Zestien jaar geleden zetten ze er van de ene dag op de andere een punt achter. Het was een beetje uit de hand gelopen. 'Ik herinner me van onze laatste concerten vooral Jeroen Bosch-achtige taferelen', zegt Vrienten. 'Te onsmakelijk voor woorden.' Schoolmeisjes vielen bij bosjes flauw. De dranghekken werden met schuimrubber bekleed, maar dat hielp niet echt: 'We waren bang dat er vroeg of laat doden zouden vallen.' Fans belegerden de met prikkeldraad omgeven boerderij van Ernst Jansz. Skinheads loofden een prijs uit voor het paardenstaartje van Henny Vrienten. De roddelpers volgde het doen en laten van de band op de voet: 'Het vreemde is dat Henny's minnaressen elkaar de ogen niet uitkrabben van jalouzie, maar de beste vriendinnen blijken te zijn.'( Privé, 1983)
...

Zestien jaar geleden zetten ze er van de ene dag op de andere een punt achter. Het was een beetje uit de hand gelopen. 'Ik herinner me van onze laatste concerten vooral Jeroen Bosch-achtige taferelen', zegt Vrienten. 'Te onsmakelijk voor woorden.' Schoolmeisjes vielen bij bosjes flauw. De dranghekken werden met schuimrubber bekleed, maar dat hielp niet echt: 'We waren bang dat er vroeg of laat doden zouden vallen.' Fans belegerden de met prikkeldraad omgeven boerderij van Ernst Jansz. Skinheads loofden een prijs uit voor het paardenstaartje van Henny Vrienten. De roddelpers volgde het doen en laten van de band op de voet: 'Het vreemde is dat Henny's minnaressen elkaar de ogen niet uitkrabben van jalouzie, maar de beste vriendinnen blijken te zijn.'( Privé, 1983) Vrienten weet nog precies wanneer het hem te veel werd. 'We hadden een matineeconcert in Tilburg, de stad waar ik ben opgegroeid. Zo'n matinee houdt twee dingen is: je hebt daglicht en je bent ook nog niet bezopen. Dus je kunt haarscherp zien wat er in de zaal gebeurt. En toen realiseerde ik me pas hoe jong het publiek was. Ik zong - omdat het nu eenmaal op het repertoire stond - een liedje met de tekst: Je loopt je lul achterna. En ik zag kinderen van vijf, zes jaar, met van die groen-roze polsbandjes om en een T-shirt dat tot op hun schoenen hing, met zo'n glazige blik die tekst meeblèren. Plotseling begreep ik: ik moet hier zo snel mogelijk mee ophouden. En toen was het ook bekeken.' Vrienten spoelde de blonde verf uit zijn haar, zette een brilletje op en koos voor een leven in de anonimiteit. In de schaarse interviews die hij gaf, drukte hij speculaties over een mogelijke reünie de kop in: 'Ik begrijp niet dat iemand ooit een hit schrijft en zingt en dat twintig jaar later nog staat te doen voor veertien overspannen huisvrouwen, als zwakke afspiegeling van wat het ooit is geweest.' ( Vrij Nederland, 1986) Het ging pas weer jeuken toen hij vorig jaar met zijn zoon van veertien een concert in het Amsterdamse Paradiso bijwoonde, waar de Nederlandse popgroep Blíf in het kader van de Marlboro Flashback Tour het repertoire van Doe Maar nog eens afstofte. 'Tot mijn verbijstering bleek de hele zaal de teksten nog te kunnen meezingen. Het was een echte tópavond. Maar toch dacht ik: dat kunnen wij zelf nog altijd beter. En mijn zoon zei: moet je doen, pap!' De band kwam opnieuw bij elkaar en besloot een nieuwe cd te maken en twee concerten te geven in de Rotterdamse Ahoy'-hall. Het zullen er uiteindelijk zestien worden: 170.000 kaartjes waren binnen een halve dag uitverkocht. Try-outs, onder meer in de Gentse Vooruit en de Brusselse Ancienne Belgique, werden zo'n overrompelend succes dat ook nog een extra-concert (op 19 mei) in het Antwerpse Sportpaleis wordt ingelast. Het publiek in Brussel is buitengewoon gemêleerd. De kinderen van zes zijn nu twintigers, maar ze kennen de teksten nog altijd uit het hoofd.Hé, er is geen bal op de tv, Alleen een film met Doris Day, En wat dacht je van net 2, Ein Wiener Operette, nee! Alsof je met de teletijdmachine van professor Barabas terug naar de eighties wordt geslingerd. Het is een tamelijk hallucinante ervaring. 