Toen Bart De Wever twee jaar geleden op audiëntie mocht bij David Cameron, was Derk Jan Eppink de man achter de schermen. Hij had die ontmoeting tussen de N-VA-voorzitter en de Britse premier bedisseld. 'Op verzoek van een conservatieve partijgenoot van Cameron', zegt Eppink. 'Die vroeg zich af of De Wever een degelijk en redelijk man is. Voor De Wever was het een moment van groot belang: ineens was hij niet langer dat boertje uit Vlaanderen, maar een politicus met connecties op internationaal topniveau.'
...

Toen Bart De Wever twee jaar geleden op audiëntie mocht bij David Cameron, was Derk Jan Eppink de man achter de schermen. Hij had die ontmoeting tussen de N-VA-voorzitter en de Britse premier bedisseld. 'Op verzoek van een conservatieve partijgenoot van Cameron', zegt Eppink. 'Die vroeg zich af of De Wever een degelijk en redelijk man is. Voor De Wever was het een moment van groot belang: ineens was hij niet langer dat boertje uit Vlaanderen, maar een politicus met connecties op internationaal topniveau.' Zelf groeide de nu 55-jarige Eppink op als een spreekwoordelijk boertje in de Achterhoek, vlakbij het dorp van Ben Jolink, de zanger van rockgroep Normaal. Ondertussen heeft hij de beste connecties met talloze politici op internationaal topniveau. Zijn palmares zegt alles. Eppink begon als politiek verslaggever voor NRC Handelsblad. Halfweg de jaren negentig verhuisde hij naar de Belgische Wetstraat en ging hij schrijven voor De Standaard. In 1999 werd hij medewerker van Europees commissaris Frits Bolkestein. Vier jaar geleden, in juli 2009, werd hij voor Lijst Dedecker verkozen in het Europees Parlement. Weinigen kennen de coulissen van de macht zo goed, en vanuit zo veel verschillende invalshoeken, als Derk Jan Eppink. In mei volgend jaar houdt hij het voor bekeken in het Europees Parlement. En in Europa tout court. 'Ik streef geen herverkiezing na', zegt hij. 'Ik zal volgend jaar weliswaar lijstduwer zijn bij de Nederlandse liberalen van de VVD, maar dat is een vriendendienst. Ik verhuis naar de VS. Mijn vrouw werkt voor de Verenigde Naties en woont sinds kort met onze twee kinderen in New York. En omdat ik het niet zie zitten om voortdurend te pendelen tussen Brussel en New York, kies ik voor mijn gezin.' Derk Jan Eppink: De partij doet in elk geval niet mee aan de Europese verkiezingen. De enige mogelijkheid die ik nog zie, is dat Jean-Marie zich kandidaat stelt in West-Vlaanderen. Maar die beslissing moet hij zelf nemen. Hij zit momenteel trouwens goed in zijn vel, mede omdat de druk van die hele partij niet meer op zijn schouders rust. En wat hij heeft betekend in de Belgische politiek, kan niemand hem nog afnemen. Eppink: Dedecker heeft een dijkbreuk veroorzaakt. Hij heeft het gat in de dijk gemaakt. Eppink: Nee, want Dewinter heeft altijd vastgezeten in het cordon sanitaire. De strijd tegen het Vlaams Blok heeft twintig jaar geduurd. En al die tijd moesten de gevestigde partijen verlamd samenklonteren tégen die partij. De kiezers wilden een alternatief. Er was nood aan een redelijke oppositie, een fatsoenlijk rechtse partij die het opnam tegen het establishment. Eppink: Ik denk dat er een rechte lijn is tussen wat Dedecker in 2007 heeft gedaan en de score van de N-VA in 2010. Dedecker sloeg het gat in de dijk. Met het water dat door die dijk gestroomd is, heeft hij de akkers bevrucht voor de N-VA. Eppink: Zijn partij moest van de grond worden opgebouwd. Er waren geen structuren om tot georganiseerde meningsvorming te komen. Die structuren had de N-VA wel van meet af aan, vanuit de Vlaamse Beweging. Bij LDD was de lijstvorming ook vaak een probleem. Er werd te veel ruzie gemaakt. Dat heeft de partij verzwakt. Eppink: Nee, ik heb altijd een uitstekende relatie met Jean-Marie gehad. Ik kreeg in 2009 van hem ook carte blanche om het Europese programma van de partij te schrijven. Eppink: Wat ik voor ogen had toen ik begon, heb ik kunnen doen: een eurokritische fractie vormen. Geen anti-Europese fractie, maar een fractie die oppositie voert, zoals dat hoort in