JA

Je mag de traditionele scholen niet over dezelfde kam scheren, maar de klemtoon ligt daar toch op klassikaal onderwijs. In een daltonschool geldt het omgekeerde, want driekwart van de tijd werken de leerlingen zelfstandig - hetzij individueel, hetzij in groep. Dalton steunt op drie principes: vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid, en samenwerking. De leerkrachten zijn veeleer begeleiders dan leiders. Er zijn momenten waarop leerkrachten klassikaal leerstof introduceren, afspraken maken en taken toelichten, maar de leerlingen zijn verantwoordelijk voor hun planning en helpen elkaar. Zijzelf bepalen wanneer ze oefeningen wiskunde of taal maken, maar op het einde van de week of maand moeten hun opdrachten klaar zijn. Leerlingen worden niet louter op hun product geëvalueerd, een spellingstest bijvoorbeeld, maar ook op het proces dat ze hebben doorlopen. Hoe zelfstandig hebben ze hun opdracht gemaakt? Hebben ze iets uitgelegd aan een medeleerling, of hebben ze de spellingregels spontaan toegepast bij creatief schrijven? Ze maken ook een portfolio met daarin de taken die ze als hun beste beschouwen, een schilderwerk of spreekbeurt bijvoorbeeld. Zo leren ze zelfkritisch te zijn. In tegenstelling tot freinetscholen werken wij niet projectmatig. Wij houden geen kringgesprekken en gebruiken traditionele, ervaringsgerichte handboeken waardoor we makkelijker de eindtermen halen. Onze leerlingen moeten ook leerstof verwerken en toetsen maken.
...

Je mag de traditionele scholen niet over dezelfde kam scheren, maar de klemtoon ligt daar toch op klassikaal onderwijs. In een daltonschool geldt het omgekeerde, want driekwart van de tijd werken de leerlingen zelfstandig - hetzij individueel, hetzij in groep. Dalton steunt op drie principes: vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid, en samenwerking. De leerkrachten zijn veeleer begeleiders dan leiders. Er zijn momenten waarop leerkrachten klassikaal leerstof introduceren, afspraken maken en taken toelichten, maar de leerlingen zijn verantwoordelijk voor hun planning en helpen elkaar. Zijzelf bepalen wanneer ze oefeningen wiskunde of taal maken, maar op het einde van de week of maand moeten hun opdrachten klaar zijn. Leerlingen worden niet louter op hun product geëvalueerd, een spellingstest bijvoorbeeld, maar ook op het proces dat ze hebben doorlopen. Hoe zelfstandig hebben ze hun opdracht gemaakt? Hebben ze iets uitgelegd aan een medeleerling, of hebben ze de spellingregels spontaan toegepast bij creatief schrijven? Ze maken ook een portfolio met daarin de taken die ze als hun beste beschouwen, een schilderwerk of spreekbeurt bijvoorbeeld. Zo leren ze zelfkritisch te zijn. In tegenstelling tot freinetscholen werken wij niet projectmatig. Wij houden geen kringgesprekken en gebruiken traditionele, ervaringsgerichte handboeken waardoor we makkelijker de eindtermen halen. Onze leerlingen moeten ook leerstof verwerken en toetsen maken. Wij profileren ons zo niet, maar het klopt dat vooral ouders die zelfstandigheid en samenwerking hoog in het vaandel dragen zich aangesproken voelen. Dat ligt niet aan ons, het is de reactie van de maatschappij. Allochtone ouders hechten vaak vooral belang aan tucht en discipline en zullen daardoor misschien minder snel bij ons terechtkomen. Maar onze school moet nog opengaan. We zullen zien.De verschillen tussen traditioneel en methodeonderwijs zijn niet meer zo groot als vroeger, want intussen zien we dat in álle onderwijsnetten leerlingen zelf verantwoordelijk zijn voor het uitwerken van hun taken. In vergelijking met steiner- en freinetscholen zijn daltonscholen minder ideologisch geladen, want de nadruk ligt er op de methodiek en niet op een welbepaalde levensfilosofie. Maar hoewel de ene methodeschool de andere niet is, is hun naam vaak niet meer dan een exotische vlag die de lading niet dekt. Waarom hangen ze die uit? Om bepaalde leerlingen aan te trekken? Of scherper: om bepaalde leerlingen niet aan te trekken, namelijk die uit de intellectueel en sociaal lagere klassen? Principes zoals emancipatie en het zelf kunnen beslissen over je parcours zijn zeer sterk aanwezig in daltonscholen. Dat stoot bepaalde mensen af. Ook de sterke betrokkenheid die men van de ouders verwacht, gaat ten koste van de diversiteit, want voor sommigen is die drempel te hoog. Het resultaat zijn elitaire scholen voor kinderen van de pseudo-intellectuele elite, van de spreekwoordelijke loftbewoners die zelfbewust aan het maatschappelijke leven deelnemen. Dat kan ik niet ontkennen. Als er naast een