandenbos) hangt regisseur Vandervost een reeks intrigerende mensenportretten op. Helder, innemend, bijwijlen ironisch en lichtjes grotesk, maar altijd met dezelfde liefde voor het woord en de mens. Een superieur staaltje van het verteltheater dat Vandervost zo lief is. Wie naar "Terwijl ik sliep" komt om de Faulkner van "As I lay dying" te zien, komt enigszins bedrogen uit. Vertaler-bewerker Filip Vanluchene, een toneelauteur met een groot hart voor de kleine man, kortte de uit monologen bestaande roman behoorlijk in en voorzag het mythische South van Faulkners Mississippi van een Vlaamse en wat anekdotische tegenhanger. Zo wordt de door overstroming en brand geteisterde queeste van Anse Bundren en zijn vijf kinderen naar Jefferson, waar ze hun vrouw en moeder willen begraven, ook heel even de tocht van Anse Manse Peirdekop en zijn kroost door het zompige Vlaanderen tijdens de tweede helft van deze eeuw. Noem het een actualisering, omschrijf het als een brug tussen Faulkner en ons, in de eerste plaats is het gewoon sterk theater. Tot 11/10 in de KVS (Brussel).Paul Verduyckt