een democratie, tegen de algemene leer van het federale Europa. Een parlement zonder oppositie is een applausmachine. Er is een tegenstem nodig. Zoals Dedecker dat was in het federale parlement. Eppink: Het probleem was breder dan dat. Toen hij op het politieke toneel verscheen, beleefde hij een periode van genade, waarin de media over alle kleine gebreken heen keken. De media houden van een nieuw fenomeen, omdat het een mooi verhaal is. Maar vervolgens keerden ze zich tegen hem. Dat werd al duidelijk tijdens de campagne van 2009. Het vertrouwen van de media, en van de kiezer, was aan het verdwijnen. Als de verkiezingen een paar weken later waren geweest, was ik nooit verkozen. Eppink: Nee, ik heb de indruk dat hij veel langer op zijn hoogtepunt zal kunnen blijven, omdat hij zijn interviews beter doseert. Dedecker was eigenlijk te veel in de media, hij gaf te veel interviews. En dat is gevaarlijk, want dan worden de mensen je beu. Ik zie De Wever niet zo vaak meer op de televisie. Hij communiceert zeer gericht. Eppink: Dat is nog maar de vraag. In zulke peilingen zie je structurele en conjuncturele trends. De populariteit van Maggie De Block zou conjunctureel kunnen zijn en die van De Wever structureel. Eppink: Dat klopt, maar ik werkte toen voor Frits Bolkestein bij de Europese Commissie, en ik wist al dat ik daarna nog voor een andere commissaris wilde werken. Mijn leerproces in Europa was nog niet afgelopen. Ik heb over dat voorstel van de N-VA nooit serieus nagedacht. Eppink: Dedecker is emotioneler dan de buitenwacht denkt, hij is een gevoelig mens. De Wever is veel rationeler, op het koele af. Hij kan zeer afstandelijk strategische berekeningen maken op de lange termijn. Maar ik heb met allebei een goede relatie. Ook met De Wever ga ik graag om. Eppink: Omdat een Britse collega dat vroeg. Toen De Wever het voorstel hoorde, geloofde hij het eerst niet. Hij dacht dat het een practical joke was. Maar voor hem was dat een zeer nuttige ontmoeting. Internationaal zat de N-VA toen in een isolement. Eppink: Niet omdat ik per se bevriend met hem wil zijn, hoor. Maar ik ken zijn achterban. Ik heb jarenlang Vlaanderen doorkruist om over mijn boeken te praten. Het publiek in die zalen bestond heel vaak uit christendemocraten en mensen die vandaag voor de N-VA stemmen. Ik heb met dat publiek door de jaren heen een warme relatie opgebouwd. Eppink: Nee, dat geloof ik niet. Die twee partijen zijn wel communicerende vaten, maar de christendemocratie is in Vlaanderen niet uit te roeien. Ook tijdens de paarse regeringen van Guy Verhofstadt, wist ik dat de christendemocratie zou terugkomen. Omdat ze deel uitmaakt van de Vlaamse volksaard. Verhofstadt heeft geprobeerd om die partij kapot te maken, hij wilde ze waterboarden, zeg maar, maar daarmee heeft hij zijn eigen politieke einde in België bespoedigd. Eppink: Nee, ik heb geen afkeer van personen. Ik heb met sommige mensen fundamentele meningsverschillen, dat wel. Wat ik zo funest en onrealistisch vond aan Verhofstadt, was dat hij gedreven werd door rancune. Hij wilde wraak nemen op de christendemocraten omdat die hem in 1988 uit de regering hadden gehouden. Maar wraak is een zeer slechte raadgever in de politiek. Je kunt weleens boos zijn, maar na een paar dagen moet je dat loslaten. Ik ben al zo vaak uitgescholden, maar ik ben nooit rancuneus geworden. Eppink: Dat klopt. Tijdens zijn eerste paarse regering, toen ik voor Bolkestein werkte, schreef ik elke vrijdag in De Standaard een column. Met vaak veel kritiek op die paarse regering. Verhofstadt is toen zijn beklag gaan doen bij Commissievoorzitter Romano Prodi, en diens kabinetschef is dan komen klagen bij de kabinetschef van Bolkestein. Ik heb toen zelf beslist om met mijn column te stoppen, want voor toenmalig hoofdredacteur Peter Vandermeersch was er geen enkel probleem. Eppink: Het argument van Verhofstadt was dat ik als Europees ambtenaar geen kritiek mocht hebben op de Europese instituties. En dat klopte ook. Alleen vond ik Verhofstadt geen Europese institutie. Maar hij