Wie tijdens de laatste maanden van Expo 58 langs het paviljoen van Vaticaanstad liep, kon daar niet alleen een fraai exemplaar van Rodins De denker aantreffen, maar ook heel wat blauwe boekenkaften met cyrillische letters op. De boeken zelf waren weg, verdwenen in de bagage van Sovjetburgers die aan hun bezoek aan de wereldtentoonstelling niet alleen veel wonderbaarlijke herinneringen overhielden, maar ook een exemplaar van Boris Pasternaks magnum opus Dokter Zjivago. De CIA had Expo 58 namelijk uitgekozen om een nieuw offensief te beginnen in de culturele oorlog tegen de Sovjet-Unie en Pasternaks roman vormde daarbij het belangrijkste wapen. Die roman, waarvan slechts een handvol Russen wist dat hij überhaupt bestond en die in eigen land niet uitgegeven mocht worden, zou met zijn negatieve beeld van de Russische Revolutie alweer een paar zieltjes winnen voor het kapitalisme, hoopten de Amerikanen.
...

Wie tijdens de laatste maanden van Expo 58 langs het paviljoen van Vaticaanstad liep, kon daar niet alleen een fraai exemplaar van Rodins De denker aantreffen, maar ook heel wat blauwe boekenkaften met cyrillische letters op. De boeken zelf waren weg, verdwenen in de bagage van Sovjetburgers die aan hun bezoek aan de wereldtentoonstelling niet alleen veel wonderbaarlijke herinneringen overhielden, maar ook een exemplaar van Boris Pasternaks magnum opus Dokter Zjivago. De CIA had Expo 58 namelijk uitgekozen om een nieuw offensief te beginnen in de culturele oorlog tegen de Sovjet-Unie en Pasternaks roman vormde daarbij het belangrijkste wapen. Die roman, waarvan slechts een handvol Russen wist dat hij überhaupt bestond en die in eigen land niet uitgegeven mocht worden, zou met zijn negatieve beeld van de Russische Revolutie alweer een paar zieltjes winnen voor het kapitalisme, hoopten de Amerikanen. Peter Finn, journalist bij The Washington Post, en Petra Couvée, slaviste en docente aan de universiteit van Sint-Petersburg, waren elk een deeltje van het spannende verhaal rond de publicatie van Dokter Zjivago op het spoor toen ze aan elkaar werden voorgesteld. Finn had ontdekt dat de CIA dan wel niet verantwoordelijk was voor de toekenning van de Nobelprijs aan Boris Pasternak, zoals een kwaadaardig gerucht wou, maar wel achter de verspreiding van Dokter Zjivago zat. Couvée was er dan weer achter gekomen dat de Nederlandse inlichtingendienst BVD de CIA een dienst had bewezen door Pasternaks roman in Nederland te laten drukken. Na heel wat vruchtbare gesprekken en een correspondentie van anderhalf jaar wisten Finn en Couvée wat ze met hun verhaal aan moesten: er kwam een boek. De zaak Zjivago vertelt het spannende relaas van Pasternak en zijn wereldvermaarde roman. Volgens zijn Sovjetuitgever kon het boek niet door de beugel vanwege zijn kritiek op de revolutie en zijn religieuze inslag. Dus gaf Pasternak zijn manuscript mee met de Italiaan Sergio D'Angelo om het in Italië te laten uitgeven. Via de Britse geheime dienst kwam de CIA in het bezit van een kopie, waarna de Amerikanen meteen het plan opvatten om een Russische versie uit te geven en die in de Sovjet-Unie te verspreiden. Pasternak kreeg in het najaar van 1958 de Nobelprijs voor zijn roman, wat voor de Sovjets genoeg was om hem op alle mogelijke manieren te koeioneren. Hij werd uit de schrijversbond gezet en kreeg karrenvrachten bedreigingen over zich heen tot hij zijn prijs uiteindelijk weigerde. Daarmee was de zaak echter nog niet gesloten, want na Pasternaks dood in 1960 werden zijn vriendin en haar dochter naar een strafkamp gestuurd. PETER FINN: Volgens Christopher Burns, een van Pasternaks biografen, was zijn grootste misdaad dat hij het stalinisme beschreef als een logisch gevolg van de revolutie, maar