'Visé marsj Luik mortieren.' Paul van Ostaijen had aan die vier woorden genoeg om de soldateske terreur van de Duitse inval in België in augustus 1914 te evoceren. Geert Buelens (°1971) gebruikt hem in Europa Europa! als een van de vele dichterlijke kroongetuigen om te demonstreren hoe Europese dichters, van Polen tot in Portugal, de Groote Oorlog in hun gedichten percipieerden. Hij gaat daarbij chronologisch te werk, waardoor de poëtische ooggetuigenverslagen opmerkelijk van toon veranderen. De euforie van de begindagen slaat na enkele jaren immers om in nihilisme en regelrechte woede om de absurde vernieling. Maar niet overal, want in Oost-Europa en de Balkanlanden - en een korte tijd eveneens in Vlaanderen en I...

'Visé marsj Luik mortieren.' Paul van Ostaijen had aan die vier woorden genoeg om de soldateske terreur van de Duitse inval in België in augustus 1914 te evoceren. Geert Buelens (°1971) gebruikt hem in Europa Europa! als een van de vele dichterlijke kroongetuigen om te demonstreren hoe Europese dichters, van Polen tot in Portugal, de Groote Oorlog in hun gedichten percipieerden. Hij gaat daarbij chronologisch te werk, waardoor de poëtische ooggetuigenverslagen opmerkelijk van toon veranderen. De euforie van de begindagen slaat na enkele jaren immers om in nihilisme en regelrechte woede om de absurde vernieling. Maar niet overal, want in Oost-Europa en de Balkanlanden - en een korte tijd eveneens in Vlaanderen en Ierland - gloorde de hoop op een nieuwe autonome toekomst, ook voor bepaalde etnische minderheden. Buelens' panoramische geschiedschrijving is des te opmerkelijker omdat hij zoveel dichters uit zoveel verschillende Europese landen aan het woord laat: van Gaston Burssens ('Zo vaar ik nu in volle zon ten dood') en Fernando Pessoa ('Het is compleet, totaal, integraal: SCHIJT!') tot Hugo Ball ('De veldslag is onze hoerenkast') en Gabriele D'Annunzio ('Ik ben de dichter van het slachthuis'). Tussen die bekendere Duitse, Franse, Italiaanse, Britse en Nederlandstalige dichters van de avant-garde door laat hij ook een stoet lang vergeten traditionalisten aan het woord, zoals de Vlaamse korporaal Daan Boens of een obscure Letse of Oekraïense poëet. Buelens wil met die vergelijkende literatuurgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog laten zie hoe het nationalisme en de zelfbeschikkingsdoctrine van de Amerikaanse president Woodrow Wilson de dichters in heel Europa vleugels gaven, inclusief alle mogelijke dichterlijke excessen in het futurisme en dadaïsme. De tienkoppige jury van de ABN AMRO Bank Prijs, onder voorzitterschap van Peter Frans Anthonissen, was niet alleen gecharmeerd door de Europese, epische zwier van de inhoud van het boek maar ook door de stilistische klasse waarmee Buelens vertelt. Buelens formuleert inderdaad met journalistieke flair: 'Dat is dus de Eerste Wereldoorlog: sterven met 250 per uur. Tweehonderdvijftig doden, elk uur, elke namiddag een twin tower.' Buelens, momenteel hoogleraar Nederlandse letterkunde in Utrecht, is daarmee uitgegroeid tot de vaandeldrager van een nieuwe lichting literatuursociologische geschiedschrijvers. Zonder de vorm geweld aan te doen gaat hij eerst en vooral op zoek naar de inhoud achter het gedicht. Voor Van Ostaijen tot heden (2001), een alternatieve geschiedenis van de Vlaamse poëzie met als brandpunt de doorwerking van Van Ostaijens invloed, ontving hij de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs voor Essay. Dat hij nu meer dan terecht met dit bevlogen internationale panorama de 12.500 euro van ABN AMRO Bank Prijs voor het beste non-fictieboek 2009 incasseert, is een zoveelste stimulans voor goedgebekte, maatschappelijk relevante literatuurgeschiedenis. In dat klimaat gedijt ook de gestage opmars van de Vlaamse literaire biografie, zoals Joris Van Parys vorig jaar al bewees toen hij met zijn Cyriel Buyssebiografie werd bekroond. Uit het vijfentwintigtal inzendingen van dit jaar kreeg Econoshock van Geert Noels nog de publieksprijs van 2500 euro. Dit boek prijkt niet toevallig op de bestsellerlijsten van Nederlandstalige non-fictie. En gaat, ook al niet toevallig, over de economische crisis van de huidige samenleving. Net zoals Buelens het heeft over de maatschappelijke Europese crisis waartoe de Eerste Wereldoorlog leidde. Crisisboeken liggen blijkbaar goed in de markt. Goede crisisboeken, welteverstaan. GEERT BUELENS, EUROPA EUROPA!, AMBO/MANTEAU, 375 BLZ., 24,95 EURO DOOR FRANK HELLEMANS