'Wat hebben jullie de afgelopen zestien jaar gedaan? Getrouwd? Kinderen? Dacht ik al', begroet Ernst Jansz het publiek. En Henny Vrienten stelt de fans gerust: 'Alles doet het nog.' Henny Vrienten schuwt nog altijd de publiciteit - dit interview moet een uitzondering blijven. Het decor: zijn vakantiehuisje in Egmond-aan-zee, in de kop van Noord-Holland, ingeprangd tussen de duinen en de bloembollenvelden. De première in het Rotterdamse Ahoy' moet dan nog komen.Bent u niet bang dat de hype opnieuw uit de hand loopt?Henny Vrienten: Welnee. Op 7 juni is het definitief voorbij. En op 7 juli is iedereen het weer vergeten. Een reünie van een popgroep wil nog wel eens desastreus uitpakken: denk maar aan het concert van Crosby, Stills, Nash en Young.Vrienten: Maar daar was dan ook iets heel raars mee aan de hand. Ik las een paar interviews in Amerikaanse kranten en daaruit kon je concluderen dat die gasten elkaar tot in het diepst van hun ziel haten. Ze weigerden zelfs in hetzelfde hotel te logeren. Op het podium zag je Stephen Stills en Neil Young echt duelleren, met van die flitsende solo's. Zoiets kan niet goed gaan. Maar het roze suikertaartenverhaal van ons klópt gewoon. Wij vinden elkaar immens aardig. Het zal wel ontzettend klef klinken, maar ik houd echt van die jongens. Er werd al jaren over een reünie gepraat. U was diegene die altijd de boot afhield.Vrienten: We hebben wel vaker bij elkaar gezeten als er weer eens een groot bedrag was geboden. Maar dan hield ik een monoloog van een halfuur: jongens, dat moeten we niet doen, dat wordt pathetisch. Ik dacht oprecht dat het nooit meer ging gebeuren. Maar als ik één talent heb, dan is het wel timing. Ik wíst gewoon: als we het ooit nog moeten doen, dan is het nú, in de lente van 2000. Het had ook met trots te maken. Toen we in 1984 de boel geaborteerd hebben, had ik absoluut niet het gevoel dat ik in een artistieke dip zat. Er waren andere redenen. Maar we waren nog niet klaar. En vorig jaar begon dan het plan te rijpen om nog één keer een album te maken dat alle venijnige tongen zou doen verstommen. Doe Maar was - en is - vooral een live-band. Een heer van middelbare leeftijd kan toch op het podium niet meer de geflipte ballerina gaan uithangen?Vrienten: Ik moet toegeven: I've been through a lot. Pas na zeven try-outs had ik eindelijk het gevoel dat het weer terugkwam. De eerste keer stond ik daar op dat podium als een zoutzak, zo bewust van mezelf, vastgebonden in dat trage lijf dat zestien jaar stilgezeten heeft. En ook geestelijk klopte het niet meer. Je vraagt je voortdurend af: kan ik, eenenvijftig jaar oud zijnde, vader van drie kinderen, hier nog mijn heupen van links naar rechts zwaaien zonder dat dat vérstrekkende gevolgen heeft voor de rest van mijn leven? Een ongeluk zit in een klein hoekje!Vrienten: Ik ben nooit een singer-songwriter geweest die, zittend op een barkruk, weloverwogen teksten zong. Onze muziek is echt uit beweging ontstaan, vanuit Zuid-Amerikaanse ritmes, reggae en calypso. Popmuziek kun je