Het nieuwe decreet-Martens verklaart de niet-professionele sportbeoefenaar vrij.
...

Het nieuwe decreet-Martens verklaart de niet-professionele sportbeoefenaar vrij.Eenvoud en rechtszekerheid zijn de twee pijlers waarop het decreet- Martens rust, dat van 1 januari 1997 af het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar regelt. Het decreet geldt voor liefhebbers, zelfstandigen en werknemers die minder dan 499.920 frank bruto per jaar verdienen. Dit bedrag is gebaseerd op het nationaal minimumloon dat jaarlijks na advies van het Nationaal Paritair Comité voor de Sport wordt vastgesteld. Wie boven dit bedrag zit als loontrekkende, wordt beschouwd als professioneel sportbeoefenaar. Het decreet geldt niet voor bestuursleden en trainers, alleen voor actieve sporters, waarbij niet langer onderscheid gemaakt wordt qua leeftijd. Het beperkt zich tot het territorium waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Het decreet bepaalt dat elke niet-professionele sportbeoefenaar jaarlijks zijn vrijheid kan aanvragen bij de sportvereniging waarbij hij is aangesloten, en overstappen naar een andere club naar zijn keuze voor de duur van één jaar. Langere verbintenissen kunnen, maar met de mogelijkheid om daar na één of twee jaar uit te stappen (voor zover het een sportieve overeenkomst betreft, die losstaat van een arbeidscontract, waarvoor de federale wetgeving bevoegd blijft met de voorziene opstapclausules). Het aanvragen van de overgang kan gedurende één maand (bijvoorbeeld 1 juni tot 30 juni voor het voetbal, of gedurende een andere transferperiode, op voorwaarde dat de opzegtermijn op één maand bepaald blijft). De opzeg gebeurt op straffe van nietigheid in de voorgeschreven periode met een aangetekende brief, gericht aan de opgezegde sportvereniging én aan de sportfederatie. Wie die regels niet in acht neemt door, bijvoorbeeld, geen aangetekend schrijven te versturen of laattijdig zijn opzeg in te dienen, kan tijdens dat sportseizoen geen aanspraak meer maken op een overgang en blijft toegewezen aan zijn/haar oude club. EEN VASTE PERIODEBelangrijk genoeg kan de oude sportvereniging geen verzet aantekenen na 1 juli ; de transfer is dan onomkeerbaar. Helemaal nieuw is dat de verandering van club geen aanleiding mag geven tot betaling van een vergoeding in welke vorm of benaming ook. Vorige wetsvoorstellen of regelingen koppelden aan een overgang nog wel een geldsom, al dan niet opleidingsvergoeding of licentie genaamd. Het gold dan altijd een verrekening van het talent van de speler, wat dit decreet uitdrukkelijk verbiedt. Ook uitgestelde betalingen die verschuldigd zijn wanneer een speler in het eerste elftal verschijnt, worden beschouwd als transfervergoedingen onder opschortende voorwaarden. De vrije overgang werd ook in het oude decreet op de niet-betaalde sportbeoefenaar uit 1975 al vervat, maar behalve een vrij lange verzoeningsperiode (negen maanden tussen aanvraag en uitspraak) die afschrikwekkend werkte voor de betrokken sporter, schreef het decreet zelf geen sancties voor, waardoor het moeilijk afdwingbaar was en geen rechtszekerheid garandeerde. Die is er nu wel : door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap aangeduide ambtenaren kunnen na klacht van derden of ambtshalve optreden bij inbreuken tegen de nieuwe wet. Die sancties zijn van administratieve aard (verplichte openbaarmaking van de aanmaning in de pers, verbod op subsidies tot drie jaar, verbod om sportmanifestaties te organiseren in een periode van één tot zes maanden, geldboetes van 10.000 tot 100.000 frank voor een sportvereniging of het tienvoudige voor een sportfederatie) of in beperkte en zeer strikt omschreven gevallen van strafrechterlijke aard (boete van 26 tot 2000 frank, gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden). Strafsancties worden slechts toegepast wanneer alle andere mogelijkheden (vermaning, verzoeningsprocedure, uitsluiting van subisdies) faalden. Het decreet blijft het belang van één vaste transferperiode benadrukken, waardoor men niet op elk moment zijn vrijheid kan aanvragen omdat dit het sportieve verloop van de competitie zou beïnvloeden. Ook vroeger gesloten verbintenissen (bijvoorbeeld een sportief contract dat voor meerdere jaren bindt) vallen onder het nieuwe decreet, waardoor ze jaarlijks kunnen opgezegd worden. Voorts verplicht een nieuwe richtlijn de federaties en clubs om hun leden in te lichten over de nieuwe bepalingen, rechten en plichten zodat die niet onwetend blijven. Wie dat niet doet, stelt zich bloot aan sancties.