Als de viering van dertig jaar Knack één tastbaar gevolg heeft gehad, dan is het dat de reputatie van onze chef-Wetstraat in gruis ligt. En dit door de schuld van, hoe kan het anders, de media.
...

Als de viering van dertig jaar Knack één tastbaar gevolg heeft gehad, dan is het dat de reputatie van onze chef-Wetstraat in gruis ligt. En dit door de schuld van, hoe kan het anders, de media.Nu was in beperkte kring al eerder twijfel gerezen over de fatsoensnormen van deze chef, die ook hoofdredacteur is. In dit blad worden wel vaker mensen beledigd, maar zelden gebeurt het dat iemand 'ne pei mè vossekluute' wordt genoemd. Zeker niet indien de persoon in kwestie net schielijk is overleden. Geef toe dat dit niet al te decent klinkt. Van Cauwelaert schreef het over wijlen Paul Vanden Boeynants. Dat hij weinig respect opbrengt voor de levenden was bekend, bijvoorbeeld bij links-liberalen, dat hij dat ook niet doet voor de afgestorvenen valt niet langer te ontkennen. Want er was niet alleen VdB. Onlangs was John Lennon twintig jaar dood. Nu nog trouwens, maar op 8 december was het precies twintig jaar geleden. In De Morgen werd aan een paar van de betere opinion makers een reactie gevraagd. Hier het oordeel van onze chef-Wetstraat : 'Ik ben een Rolling-Stonesfan en ik hou niet van John Lennon. Die schreef samen met Paul McCartney dansdeuntjes. Bovendien heeft hij met Imagine de belachelijkste tekst geschreven die ik ooit heb gehoord. Er zijn best jongens die zich nu nog door John Lennon laten inspireren, maar dat zijn figuren uit de randstad.' Dergelijke taal is niet die van de doorsnee-Knackredacteur. Bij de viering van dertig jaar Knack werd ons duidelijk hoe dat kwam, eigenlijk dankzij de vervlakking van de media, die dezer dagen angstaanjagende proporties aanneemt en waartegen dringend een dam moet worden opgeworpen. Tegen wat wij omschrijven als de onstuitbare verwoestijnvissing en wyndaelisering. Het is Miel Dekeyser die het fenomeen als eerste onder de aandacht heeft gebracht. Jammer genoeg krijgt Miel het niet uitgelegd, hoewel hem vaak de kans wordt geboden. Miel loopt dan in zijn mildheid (milde Miel) telkens verloren in overdreven lof voor wie hij op de korrel neemt, zodat iedereen zich na een poosje afvraagt wat die ouwe knar nu feitelijk wenst. Wat Dekeyser beweert is dat mensen als Bruno Wyndaele verantwoordelijk zijn voor de uitholling van alle andere informatieprogramma's. Ook al schreeuwen ze, van in de grond waar ze hun hoofd in hebben gestoken, de onschuld van hun uitzendingen uit. Als de ambtenaren staken tegen Luc Van den Bossche, weigert de minister naar TerZake te komen maar gaat wel in De Laatste Show zitten. Om daar enkele voorzetten voor open doel in te koppen. Zelfs het schandaal dat zijn dochter Freya precies via dit soort shows, en dankzij logebroeder Bracke, schepen van onderwijs is geworden, wordt moeiteloos geaccapareerd door de gezelligheid op Bruno's canapé. Een kleine kwinkslag volstaat, als het maar plezant is in dit knusse sfeertje waarin echt kritische gedachten in de lichte lach worden gesmoord. Dat, zo vermoeden wij, is wat Miel bedoelt. En hij leverde er persoonlijk het beste bewijs van, toen hij zelf bij Bruno te gast was en het gesprek uiteraard weer de hele tijd over die ellendige Wiet ging. Doet kaka in de soep. Naast onsmakelijk is het ook ontluisterend dit te moeten horen uit de mond van de man die ons vroeger duiding verstrekte bij de geopolitieke verhoudingen in de wereld. Het zwak punt van Miel, we hebben het al gezegd, is zijn vogel. Dat hij zich nóg maar eens tot dat geleuter over zijn kanarie liet verleiden, maakt hem meer dan wie ook schuldig aan zijn eigen aanklacht.Het luimige gezwets en geklets is een onuitroeibare ziekte geworden op de VRT. Zo ondervond ook onze chef-Wetstraat toen hij in De nieuwe wereld van Radio 1 te gast was, naar aanleiding van dertig jaar Knack. Van Cauwelaert had zich terdege voorbereid op vragen over de politieke strekking van Knack, de druk van de commercie, onze positie tegenover andere weekbladen, de betekenis van Frans Verleyen en Johan Anthierens, en hij had een scherp antwoord klaar voor de klassieker: 'Worden de tekeningen van Gerard Alsteens gecensureerd?' Geen van die thema's werd hem voorgelegd. Tot zijn verbijstering werd hem wel een mondharmonica toegestopt. 'Speel hier eens iets op', beval Friedl Lesage. U gelooft het misschien niet maar het is waar. Meer dan 'tuut' kreeg onze chef-Wetstraat overigens niet uit het instrument geperst. 'Verkeerde toonaard', probeerde hij zich te redden, maar dat werd ter redactie, waar wij om de oude Grundig geschaard zaten, op hoongelach onthaald. Het hele interview ging voor eentiende over Knack, en voor negentiende over het privé-leven en verleden van Rik Van Cauwelaert. Wij twijfelen er niet aan dat de meeste vragen ontsproten waren aan de indiscreties van onze chef-boeken, ook van dit programma een vast medewerker. De gemeenste vraag die Reynebeau haar had ingefluisterd, vergat Lesage dan nog te stellen. Namelijk of het waar was dat de jonge Van Cauwelaert drie dagen is opgesloten wegens het roken van hennep-derivaten en het snuiven van vreemde poeders. Zullen de luisteraars die middag weinig wijzer geworden zijn over Knack, dan hebben ze wel een idee gekregen over het profiel van de hoofdredacteur ervan: een van alle moraal en discipline verstoken losbol. 'Ik ben een autodidact', versluierde Van Cauwelaert het feit dat hij in drie maanden tijd van vier scholen was weggestuurd. Verder bestond zijn levensverhaal uit grenzeloze slemppartijen, straatgevechten, kunstdiefstallen (een Lam-Godsretabel), negentiende-eeuwse pornografie, ACW-militantisme, kortom... algehele leegloperij. En dat kon heel Vlaanderen dus horen.Het gezag van onze chef-Wetstraat was bij zijn terugkeer op het BMC geen kwart meer van wat het anderhalf uur eerder was geweest. Vertrokken als een man van veeleer behoudsgezinde strekking en gedachten, kwam hij weer als een amoreel sujet met wie men de contacten best tot een minimum beperkt. Zijn eerste voorstel bevestigde dat: een portret van Paul Van Grembergen. Koen Meulenaere