niet spelen, je moet popmuziek zíjn. Vroeger kon ik urenlang dansen, tot ik er bijna bewusteloos bij neerviel, nu maak ik 's ochtends na het ontbijt hoogstens nog een paar danspasjes met de kinderen in de huiskamer. Maar na een paar try-outs besefte ik plotseling: je mag geen reserves hebben op het podium, no second thougths. En toen heeft zich een bijna chemische reactie voltrokken: ineens was de adrenaline terug. En de heupslag. Sorry voor het cliché, maar als de schijnwerpers aanfloepen, heb ik het gevoel dat ik in iemand anders stap. Is dat niet lichtjes schizofreen?Vrienten: Het is afgebakend in de tijd, en ik sta het mezelf gewoon even toe. Er zijn een paar restricties natuurlijk. De middelen die ik vroeger gebruikte om in de stemming te komen, daar houd ik me verre van. Ik wil ook niet met een hartaanval in een hoek gevonden worden omdat ik het allemaal geforceerd doe. Ik meet alles precies af: mag ik één pilsje voor het optreden, of een pilsje én een glaasje wijn, of kan ik een halve whisky proberen? Daar hadden we die try-outs voor. Het was aandoenlijk zoals u daar in de AB op het podium stond: colbertje, pantalon, glimmend gepoetste molières. Daar was kennelijk over nagedacht.Vrienten: (lacht) Als ik een stropdas zou aantrekken, zou ik zo van de beursvloer kunnen komen. Mijn credibility zijn de roze en lila overhemden: hele nette overhemden hoor, maar allemaal van dure merken en zorgvuldig uitgezocht. Ik vind het wel kek staan. Maar dat is as far as I could go. En tijdens de eerste twee nummers houd ik mijn zonnebril op, zodat het publiek niet in mijn ogen kan kijken. Dat zijn van die wanhopige rituelen waaraan je je vastklampt. Maar meer concessies aan de rock'n roll wil ik niet doen. Hebben de teksten van Doe Maar de tand des tijds doorstaan?Vrienten: Kennelijk wel. Er is nu ook een boek verschenen met alle teksten.Vrienten: Dat was niet mijn idee, maar Ernst (Jansz) wilde het zo graag en ik ben de laatste die zíjn feest wilde verstoren. Maar ik vind: liedjes moeten gewoon in de lucht hangen. Die teksten zijn niet meer dan een vehikel om de noten naar de andere kant van de zaal te brengen. Ernst is de grote romanticus, die verkoopt in zijn teksten geen onzin, maar ik ben meer een liedjessmid. Zo'n tekst als Hé, er is geen bal op de tv...hoe krijg je het in hemelsnaam uit je pen? Maar ik dééd dat gewoon. Ik had tenslotte voor ik bij Doe Maar kwam carnavalskrakers geschreven voor De Twee Pinten en voor Frank en Mirella, met als dieptepunt ooit: Moeder, wat maak je een herrie/ Zit je soms weer aan de sherry?. Op de nieuwe cd 'Klaar' staat het ingenieuze rijm: 'Je bent een klootzak/die zonder noodzaak/ iemand doodstak'.Vrienten: Tja. Als je die teksten van ons met een ontleedmes te lijf gaat, kun je ons hele oeuvre wel naar de vuilnisbelt brengen. In het nawoord van de verzamelbundel staat: Ernst ziet zijn teksten als gedichten. Ik heb daar tussen haakjes laten bijzetten: en Henny nadrukkelijk níét. Aan welke criteria moet een goede liedjestekst beantwoorden?Vrienten: Goeie vraag. Hij moet een intieme, anekdotische waarde hebben, zodat je het gevoel krijgt dat ik het tegen jou heb: 'ga zitten, want ik wil eens met je praten'. (lacht) Ik ontkracht nu alles wat ik hiervoor heb gezegd, maar een geslaagd lied is voor mij toch een soort van gesprek op een zoetgevooisde melodie. Het moet een gemoedstoestand weergeven die net zo goed van de toehoorder als van de maker had kunnen zijn. En dus zijn onderwerpen als liefde