ik denk dat er meer aan de hand was. Wellicht vonden ze de persoonlijke teneur van het boek gewoon verkeerd, dus niet alleen de politieke ideeën. We kunnen het ons nog moeilijk voorstellen, maar schrijvers hadden toen enorm veel invloed. Zij waren voor de Sovjetburger wat popsterren voor ons zijn. Jevgeni Jevtoesjenko kon bijvoorbeeld heuse voetbalstadions vullen met zijn poëzievoordrachten. De Russen hielden van hun literatuur, want lezen bood een uitweg uit de grauwe realiteit. En dat besefte het Kremlin maar al te goed. Schrijvers werden verondersteld boeken af te leveren die mensen zouden boetseren tot voorbeeldige Sovjetburgers en zouden bijdragen aan de opbouw van de communistische samenleving. Dat botste met de individualistische expressie van Pasternak. PETRA COUVÉE: Schrijvers waren ingenieurs van de ziel, zoals Stalin ooit had gezegd. De ideale roman was er eentje die je na het omslaan van de laatste bladzijde de onweerstaanbare drang gaf om lid van de communistische partij te worden. De partij verwachtte romans over cementfabrieken en de aanleg van kanalen, maar daar moest je bij Pasternak niet mee aankomen. Hij schreef gewoon waarin hij zin had, en dat maakte hem vrij uniek voor zijn tijd. FINN: Die regels waren er wel, maar ze bleven heel abstract. Je wist zo ongeveer wel wat er van je werd verwacht: dat je constructief moest schrijven en enthousiast moest zijn over alles wat de partij probeerde te verwezenlijken. Je taak was om mensen voor te bereiden op de communistische heilstaat. Je helden moesten stoere, welmenende communisten zijn die altijd de juiste beslissingen namen. Maar voor de rest was het niet zo duidelijk. De regels waren rekbaar en als ze je zochten, vonden ze je ook. COUVÉE: In dat opzicht was Dokter Zjivago een vreemd boek. Het bevatte bijvoorbeeld nogal wat christelijke elementen en verwijzingen waarvan zelfs Pasternaks collega's niet wisten waaraan ze refereerden. De Russische uitgewekenen in Duitsland of Frankrijk snapten echter meteen waarover Pasternak het had. Net als hij waren zij kinderen van de Moskouse intelligentsia van voor de revolutie. Je zou Pasternak dus kunnen zien als een binnenlandse uitgewekene. COUVÉE: Dat weten we niet precies, maar er zijn wel een paar redenen denkbaar. Zo was hij veel voorzichtiger dan iemand als Osip Mandelstam, die een spotgedicht schreef over Stalin en zijn literaire epigonen - het werd ook weleens zijn zestien regels tellende doodvonnis genoemd - en die dit met de goelag moest bekopen. Zulke risico's nam Pasternak niet. Op een bepaald moment stond hij wel op een lijst van verdachte schrijvers. Mogelijk had Stalin een boon voor hem omdat hij Georgische poëzie naar het Russisch vertaalde (Stalin was afkomstig uit Georgië, nvdr.). FINN: Er was natuurlijk ook de boodschap die Pasternak schreef nadat Stalins vrouw Alliloejeva in 1932 zelfmoord had gepleegd. In een brief in de Literatoernaja Gazeta liet een groep van 33 schrijvers toen optekenen dat Alliloejeva een heldin van de revolutie was geweest, en allerlei andere platitudes. Pasternak was daar niet bij, maar op een of andere manier slaagde hij erin om onderaan een persoonlijke boodschap toe te voegen. 'Ik deel de gevoelens van mijn kameraden', schreef hij. 