vond dat van zichzelf wel, omdat hij als Belgisch premier lid was van de Europese Raad. Nu goed, ik koester geen enkele rancune tegen Verhofstadt. Hij heeft veel talent en zorgt voor animo in het Europees Parlement. Zonder hem zou het maar een saaie boel zijn. Eppink: Verhofstadt verdedigt altijd het niveau waarop hij zich bevindt. Toen hij in de oppositie zat, was hij zeer Vlaams. Toen hij premier van België werd, moest iedereen die Vlaams dacht ineens zijn mond houden. Met als indirect gevolg de doorbraak van de N-VA. Vandaag zit hij in het Europees Parlement en wil hij de Verenigde Staten van Europa. Hij gebruikt de plek waar hij zich bevindt altijd als een springplank. Eppink: Ik betwijfel dat een beetje. Veel kiezers zullen volgend jaar stemmen op protestpartijen, omdat ze zo boos zijn. Daar zullen de traditionele partijen sterk onder lijden, en dus zal de liberale fractie van Verhofstadt krimpen. Dat is een slechte uitgangspositie. Bovendien onderhandelt Europees Parlementsvoorzitter Martin Schulz van de Duitse socialisten met Angela Merkel over een nieuwe Duitse regering. Als Schulz zijn partij in de Duitse coalitie krijgt, is de kans groot dat hij het voorzitterschap van de Europese Commissie voor zichzelf opeist. Eppink: Dat is zo. Ik zou in de Europese politiek nooit goed hebben kunnen functioneren zonder die Belgische ervaring. De manier van politiek bedrijven is vrij gelijksoortig. Zoals Karel De Gucht ooit heeft gezegd, is België een bijna permanente diplomatieke conferentie. Landen zoals Nederland en Frankrijk zijn vrij homogeen en worden bestuurd vanuit een centrum. In België, en ook in Europa, moet je rekening houden met verschillende niveaus en achterbannen en culturen. Eppink: Nou, ik zou dat anders formuleren: het Belgische probleem is ook het Europese probleem. Een federaal België met twee bewijst dat de Verenigde Staten van Europa met 28 een onhaalbaar ideaal zijn. Bovendien is België een transfereconomie, waarin elk jaar ongeveer tien miljard euro van noord naar zuid stroomt. Dat zie je nu ook in Europa. De Europese economie lijkt op de Belgische, maar dan in het groot: Duitsland is Vlaanderen en Zuid-Europa is Wallonië. Eppink: Precies. Zij zouden dat moeten weten. Ik heb hen dat al vaak voorgehouden. Maar zij zien dat niet. Zij zien het Belgische model als de oplossing voor Europa, terwijl het Belgische model net bewijst waar het probleem van Europa ligt. Eppink: Ik denk dat ze dat niet kunnen toegeven, omdat ze dan meteen moeten toegeven dat ze zich altijd hebben ingezet voor een historische vergissing. En dat zullen ze nooit doen. Ze zien ook de gevaren niet, want in België zijn die gevaren altijd beperkt gebleven. Het probleem is hier altijd beheersbaar gebleven omdat de Vlaming geen revolutionair is. Eppink: De Vlaming wil dat alles blijft zoals het is. Een beetje verandering is goed, maar niet te veel. Hij wil een eigen huisje, op zondag bij moeder taart met koffie, en als het even kan een appartementje aan de kust. Dat is het ideaal van de Vlaming, niet de revolutie. Bij een revolutie moet je vroeg opstaan, beginnen allerlei mensen te schreeuwen en wordt vanalles kapotgeslagen. (lacht) Een revolutie veroorzaakt verwarring, en je kunt geen taart meer gaan eten bij je moeder. Eppink: Nou, ik vind het wel verstandig, hoor. Het is niet verstandig om een revolutie te lanceren. Daarom is de situatie in Griekenland, Italië en Spanje zo gevaarlijk: daar zijn mensen wél revolutionair als het moet. En vergeet Frankrijk niet. Dus we weten niet hoe dat allemaal zal aflopen. Eppink: Dat kan niemand uitsluiten. Vandaag zien we al een cultuurstrijd tussen noord en zuid, zoals we die nooit hebben gekend. In het Duitse Bild worden de Grieken voortdurend uitgekafferd. En het Griekse parlement eist honderdzestig miljard euro herstelbetalingen van de Duitsers voor de Tweede Wereldoorlog. In Italië kun je de verkiezingen alleen nog maar winnen met een anti-Duitse campagne. Zelfs de heer Hitler wordt weer opgerakeld. En dat is het einde van het debat. Eppink: Zeer