en onvrede met de maatschappij bon ton. Aan de liedjes van Doe Maar zit vaak een moralistisch kantje.Vrienten: Jazeker. Priesters zijn we. Predikers. Echt te walgelijk voor woorden. Neem zo'n liedje als 'Heroïne godverdomme'.Vrienten: Precies. Je mag geen heroïne nemen, hoor! Een jointje kan nog net! Het is allemaal erg obvious natuurlijk, maar voor degenen die erop gestudeerd hebben zit er toch veel verschil tussen mijn aanpak en die van Ernst. Mijn teksten zijn toch een ietsje cynischer. Ook wel moralistisch, maar toch vaak verpakt in een wat zuurder sausje. Bent u als muzikant een autodidact?Vrienten: Ik heb wel wat klassieke gitaarles gehad, maar nooit op het conservatorium gezeten. Wat dat betreft ben ik een echte popmuzikant: van de straat dus. Waarom heeft u later voor de bas gekozen?Vrienten: Puur toeval. Ik speelde bij een bandje en de baas van dat bandje - de organist, die wél muziekschool had gedaan - zei tegen me: die zes snaren zijn veel te ingewikkeld voor jou, neem die bas maar. Dat had hij goed gezien, bleek achteraf. Hoe lang duurde het voor u uw eigen sound had gevonden?Vrienten: Ik was altijd nogal gespleten in mijn muziek: er was de muziek die ik wílde maken en de muziek waarmee ik mijn brood verdiende. 's Avonds zat ik met drie jongens op een tapijt, lurkend aan grote waterpijpen, experimentele Soft Machine-achtige muziek te maken en overdag speelde ik in een studiootje in Bergen-op-Zoom jack jersey-beat. En wanneer kwam de kennismaking met de reggae?Vrienten: Dat was toen ik in de begeleidingsband van Boudewijn de Groot speelde. In die band zat een drummer die de hele wereld bereisd had, Jan Lodewijks. Die had een doosje vol cassettes met hele rare reggae-muziek. Ik was meteen gegrepen. Ernst Jansz vertelt nu nog altijd het verhaal hoe hij op weg naar een optreden in België bij Boudewijn in de auto zat, en hoe ze achter mij en Jan Lodewijks aanreden. We hadden zo'n oude eend, en die zagen ze op het ritme van de reggae door het landschap wiegen, te midden van grote hasjwalmen. Wat mij van meet af aan fascineerde is dat reggae de meest sociale muziek is die er bestaat. Als er één man in een band de reggae niet voélt, kun je het vergeten. Popmuziek is: volle kracht voorwaarts. Reggae is: achteruit hangen. Om het nog prozaïscher te zeggen: als de helft van de band stoned is, en één heeft cocaïne gesnoven - die heeft dus haast - dan kun je het vergeten. Een van onze vroegste afspraken bij Doe Maar was: we gebruiken hetzelfde spul. Misschien is dat wel het muzikale wondertje van Doe Maar: wíj konden reggae spelen. Terwijl de vakpers decreteerde dat alleen zwarte negers uit Jamaica dat konden.Vrienten: Die spelen dat natuurlijk nog stukken beter. Dat was ook altijd de kritiek op Doe Maar: geleende muziek op sinterklaasrijmpjes. Het gekke is dat we nu, zestien jaar later, wél de credits krijgen. U combineerde reggae met ska en punk.Vrienten: Ach, het viel allemaal mooi in de tijd. In Engeland had je fantastische ska-bandjes als The Beat en The Specials. Je haalde het overal vandaan. Ik heb me daar nooit voor geschaamd. Tegenwoordig maak ik aan de lopende band liedjes voor kinderprogramma's als Klokhuis en Sesam Straat. En hoe knutsel je zo'n liedje in elkaar? Een intro, twee coupletten - nog altijd zoals de Beatles en de Kinks dat deden. 