'De avond ervoor had ik voor het eerst als kunstenaar diep en intensief nagedacht over Stalin.'s Morgens las ik het nieuws. Ik was geschokt, alsof ik erbij was geweest, naast zijn zijde had gestaan en alles had gezien.' Sommigen denken dat hij toen binnendrong in de privékringen van Stalin en de dictator hem nadien op cruciale momenten de hand boven het hoofd heeft gehouden. Dat kon aangezien de terreur volstrekt willekeurig was. Trouwe partijsoldaten werden soms veroordeeld terwijl dissidenten het overleefden. COUVÉE: Ik begon pas iets van de stalinistische terreur te snappen toen mijn Moskouse diensthoofd me vertelde hoe zijn vader gearresteerd werd omdat hij op het verkeerde moment een jasje droeg. Hij deelde dat jasje met zes anderen: er was een beurtrol ingesteld wie wanneer het jasje mocht dragen, bijvoorbeeld om te gaan solliciteren of om een meisje mee uit te nemen. Op een dag had de man het jasje nodig terwijl het eigenlijk aan de beurt van een ander was, dus trok die naar de politie met de melding dat de man iets smerigs had gezegd over Stalin. Hij verdween een aantal jaar in een strafkamp en zijn nakomelingen zijn nog steeds getraumatiseerd. Mijn diensthoofd is als de dood voor alles wat met bureaucratie te maken heeft. Dat is terreur. Meer dan de helft van degenen die werden aangeklaagd, waren aan de galg gepraat door familie of buren. Dat kwam niet doordat Russen zoveel slechter waren dan u of ik, maar doordat ze zelf bang waren voor de terreur. Het was jij of iemand anders, en als jij die ander overdroeg, bleef je zelf misschien buiten schot. FINN: Pasternak stuurde zijn manuscript naar de officiële Sovjetuitgeverij in de hoop dat ze een ingekorte versie zouden publiceren, maar dat gebeurde niet. Het bleef stil, terwijl voor hem niets ter wereld belangrijker was dan zijn boek in de winkel krijgen. Hij aanzag het als zijn testament. Hij was 66 en wou het risico wel nemen. FINN: Puur geluk. Sergio D'Angelo zocht hem thuis op en hij bleek toevallig de juiste man op de juiste plaats te zijn. D'Angelo had nog nooit iets van Pasternak gelezen. Hij was geen fan of zo, maar iemand op zoek naar nieuw werk. Na de dood van Stalin was er een lichte dooi ingetreden. De grens had een paar decennia potdicht gezeten en in West-Europa was men benieuwd wat de Russen toen hadden geschreven. Stel dat Pasternak bezoek had gekregen van een Belg, dan was Dokter Zjivago misschien wel door een Belgische uitgeverij op de markt gebracht. COUVÉE: Toch denk ik dat er meer aan de hand was. De Italiaanse communistische partij, waarvan uitgever Giangiacomo Feltrinelli een actief lid was, had altijd goede relaties onderhouden met de Sovjet-Unie. Voor Pasternak speelde dat mee. Hij zou zijn manuscript niet aan zomaar om het even wie hebben meegegeven. FINN: Omdat de CIA een geheime dienst is die altijd elke betrokkenheid ontkent. Dat doen veiligheidsdiensten nu eenmaal. Ik denk dat Petra en ik geluk hebben gehad dat we ons boek vijftig jaar na de feiten hebben geschreven. Aanvankelijk toonde de CIA geen enkele bereidheid om mee te werken. Uiteindelijk kregen een paar historici die in het archief van de CIA werkten, interesse voor ons project. Zij begonnen research voor ons te doen en maakten geklasseerde informatie toegankelijk. FINN: Dat is nu eenmaal de realiteit. Wanneer je van The Washington Post, The New York Times of The Wall Street Journal bent, krijg je makkelijker dingen gedaan dan wanneer je daar als Belgische journalist de deur binnenwandelt. Maar dat is in alle landen zo. Ik ben tien jaar correspondent geweest in Europa, ook in Berlijn. Van tijd tot tijd probeerde ik iets te weten te komen van de Duitse inlichtingendienst en telkens merkte ik dat ze tegen iemand van Der Spiegel of Die Zeit anders waren dan tegen mij. COUVÉE: Ik heb dat ook gevoeld toen ik onderzoek deed naar de rol van de Nederlandse inlichtingendienst BVD in de zaak Pasternak. Uit Nederlandse bronnen wist ik dat de BVD in opdracht van de CIA een uitgever had gezocht die de eerste Russischtalige Dokter Zjivago wou uitbrengen: Mouton, een academische uitgever uit Den Haag. Misschien kom ik in Washington meer te weten, dacht ik aanvankelijk, maar na het inwinnen van een paar