gevaarlijk. Het leidt tot spanningen die op den duur nog maar moeilijk te beheersen zullen zijn. Na de financiële en de economische crisis zit Europa vandaag volop in een cultuurcrisis. Allemaal omdat men al die verschillende culturen in Europa in hetzelfde financieel-monetaire keurslijf wil dwingen. Eppink: Ja, we zijn tot nu toe goed gevaren bij die Europese integratie. Maar integratie kan niet oneindig doorgaan. Vandaag, met 28 lidstaten, wordt stilaan duidelijk dat er grenzen zijn. Om de eenvoudige reden dat de cultuurverschillen te groot zijn. Als je die grenzen overschrijdt, dan ga je het proces forceren en krijg je de bevolking tegen je. Dat is wat vandaag gebeurt. Europa wil almaar meer geld, meer ambtenaren, meer bevoegdheden. Tegen de zin van de Europeanen. Eppink: De euro was een goed idee, maar hij is verkeerd ontworpen en ingevoerd. Men had moeten beginnen met een kleine groep gelijkgezinde landen, en andere landen de mogelijkheid moeten geven om hun munt te koppelen aan de euro. Dan was het systeem flexibel geweest. Maar het moest per se dwangmatig en overal worden ingevoerd. De euro moest het breekijzer zijn voor een federaal Europa. Nu breekt dat Europa op. Eppink: Ik denk dat we moeten bijdraaien. Landen zouden uit de euro moeten kunnen stappen, of hun eigen munt aan de euro moeten kunnen koppelen. Europa moet zich concentreren op een aantal kerntaken. Op andere terreinen moeten landen weer meer vrijheid en autonomie krijgen. Wat je zeker moet vermijden, is alle landen dwingen om hetzelfde te zijn en te doen. Cultureel is dat onmogelijk. De EU moet bijvoorbeeld niet overal het homohuwelijk willen invoeren. Eppink: Daar gaan steeds meer stemmen voor op, ja. Maar dat is nu bij uitstek iets wat Europa zeker niet moet doen. Het homohuwelijk, waar ik zelf een voorstander van ben, bestaat in België, Nederland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Spanje... Dat breidt zich uit zonder enige dwang en zo is het goed. Maar als men het bijvoorbeeld in Polen moet invoeren, komt heel de bevolking in opstand tegen de Europese Unie. Zoiets moet elk land in eigen tempo kunnen regelen. Eppink: Dat zijn er nog veel, hoor: interne markt, buitenlandse handel, milieu, grenscontroles, energiezekerheid en een deel van de buitenlandse politiek. Als we dat goed doen, zou het al heel wat zijn. En men moet zeker ophouden met sprookjes te vertellen. Er wordt momenteel hard gewerkt aan een nieuw verhaal, a new narrative over Europa. Niet verstandig. In Spanje en Griekenland zit de helft van de jongeren zonder werk. Als je dan afkomt met een sprookje, komen ze hier de ruiten ingooien. Eppink: Ik moet zeggen dat uiterst links regelmatig een punt heeft. Ze komen met andere oplossingen, waarvan de geschiedenis heeft bewezen dat ze niet werken. Maar de uiterst linkse partijen, ook in Nederland en Frankrijk en Italië, hebben wel gelijk als ze zeggen dat de burgers volkomen vervreemd zijn van hun eigen Europese instellingen. Eppink:(lacht) Je zou ook kunnen zeggen dat ik het systeem van binnenuit probeerde te hervormen. Ik heb ervaren hoe het voelt om tot die elite te behoren. Als je door de gangen van de Commissie loopt, krijg je het idee dat Europa van jou is. De zaal waar de commissarissen vergaderen, lijkt op een schip. Zij hebben het idee dat ze aan het roer staan. En als de burger protesteert, vragen ze zich af waarom de mensen toch zo ondankbaar zijn. Eppink: Dat hangt ervan af wat u daaronder verstaat. Voor de socialisten wordt een Europees minimumloon volgend jaar hét verkiezingsthema. En dat is vast goed bedoeld, maar de consequenties zouden vreselijk zijn. Als men in Bulgarije een minimumloon op Europees niveau invoert, zal dat ginder onmiddellijk enorme werkloosheid creëren. Zo produceert een sociaal pleidooi een sociaal bloedbad. Eppink: De werkgelegenheid moet worden gestimuleerd. Dat kan alleen als het systeem flexibel genoeg is. Spanje heeft een rigide arbeidsmarkt, met een sterke bescherming tegen ontslag. Dat vond iedereen altijd geweldig. Het probleem is