'Je moet nog huiswerk maken (voordat de bom valt)/Een diploma halen (voordat de bom valt)'. Krijgt u zo'n tekst nog met even veel gemak als vroeger uit uw strot? Het is uw wereld niet meer.Vrienten: Het ging soepeler dan ik dacht, al moest Ernst tijdens de eerste try-outs nog wel eens souffleren. Maar wat ik echt niet meer in mijn hoofd gestampt krijg is dat couplet met al die meisjesnamen in Eén nacht alleen. Het is toch tamelijk onwerkelijk om als 52-jarige huisvader de namen te noemen van 34 meisjes waar je mee geslapen zou hebben en hen vervolgens te vragen je met rust te laten. Dus zing ik gewoon de eerste naam en het publiek, godzijdank, kent de 33 andere nog. Na Doe Maar bent u cd's gaan producen voor onder meer Jan de Wilde, Raymond van het Groenewoud, Guido Belcanto en De Nieuwe Snaar. Maar daar bent u ook weer mee opgehouden. Waarom?Vrienten: Ik kan alleen werken met mensen die ik aardig vind en waar ik heel veel respect voor heb. Maar ik ben niet serviel genoeg om een paar van die verwende kringen met hun grote ego's te vertellen hoe ze het eigenlijk zouden moeten aanpakken. Ik ga altijd voor het optimaal product. Ik steek nu wel een veer in mijn eigen kont, maar ik kan nooit iets half doen. Kortom: er kwam ruzie van.Vrienten: Ik klap nooit uit de school. Maar ik ben nogal heftig. Daar zou je eigenlijk eens met Ernst over moeten praten: het was zijn bandje, maar de eerste dag dat ik bij Doe Maar kwam, schreef ik meteen drie liedjes: Smoorverliefd, Is Dit Alles? en 32 jaar. Ik ben een d'raufgänger, zij het altijd met de beste bedoelingen. Maar: je haalt mij in huis en je bent meteen het haasje. De voorbije zestien jaar verdiende u uw brood vooral als componist van filmmuziek. Dan ben je toch afhankelijk van de nukken van de regisseur?Vrienten: Ik heb nu de scores voor meer dan zestig films gemaakt, en dat is niet mijn ervaring. Regisseur en componist hebben hetzelfde doel: ze willen de film naar een hoger plan brengen. En als ze me vragen weten ze wel wat ze aan me hebben. Ik heb een soort van eigen toon, die zich qua instrumentatie en sfeer wel aan iedere film aanpast, maar toch streeft naar een soort reflexie. Ik maak geen descriptieve, maar licht mystieke muziek die erop gericht is het raadsel, wat er misschien niet is, te vergroten. Poëzie is één van uw passies. Waar komt die vandaan?Vrienten; Ik heb op het seminarie gezeten. Ik denk dat ik het daar heb opgelopen. Had u een roeping?Vrienten: Ik was gewoon een slijmbal. Een frater op school vroeg wat we wilden worden. En Jantje zei: timmerman, net als mijn vader. Pietje wilde slager worden. En ik missionaris. Een aai over mijn bol, de beste potloden, goeie punten...ik was nogal een opportunist, geloof ik. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.Vrienten: Ik voel wel dat ik eruit gestuurd ben door God. Dat moment kan ik me nog heel goed voor de geest halen, toen Hij mij wees op de andere sekse. Maar dat is weer een ander verhaal. Om op mijn liefde voor de poëzie terug te komen: we hadden een pater, die les gaf in verzen. Die reciteerde Vondel, Tollens en Potter, en ik zat echt zwijmelend te luisteren. Dat was magische taal. Ineens wist ik dat er méér was. Toen ik later wegging uit het seminarie en het leven leerde kennen is dat een tijdje blijven sluimeren. En toen las ik Slauerhoff - een man die alles was wat ik niet was en ook nooit zou worden: romanticus, reiziger, rebel... U heeft net een bloemlezing samengesteld met de honderd mooiste gedichten van Slauerhoff: 'Op aarde en niet op zee'.Vrienten: Ik weet het: gij zult niet bloemlezen. Maar ik had al ja gezegd op het aanbod van een uitgever voor ik het wist. Het