goed werkende school met een sterke ouderparticipatie en bijna dezelfde methodieken plots een school opduikt met een nieuw etiket, verliezen we leerlingen. Daardoor verdwijnt het evenwicht in ons eigen publiek, en dat doet pijn. In veel vernieuwingsscholen heerst een enthousiasme dat de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt omdat het team en de ouders sterk betrokken zijn. Ik sta heel positief tegenover hun onderwijsvernieuwing en de mensen die zich daartoe engageren, want zij zijn een inspiratiebron van vooruitgang. Maar dikwijls gaat het om een schijnvertoning. Methodescholen lokken mensen met een wat modernistische verpakking, vaak zonder dat ze in de praktijk verschillen van traditionele scholen. Je mag de traditionele scholen niet over dezelfde kam scheren, maar de klemtoon ligt daar toch op klassikaal onderwijs. In een daltonschool geldt het omgekeerde, want driekwart van de tijd werken de leerlingen zelfstandig - hetzij individueel, hetzij in groep. Dalton steunt op drie principes: vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid, en samenwerking. De leerkrachten zijn veeleer begeleiders dan leiders. Er zijn momenten waarop leerkrachten klassikaal leerstof introduceren, afspraken maken en taken toelichten, maar de leerlingen zijn verantwoordelijk voor hun planning en helpen elkaar. Zijzelf bepalen wanneer ze oefeningen wiskunde of taal maken, maar op het einde van de week of maand moeten hun opdrachten klaar zijn. Leerlingen worden niet louter op hun product geëvalueerd, een spellingstest bijvoorbeeld, maar ook op het proces dat ze hebben doorlopen. Hoe zelfstandig hebben ze hun opdracht gemaakt? Hebben ze iets uitgelegd aan een medeleerling, of hebben ze de spellingregels spontaan toegepast bij creatief schrijven? Ze maken ook een portfolio met daarin de taken die ze als hun beste beschouwen, een schilderwerk of spreekbeurt bijvoorbeeld. Zo leren ze zelfkritisch te zijn. In tegenstelling tot freinetscholen werken wij niet projectmatig. Wij houden geen kringgesprekken en gebruiken traditionele, ervaringsgerichte handboeken waardoor we makkelijker de eindtermen halen. Onze leerlingen moeten ook leerstof verwerken en toetsen maken. Wij profileren ons zo niet, maar het klopt dat vooral ouders die zelfstandigheid en samenwerking hoog in het vaandel dragen zich aangesproken voelen. Dat ligt niet aan ons, het is de reactie van de maatschappij. Allochtone ouders hechten vaak vooral belang aan tucht en discipline en zullen daardoor misschien minder snel bij ons terechtkomen. Maar onze school moet nog opengaan. We zullen zien.De verschillen tussen traditioneel en methodeonderwijs zijn niet meer zo groot als vroeger, want intussen zien we dat in álle onderwijsnetten leerlingen zelf verantwoordelijk zijn voor het uitwerken van hun taken. In vergelijking met steiner- en freinetscholen zijn daltonscholen minder ideologisch geladen, want de nadruk ligt er op de methodiek en niet op een welbepaalde levensfilosofie. Maar hoewel de ene methodeschool de andere niet is, is hun naam vaak niet meer dan een exotische vlag die de lading niet dekt. Waarom hangen ze die uit? Om bepaalde leerlingen aan te trekken? Of scherper: om bepaalde leerlingen niet aan te trekken, namelijk die uit de intellectueel en sociaal lagere klassen? Principes zoals emancipatie en het zelf kunnen beslissen over je parcours zijn zeer sterk aanwezig in daltonscholen. Dat stoot bepaalde mensen af. Ook de sterke betrokkenheid die men van de ouders verwacht, gaat ten koste van de diversiteit, want voor sommigen is die drempel te hoog. Het resultaat zijn elitaire scholen voor kinderen van de pseudo-intellectuele elite, van de spreekwoordelijke loftbewoners die zelfbewust aan het maatschappelijke leven deelnemen. Dat kan ik niet ontkennen. Als er naast een goed werkende school met een sterke ouderparticipatie en bijna dezelfde methodieken plots een school opduikt met een nieuw etiket, verliezen we leerlingen. Daardoor verdwijnt het evenwicht in ons eigen publiek, en dat doet pijn. In veel vernieuwingsscholen heerst een enthousiasme dat de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt omdat het team en de ouders sterk betrokken zijn. Ik sta heel positief tegenover hun onderwijsvernieuwing en de mensen die zich daartoe engageren, want zij zijn een inspiratiebron van vooruitgang. Maar dikwijls gaat het om een schijnvertoning. Methodescholen lokken mensen met een wat modernistische verpakking, vaak zonder dat ze in de praktijk verschillen van traditionele scholen. samengesteld door jan jagers