Omdat in het Midden-Oosten alles meestal erger is dan men denkt, hoeft de plotselinge ommekeer van Israëls premier Benyamin Netanyahu, en zijn samengaan met de oude generaal Ariël Sharon als minister van Buitenlandse Zaken, niet noodzakelijk goed nieuws te beduiden. Sharon heeft een rotreputatie. En ook al is hij nu een oud man en een van de enige overblijvende kolonisten van de echte Israëlische "frontier" (en op die manier een goede kameraad van zijn aartstegenstander Shimon Peres), het is ver van zeker dat de Palestijnen met hem zaken kunnen doen. Daarbij heeft hij misschien minder macht dan hij zou willen. Bibi Netanyahu, die tot hiertoe de functies van premier en Buitenlandse Zaken zelf combineerde, zou toch zelf toezicht ...

Omdat in het Midden-Oosten alles meestal erger is dan men denkt, hoeft de plotselinge ommekeer van Israëls premier Benyamin Netanyahu, en zijn samengaan met de oude generaal Ariël Sharon als minister van Buitenlandse Zaken, niet noodzakelijk goed nieuws te beduiden. Sharon heeft een rotreputatie. En ook al is hij nu een oud man en een van de enige overblijvende kolonisten van de echte Israëlische "frontier" (en op die manier een goede kameraad van zijn aartstegenstander Shimon Peres), het is ver van zeker dat de Palestijnen met hem zaken kunnen doen. Daarbij heeft hij misschien minder macht dan hij zou willen. Bibi Netanyahu, die tot hiertoe de functies van premier en Buitenlandse Zaken zelf combineerde, zou toch zelf toezicht houden op de "vredesdossiers". Wel dan. Is het dan toeval dat dit alles samenvalt met boze Turkse geluiden aan de andere kant van de Levant? Turkije, de reus met het grote Navo-leger, heeft al een kwarteeuw of langer enkele serieuze meningsverschillen met buurland Syrië, waarmee het een grens van 880 kilometer gemeen heeft. Dat gaat over territoriale aanspraken (van Syrië) op het oude Alexandrette (door Frankrijk in 1939 aan Turkije gegeven), over Koerdische intriges en guerrillakampen, over water, en over eeuwenoude antipathie. Maar tot op heden is het bij die antipathie en wat gemompelde dreigementen gebleven. Turkije heeft daarbij altijd uitstekende relaties met de joodse diaspora en met Israël gehad, zonder daarbij mee in het anti-Palestijnse kamp te springen. Het vredesproces van Israël en de Palestijnen - met zijn impact op de andere landen van het Midden-Oosten - is die verhoudingen beginnen te wijzigen. Turkije sloot een militair samenwerkingsverdrag met Israël. Zoiets kan in Syrië en de andere Arabische landen niet goed onthaald zijn.RELATIEF OUDE KOEKNu bedreigt Turkije Syrië met rechtstreekse militaire actie - Turkse kranten schrijven over Turkse vliegtuigraids op Damascus - als niet onmiddellijk dit of dat. Alle opgegeven redenen zijn relatief oude koek. De aanleiding zou de Syrische steun aan de PKK zijn, de Turks-Koerdische Koerdische Arbeiders Partij, die al jaren een guerrilla-oorlog voert in Turkije, en een "vuile oorlog" uitlokte die al meer dan dertigduizend doden gekost heeft - en het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie hielp voorkomen. Ankara zegt al zo lang de oorlog duurt dat de PKK wordt opgeleid en bewapend door Damascus, met name in opleidingskampen in de Libanese Bekaa-vallei, terwijl PKK-leider Abdullah Ocalan een kantoor in Damascus zou hebben. Syrië ontkent dit alles natuurlijk. Nu lijken de Turkse generaals dit spelletje beu te zijn, en tegelijk met een militair offensief tegen de PKK in het noorden van Irak, lijken ze nu een psychologisch-politieke actie naar Syrië toe op gang te hebben gebracht. Hoever zoiets kan gaan, is niet bekend. Waarschijnlijk is het bedacht om stopgezet te worden, bijvoorbeeld door de actie van Egyptes president Hosni Mobarak, die onmiddellijk Arabische hoofdsteden begon te bezoeken, en met dringende verzoeken in Turkije aankwam. Misschien doet hij dat omdat hij vindt dat de as Turkije-Israël te sterk wordt, als ze nu ook nog Syrië in de tang nemen. Misschien zit hij mee in een plan om de PKK uit te schakelen. Maar de Syrische president Hafes el Assad is er ook nog. Die is al tijden een meester in het manipuleren van milities en guerrillagroepen - in Libanon, en sindsdien in Zuid-Libanon tegen Israël -, en zal bij de PKK ook wel zijn ingangen hebben. Damascus klaagt erover dat Turkije, sinds het met de grote werken van de Ataturk-dam in midden-Anatolië het water van de bergen van Klein-Azië (onder andere van Koerdistan) controleert, en daarmee de bovenloop van de Eufraat (die Syrië en Irak van water voorziet), dat water gebruikt om zijn buurlanden onder druk te zetten. In 1990 heeft Ankara het water al een maand afgesneden. In een nieuw evenwicht waar Turkije en Israël niet alleen het militaire (en politieke) overwicht hebben, maar ook nog de watertoevoer controleren, gaat het Midden-Oosten wellicht nog interessante dagen tegemoet. S.V.E.