inlichtingen ben ik toch maar thuis gebleven. Als Nederlandse zou ik er toch geen voet aan de grond gekregen hebben. FINN: Omdat de Britse inlichtingendienst daarop had aangedrongen. Die wilde ieder spoor naar de VS vermijden om het leven van Pasternak en zijn verwanten niet in gevaar te brengen. Het boek moest dus in Europa worden gedrukt. Amerikaans en Europees papier waren immers heel makkelijk van elkaar te onderscheiden. Voor een tweede editie had dat veel minder belang. De pocketversie, op bijbelpapier, werd daarom in Washington gedrukt. COUVÉE: Omdat 16.000 Sovjettoeristen die wereldtentoonstelling zouden bezoeken. Waar anders trof je zo'n grote doelgroep aan? Niet dat Mouton meteen ook de opdracht kreeg om zoveel boeken te drukken. De eerste oplage bedroeg slechts 1100 exemplaren. Feltrinelli, die Pasternak vertegenwoordigde in het Westen, wist van niets en bestempelde het als een piraateditie. Toen Pasternak een exemplaar in handen kreeg, sprong hij zowat uit zijn vel omdat ze een ongecorrigeerde proef hadden gedrukt en er nog heel wat fouten in stonden. Heel professioneel verliep het dus allemaal niet. FINN: Om nogal voor de hand liggende redenen kon de verspreiding natuurlijk niet vanuit het Amerikaanse paviljoen gebeuren. Het Vaticaanse paviljoen had een boekenstandje dat werd gerund door een Russisch-Belgische katholieke organisatie die bijbels en andere religieuze boeken verspreidde. In het Russisch. Kwam dat even goed uit! Met de verspreiding van die gratis boeken begaf het Vaticaan zich wel op de grens van het toelaatbare. Openlijke propaganda was immers verboden door de organisatoren van Expo 58. Terwijl die hele Expo op zich propaganda was natuurlijk. Het mocht alleen niet te veel opvallen. COUVÉE: Het Vaticaan had ook een lokvogel voor de deur staan: De denker van Rodin, een beeld dat in de Sovjet-Unie een mythische reputatie had. Sovjetburgers reisden met de boot naar België en kregen aan boord uitgelegd welke paviljoenen ze moesten bezoeken en welke niet. Dat van het Vaticaan stelde echt niets voor, maar de Rodin voor de ingang was wel een ommetje waard, werd gezegd. Eens daar werden ze aan de voet van De denker aangesproken in hun eigen taal, door priesters of vrijwilligers die hun vroegen of ze zin hadden in een paar gratis boeken. FINN: Het eerste wat men met die gekregen boeken deed, was de kaft er afscheuren. Mouton had namelijk een heel imposant, dik, groot en zwaar boek afgeleverd dat je moeilijk ongemerkt de Sovjet-Unie kon binnensmokkelen. Dus scheurden mensen het in stukken om het op verschillende plekken te verbergen. Dat is trouwens ook de reden waarom de tweede editie van Dokter Zjivago zo klein en dun was. De CIA had iets bijgeleerd. FINN: De Koude Oorlog was inderdaad ook een culturele oorlog. Er werden boeken met ballonnen het IJzeren Gordijn over gejaagd. Andere werden meegegeven met toeristen of gewoon per post opgestuurd. De CIA verspreidde miljoenen boeken in de Sovjet-Unie. In 1991, het laatste jaar van het boekenprogramma, waren het er nog 165.000. Boeken waren wapens: men hoopte dat ze mensen aan het denken zouden zetten. Men realiseerde zich dat dit een werk van decennia zou zijn. Het programma begon in 1956 en liep 35 jaar. Heel wat gevoeliger lag het CIA-programma dat intellectuele en artistieke activiteiten in West-Europa sponsorde. Hier moeide men zich in de interne aangelegenheden van bondgenoten. Toen het bestaan van dat programma in de jaren 1960 aan het licht kwam, werd het vlug stilgelegd, omdat het zowel in de VS als in Europa heel wat weerstand opriep bij de bevolking. Niet zo scherp als tegen het recente NSA-afluisterschandaal, maar toch wel vrij hevig. Het doel van dat programma was niet-communistisch