LEO PEETERS
...

LEO PEETERS Mensen die nergens anders terecht kunnen, betalen vaak veel voor slechte woonkwaliteit en hebben weinig woonzekerheid. Ervoor zorgen dat zij goed en betaalbaar kunnen wonen, noemt minister van Stedelijk Beleid en Huisvesting Leo Peeters (SP) de eerste taak van de sociale huursector.?Wetenschappelijk onderzoek maakt duidelijk dat de doelgroep van de sociale huisvesting gewijzigd is. Vooral bejaarden, eenoudergezinnen en alleenstaanden raken in de problemen. We moeten voorkomen dat die mensen gemarginaliseerd worden. Dat kan vooral door de sociale huisvesting te integreren binnen gewone wijken en buurten. We moeten afstappen van de grote woonblokken van vroeger en kordaat kiezen voor kleinschaligheid. Ook in een combinatie van koop- en huurwoningen, appartementen en gezinswoningen zitten vele kansen. Het Sociaal Impulsfonds dat we oprichtten om de kernen van steden en gemeenten nieuw leven in te blazen, biedt mogelijkheden voor de lokale bestuurders. Zelf zijn we ondertussen niet blind voor de problematiek van de hoogbouwblokken. Zo werken we momenteel aan een leefbaarheidscode. Die bevat richtlijnen die de bewoners moeten helpen zich echt thuis te voelen in een vertrouwde en veilige omgeving. De sociale bouwmaatschappijen klagen over getto's maar als de leefbaarheidscode aan bod komt, stellen ze dat de problemen niet overdreven mogen worden. Dat begrijp ik niet. Evenmin als hun opmerking dat de Wooncode waaraan we werken, te veel details zou bevatten. De Wooncode is toch de decretale basis van het huisvestingsbeleid. Alle aspecten van dat beleid, zowel kwalitatief als kwantitatief, komen daarin aan bod. Wil dat allemaal geen dode letter blijven, dan moeten de wettelijke bepalingen concreet genoeg zijn om op het terrein afdwingbaar te zijn. Overigens werden alle huisvestingsmaatschappijen al in mei geïnformeerd over de criteria voor de aanwending van de 9 miljard frank reserves. Ik besef dat er voor de sociale huisvesting altijd meer geld kan worden gebruikt. Belangrijk is om daar met alle betrokkenen voor te blijven ijveren, maar vooral ook om nu alle beschikbare middelen aan te wenden ten bate van de mensen met de laagste inkomens. Daar ligt de taak van de sociale huisvestingsmaatschappijen.? WILLY STEVENS Minister voor Huisvesting, Leo Peeters (SP), wil een grondige hervorming doorvoeren binnen de sector van de sociale huisvesting. Het ziet er volgens Willy Stevens, secretaris van de Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen (VVH), niet naar uit dat die hervorming er ook zal komen.?In zijn beleidsbrief stelde minister Peeters dat hij komaf wil maken met de jarenlange kritiek op té lange procedures en té ingewikkelde subsidiestelsels. Dat gebeurt echter niet. Daar is om te beginnen de Vlaamse Wooncode. Het ontwerp dateert nog uit de tijd dat Norbert De Batselier (SP) minister van Huisvesting was. Nu wij eindelijk bij de besprekingen betrokken worden, kunnen we enkel vaststellen dat er een detaillistisch, onvolledig en onduidelijk ontwerp op tafel ligt. Wij willen een grondwet van het sociaal huisvestingsbeleid in Vlaanderen, die algemene principes bevat, continuïteit en zekerheid geeft zonder te gaan overreguleren. Er is een nijpende behoefte aan behoorlijke huisvesting, dat staat vast. Studies en ook het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen signaleren de behoefte aan de renovatie van 300.000 slechte woningen en 400.000 nieuw te bouwen woningen. In de praktijk wil dat zeggen dat de sociale huisvestingsmaatschappijen samen tien jaar lang moeten zorgen voor tussen de 3.500 en 7.000 nieuwe of te vervangen woningen. Per jaar ! Ter vergelijking : het urgentieprogramma voor de sociale woningen leverde tienduizend woningen in vier jaar tijd. Om tegen 2007 echt iets te veranderen, moeten er meer middelen en geld komen. Om te verhelpen aan die 300.000 slechte woningen in Vlaanderen, zouden de sociale huisvestingsmaatschappijen en de Vlaamse regering samen negen miljard frank investeren. Tot vandaag weten we niets over het programma, noch over de wijze van financiering. Tegelijk willen we stellen dat het goed is woningen en wijken te renoveren, maar dat in bepaalde gebieden minstens zoveel behoefte bestaat aan nieuwbouw. In verband met onze oproep om de inkomensgrenzen op te trekken voor huurders van sociale woningen, willen we voorkomen dat de lokale sociale huisvestingsmaatschappijen in een spiraal van problemen komen. En dat gebeurt als enkel de marginale inkomens in aanmerking komen.? Opgetekend doorMisjoe Verleyen