moet nu een hele serie worden met bloemlezingen van alle dichters die er een beetje toe doen. Allemaal voor de prijs van een ijsje. Tegelijkertijd werkt u ook aan een aantal cd's met de stemmen van grote dichters: Campert, Claus, Vroman, Lucebert, Herzberg.Vrienten: Je kunt je afvragen: wie draait nou zo'n cd? Maar ik ben apetrots op dat project. Ik vind dat die stemmen voor het nageslacht bewaard moeten blijven, en niet op zo'n lullige cassette waar alle hoge en lage tonen zijn weggelaten en je alleen maar ruis hoort. Ook wat dat betreft ben ik een perfectionist. Het gaat mij om het directe: een gedicht dat van het ene hoofd overgedragen wordt naar het andere. Als je die cd met Judith Herzberg hoort, is het alsof ze in de keuken aardappels staat te schillen en je dan een gedicht vertelt. Wanneer leest u poëzie?Vrienten: Ik lees eigenlijk altijd. Het is een beetje ziekelijk, geloof ik. Laat ik het zo zeggen: ik geloof dat ik een pover brein heb, maar ik ben wel nieuwsgierig en ik wil alles bewaren. Dichters geven de goeie namen aan dingen. Het gaat mij in de poëzie om de sensatie van het uitgestelde begrip. Als ik The Four Quartets van T.S. Eliot lees, of de Divina Comedia van Dante, dan vind ik daar iets geformuleerd wat ik zelf nooit zou kunnen bedenken. Ik houd van Nijhoff, Gorter, maar ook van hermetische dichters. Al begrijp ik er soms geen moer van, ik voel tot in mijn tenen dat het mooi is. Die poëzie geeft zich slechts heel langzaam prijs, maar mijn hele lijf, alles trilt mee. U was goed bevriend met Herman de Coninck.Vrienten: Mijn vrouw Charlotte maakte de lay-out van het Nieuw Wereldtijdschrift. Eén keer in de twee maanden kwam Herman een lang weekend bij ons logeren. Normaal ga ik vroeg naar bed, want ik leid een heel gedisciplineerd leven, maar als Herman op vrijdagavond arriveerde bleef ik heel laat op. Ons hele huis is vergeven van boeken, behalve de woonkamer - dat is een afspraak met mijn vrouw. Er is alleen een klein tafeltje waarop ik een stapeltje boeken neerleg die ik lopend door het huis lees. Dat was het eerste waar Herman naar keek. En allengs merkte ik dat ik die bundels daar speciaal voor hem neerlegde. En dan kwam er een fles whisky te voorschijn, en zaten we soms tot diep in de nacht over Szymborska te praten of zwijgend tegenover elkaar te lezen. Die stiltes mis ik nog het meest. En 's morgens gezond weer op!Vrienten: Ik ga iedere ochtend een uur zwemmen, maar ik geloof niet dat Herman ooit mee is geweest. Als nu straks Doe Maar opnieuw voorbij is, hebt u dan het gevoel dat u de tijd een poets gebakken heeft? Nog één keer terug naar de tijd van toen?Vrienten: Toen ik hoorde dat die zestien concerten uitverkocht waren, heb ik in één ruk twaalf liedjes geschreven voor onze nieuwe cd. Als je weet dat je nog altijd geliefd bent en dat de mensen je willen hebben, dan lukt alles. Ik ben niet het type van de gekwelde kunstenaar die jarenlang moeilijke dingen maakt die niemand wil horen, ik ben toch meer een zondagskind. Ik heb een liedje voor Charlotte geschreven dat Tijd heet. Het begint ongeveer zo: Als ik mijn bril niet opzet/ en jij komt de straat in lopen/ lijk je soms even op dat meisje van toen// als jij het licht niet aandoet/ en ik mijn buik inhoud/ lijk ik soms even op die jongen van toen.Maar het is toch een verloren strijd?Vrienten: Allicht. Maar het maakt ook niet zoveel uit: ik ben bereid de zwaartekracht zijn werk te laten doen. Alles mag hangen. Piet Piryns Tine Vandendriessche