links propageren. Dat was immers de groep die sympathie zou kunnen krijgen voor de Sovjet-Unie. De conservatieven hadden geen steun nodig. Die zorgden wel voor zichzelf. De CIA betaalde voor Amerikaanse tentoonstellingen en concerttournees van Amerikaanse orkesten, en sponsorde intellectuele tijdschriften zoals Encounter en het literaire blad The Paris Review. De bedoeling was een westerse, trans-Atlantische culturele coalitie te vormen die tegenover de Sovjet-Unie stond. FINN: Een paar jaar later zei Chroesjtsjov, die toen zelf al aan de kant was geschoven, dat die reactie totaal ongepast was geweest. Hij noemde het zelfs 'een blunder'. Hij begreep ook niet waarom de roman ooit verboden was geweest. Hij had een stel citaten uit het boek onder ogen gekregen, maar de roman zelf las hij pas later, toen hij zijn memoires aan het schrijven was, memoires die hij ironisch genoeg net als Boris Pasternak eerst in het buitenland liet uitgeven. COUVÉE: Censuur was normaal in de Sovjet-Unie en ze is het vandaag in Rusland nog steeds. Met uitzondering misschien van de Jeltsin-jaren is er altijd censuur geweest. Pasternak begreep ook niet goed waarom men hem zo hard aanpakte. Men had zijn boek in een verkorte versie kunnen uitgeven, zoals zo vaak gebeurde met boeken waarop men kritiek had. Wat mij fascineert, is dat er toen een zware censuur was, maar geen censor. Het waren je collega's die je censureerden. Zij tikten je op de vingers wanneer je hun iets voorlas, of je redacteur greep in, maar een organisatie die bepaalde of je boek al dan niet door de beugel kon, was er niet. De censor was overal om je heen. Zo werkt het vandaag nog steeds. Poetin doet of zegt niet veel. Hij laat alles over aan de fantasie van zijn burgers. De grootste excessen ontstaan daar waar mensen actief zijn die willen handelen in Poetins geest. FINN: Hij was inderdaad bang dat hij zou worden uitgewezen. COUVÉE: Zijn minnares Olga Ivinskaja was opgepakt geweest en naar een interneringskamp gestuurd vanwege Dokter Zjivago. Ze was nadien weer vrijgelaten, maar Pasternak vreesde dat ze door hem niet meer als vertaalster kon werken. Vandaar het telegram dat hij naar de autoriteiten schreef: 'Ik zie af van de Nobelprijs. Geef Olga nu haar job terug.' FINN: Toen gingen ze pas echt achter Ivinskaja aan. Er werd beslist dat Pasternak gerehabiliteerd zou worden door alle schuld op haar af te schuiven. Opeens was het haar idee geweest om Dokter Zjivago naar Italië te smokkelen. Sommigen gingen zelfs zo ver dat ze suggereerden dat Pasternak nooit zo'n blasfemisch boek had kunnen schrijven. Dat moest Ivinskaja wel hebben gedaan. Ze werd voorgesteld als een hysterica die uit was op Pasternaks geld en positie, en die zijn westerse royalty's probeerde op te strijken. Uiteindelijk kreeg ze acht jaar dwangarbeid en haar dochter drie jaar voor medeplichtigheid. COUVÉE: Dat imago heeft ze heel lang behouden, zeker tot in de jaren 1990. Pasternak zelf lijkt trouwens weer helemaal aanvaard te zijn. Bij de afsluiting van de Olympische Spelen werd de Russische cultuur nog eens extra in het zonnetje gezet. Tolstoj en Dostojevski passeerden natuurlijk de revue, maar ook Pasternak. Ik vond dat zo raar: Poetin die glimlachend naar een foto van Pasternak zat te kijken. De boekhandels liggen trouwens ook vol Pasternak. Onlangs zag ik nog een uitgave van Dokter Zjivago met op de cover een brede diagonale roze band met daarop in zwarte letters: 'Verboden boek'. Dit had Boris Pasternak moeten zien, dacht ik toen.DOOR MARNIX VERPLANCKE'Vanaf 1956 verspreidde de CIA 35 jaar lang miljoenen boeken in de Sovjet-Unie.' 'Meer dan de helft van de aangeklaagden waren aan de galg gepraat door familie of buren. Het was jij of iemand anders.'