alleen dat Spanje zelfs in tijden van hoogconjunctuur een structurele werkloosheid van zestien procent kent. Je moet bedrijven de mogelijkheid geven om mensen te ontslaan als het minder goed gaat, anders nemen ze geen mensen in dienst als het goed gaat. Eppink: Ik vind het belangrijk dat mensen makkelijker aan een baan kunnen komen dan aan een uitkering, maar ik ben veeleer een klassieke marktliberaal. Het beste sociale beleid is de creatie van gezonde bedrijven, die met een beperkte overheidssteun een zo sterk mogelijke concurrentiepositie kunnen uitbouwen. Eppink: Als u mij vraagt waar deze crisis vandaan komt, dan zijn er natuurlijk veel factoren. Maar een van die factoren was zeker de gratisgeldpolitiek in de Verenigde Staten. Eppink: De manier waarop men hypotheken begon te verstrekken, deed denken aan de gratispolitiek van Steve Stevaert vroeger. Banken werden verplicht om leningen te geven aan mensen van wie iedereen wist dat ze die nooit konden terugbetalen. De grondgedachte was sociaal: het bevorderen van huizenbezit onder alle lagen van de bevolking. Zo is de ellende begonnen. Om nog maar eens te zeggen: wat men verkoopt als sociaal, is niet altijd sociaal. Dat gold ook voor de leer van Stevaert. Eppink: Ik heb altijd een uitstekende relatie gehad met Herman De Croo. Maar ik ben vooral goed bevriend met Pieter De Crem. Ik vind hem een zeer capabel politicus. Hij zou een zeer goede secretaris-generaal van de NAVO zijn. Eppink: En die droom zou wel eens in vervulling kunnen gaan. Alles hangt ervan af hoe de kaarten vallen in Duitsland. Als de Duitsers Schulz voorzitter van de Commissie maken, en Anders Fogh Rasmussen van de NAVO gaat naar Buitenlandse Zaken, en Herman Van Rompuy wordt vervangen door een Zuid-Europeaan - wel, dan zou De Crem de NAVO kunnen krijgen. Hij zou zeker de steun en het vertrouwen van de Amerikanen hebben, want hij vaart een zeer pro-Atlantische koers. Eppink: Inderdaad. Dat beide posten naar een Belg gaan, lijkt mij zeer onwaarschijnlijk. Ik denk trouwens dat er ook bij de Britse eerste minister, in Downing Street 10, een veto tegen Verhofstadt tussen het theeservies ligt. Zijn profiel is te eurofiel. Wees gerust: Cameron zal minder dan een jaar voor de Britse verkiezingen niet aarzelen zo'n veto tegen Verhofstadt te gebruiken. Eppink: Ja, dat is een groot verschil. In Nederland is die verhouding afstandelijker. In Vlaanderen ben je als journalist gedwongen om een zekere kameraadschap op te bouwen met bepaalde figuren, omdat je anders geen informatie krijgt. Eppink: Nee, dat is niet gezond. Omdat het een incestueuze verhouding wordt. Kranten schrijven dan voor een politicus die hen bevoorraadt, en politici die stout zijn, krijgen de roe. Een ander nadeel aan de Vlaamse pers, in vergelijking met Nederland, is dat je geen diversiteit hebt. In Nederland heb je kranten met een fundamenteel verschillende signatuur. Eppink: Nou, ik heb weleens de indruk dat alles hier op mekaar begint te lijken. Het is een monocultuur. Vlaamse journalisten spelen ook nogal vaak pupillenvoetbal. Eppink: Als kinderen voetbal spelen, staan ze allemaal constant op een kluitje om die bal heen. Dat zie je hier in de media: allemaal altijd achter dezelfde bal aan. De Vlaamse media zijn ook te eenzijdig links, ze reflecteren niet wat er onder de bevolking leeft. Daarom hebben ze ook zo'n slechte reputatie. Bijna even slecht als politici. En ik ben het nu allebei geweest, dus dieper kan ik niet meer zakken. Eppink: Dat weet ik nog niet. Huisman spelen. En allicht zal ik er bij een denktank gaan werken. Ik weet nog niet welke, maar ik ben contacten aan het leggen. Ik zal in elk geval aan opinievorming blijven doen. (lacht) Wees gerust: u hoort nog van mij. DOOR JOËL DE CEULAER, FOTO'S SASKIA VANDERSTICHELE'De Vlaming is geen revolutionair. Hij wil een eigen huisje, op zondag bij moeder taart met koffie, en een appartementje aan de kust.' 'Als Pieter De Crem secretaris-generaal van de NAVO wordt, kan Guy Verhofstadt geen voorzitter van de Europese Commissie meer worden.'