In landen waar de eerstelijnsgezondheidszorg minder toegankelijk is dan bij ons, maken webdokters furore. De Verenigde Staten bijten de spits af: bezoeken aan de internetdokter zijn er heel gewoon. Iets meer dan tien procent van de bijna 300 miljoen Amerikanen gebruikt internet als eerste bron om beslissingen over zijn gezondheid te nemen. Europa volgt op afstand. Het Verenigd Koninkrijk probeert met een officiële website (www.nhsdirect.nhs.uk) klachten van zieke Britten in goede banen te leiden, enerzijds om ze uit de handen van charlatans te h...

In landen waar de eerstelijnsgezondheidszorg minder toegankelijk is dan bij ons, maken webdokters furore. De Verenigde Staten bijten de spits af: bezoeken aan de internetdokter zijn er heel gewoon. Iets meer dan tien procent van de bijna 300 miljoen Amerikanen gebruikt internet als eerste bron om beslissingen over zijn gezondheid te nemen. Europa volgt op afstand. Het Verenigd Koninkrijk probeert met een officiële website (www.nhsdirect.nhs.uk) klachten van zieke Britten in goede banen te leiden, enerzijds om ze uit de handen van charlatans te houden en anderzijds om de overbevraagde telefoonservice van de nationale gezondheidsraad te ontlasten. In Nederland, dat kampt met een tekort aan huisartsen, gaan meer en meer artsen met hun diensten online. Een aantal enthousiastelingen heeft zich gegroepeerd in een nationaal platform E-health, en organiseert om de zes maanden een symposium over de voor- en nadelen van e-consulteren. De Nederlandse webdokters van E-health vragen twaalf euro per virtuele consultatie. De prijs voor het schrijven en versturen van een voorschrift varieert van zes tot twaalf euro. Het groeiend enthousiasme voor webgeneeskunde heeft het Nederlandse 'College tarieven gezondheidszorg' ertoe aangezet een voorstel uit te werken dat de e-consultaties wettelijk regelt. In dat voorstel wordt een aantal voorwaarden gesteld en prijsafspraken gemaakt (maximumtarief 4,50 euro), met als opvallendste criterium dat een consultatie via e-mail plaats moet hebben in een bestaande arts-patiëntrelatie, en nooit als eerste consultatie of bij een nieuwe aandoening mag worden toegepast. Alleen dus als opvolgconsultatie bij een bekende, ingeschreven patiënt met een bekend gezondheidsprobleem. Daarmee is het mailverkeer tussen artsen en patiënten sinds 1 januari gelijkgesteld aan de al geregelde telefonische consultaties. Het voorstel werd zopas goedgekeurd door de Nederlandse minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hans Hoogervorst. Nederlandse huisartsen die van de nieuwe mogelijkheid gebruik wensen te maken, moeten dit vooraf melden aan de zorgverzekeraar. Of het 'diagnostisch webdokteren' daarmee aan banden is gelegd, is echter maar de vraag. Nochtans dringt enige regelgeving zich op. Vorig jaar nog pleegde in Nederland een vrouw zelfmoord met de kalmeringsmiddelen die haar onlinedokter haar had voorgeschreven. Een andere gaf zich uit als extreem zwaarlijvig en geraakte zo aan een voorschrift voor vermageringspillen, die ze bij een face-to-facecontact niet had gekregen. Een diagnose stellen zonder de patiënt gezien te hebben, wordt door de meeste artsen op veel scepsis onthaald. Zeker bij ons, waar de eerstelijnszorg makkelijk toegankelijk is. Digidokters zijn in België dan ook een marginaal fenomeen.