"In plaats van geld te stoppen in oorlog, moeten we investeren in het professionaliseren van het geweldloos oplossen van conflicten", vindt advocate Ria Convents, een van de Women in Black, vrouwen uit de hele wereld die zich verzetten tegen elke vorm van terreur.
...

"In plaats van geld te stoppen in oorlog, moeten we investeren in het professionaliseren van het geweldloos oplossen van conflicten", vindt advocate Ria Convents, een van de Women in Black, vrouwen uit de hele wereld die zich verzetten tegen elke vorm van terreur. Tot eind juni staat Ria Convents elke woensdagmiddag in het zwart op post voor het Leuvense stadhuis. Tegen de terreur van Milosevic én tegen de Navo. Ze begrijpt niet dat het in ex-Joegoslavië tot een oorlog is moeten komen. "Er waren ook sterke vredelievende stromingen. De leider van de gematigde Kosovaren, Ibrahim Rugova, was al van het begin van de jaren negentig bezig met het vormen van een geweldloze beweging. Waarom kreeg die zo weinig steun? Waarom krijgen pogingen om conflicten geweldloos op te lossen nauwelijks steun van de overheid?" Ria Convents houdt niet van zwartwittegenstellingen. Naast die tegenstellingen, is er voor haar een derde weg, die van het verschil. "Als jij en ik ergens 'anders' over denken, moeten we dan elkaar daarvoor per se de strot oversnijden? Zo werkt dat toch niet", vraagt Ria Convents. "Conflicten maken deel uit van een samenleving. Daar moeten wij mee leren omgaan: leren afstappen van het eigen gelijk, luisteren naar elkaar, respect... wat minder arrogantie, pretentie en zelfgenoegzaamheid siert." In de hele wereld weigeren Women in Black zich aan te sluiten bij het ene of andere kamp. Ze verzetten zich tegen alle terreur. De beweging is in de jaren zeventig ontstaan in Argentinië. Op de Plaza de Mayo in Buenos Aires hielden de mucheres, de dwaze moeders, protestacties tegen de militaire junta om opheldering te vragen over hun vermiste kinderen. De overheid durfde hen niet weg te jagen, wist niet hoe ze moest reageren. De actie van de Argentijnse vrouwen krijgt snel navolging in de rest van de wereld. Eerst nemen Israëlische vrouwen de fakkel over om de stopzetting te eisen van de bezetting van Palestijnse gebieden. Eind '87 staan Women in Black één uur per week in stilte op vele plaatsen in Israël en Italië. Vanaf oktober '91 staan ze wekelijks op de centrale Republica-plaats in Belgrado. Op 24 maart 1999 doen ze dat voor het laatst, als de Navo haar bommen begint te gooien op Belgrado, Kosovo en wat overblijft van ex-Joegoslavië. Tijdens de oorlog in Kosovo kunnen de Women in Black hun actie onmogelijk in Belgrado voortzetten. Vrouwen in Londen, Sevilla, Parijs, Rome, Leuven, Brussel en Brugge nemen het daarom van hen over. Schoorvoetend verleent de plaatselijke overheid de toelating om op een geweldloze manier tegen alle vormen van geweld te protesteren.