De keizer was een man van een haast maniakale organisatie en systematiek, die elke dag stipt om 9 uur begon. Ook al was hij eerder klaar, nooit heeft hij de deuren naar zijn salon laten openzetten voordat de pendule negen slagen had laten klinken. Op dat moment begon de zogenaamde lever, een traditie die Napoleon had overgenomen van de Zonnekoning Louis XIV. In het salon stonden vaste klanten, zoals leden van de keizerlijke familie, kardinalen of generaals, voorzitters van de instellingen van de staat, allemaal in grand tenue. De gesprekken verliepen informeel maar moesten handelen over de politiek of andere zaken van algemeen belang. Er werd bovendien een precieze etiquette gerespecteerd. Een hand geven was te egalitair en werd vervangen door een hoofs hoofdknikje. Napoleon wilde hoe dan ook de losse en soms oneerbiedige omgangsvormen van het revolutionaire tijdperk achter zich laten. Het salon telde zes fauteuils en twaalf stoelen, of het zich nu in het paleis van Saint-Cloud, de Tuilerieën of Fontainebleau bevond. Ook dat hoorde bij Napoleons zin voor systematiek: in alle paleizen waren zijn werkruimtes, salons en appartementen op haast identieke wijze ingedeeld en ingericht. Als je dus zijn vertrekken in Fontainebleau bezoekt, zie je meteen hoe het in de intussen verdwenen residenties van Saint-Cloud en Parijs was.
...