Mijnheer Van Miert, de ministers van Financiën van de Europese Unie versoepelen het Stabiliteitspact. Duitsland en Frankrijk halen hun slag thuis.

KAREL VAN MIERT: Het Stabiliteitspact had al een deel van zijn kracht verloren omdat Duitsland en Frankrijk het overtraden. Men heeft nu gekozen voor meer flexibiliteit, wat op zichzelf niet onverstandig is. Moet men van een land dat minder dan vijftig procent van zijn bruto nationaal product als openbare schuld heeft, dezelfde begrotingsorthodoxie eisen als van een land dat boven de honderd procent zit?
...

KAREL VAN MIERT: Het Stabiliteitspact had al een deel van zijn kracht verloren omdat Duitsland en Frankrijk het overtraden. Men heeft nu gekozen voor meer flexibiliteit, wat op zichzelf niet onverstandig is. Moet men van een land dat minder dan vijftig procent van zijn bruto nationaal product als openbare schuld heeft, dezelfde begrotingsorthodoxie eisen als van een land dat boven de honderd procent zit? Het probleem is de vaagheid van de nieuwe criteria. Ikzelf heb lang het idee verdedigd dat men toekomstgerichte investeringen die het geheel van de Unie ten goede komen, buiten de drie-procentnorm mag houden. Maar dat principe mag niet worden misbruikt. Frankrijk wil zijn defensie-uitgaven buiten het Pact houden, Duitsland wil dat de kosten van de hereniging niet worden meegerekend... op de duur blijft er niets over, en voert iedereen weer zijn eigen begrotingsbeleid. Opmerkelijk is ook dat Duitsland op één lijn zit met het Verenigd Koninkrijk om de controlebevoegdheden van de Commissie te beperken. Hoe langer hoe meer gedragen de grote lidstaten zich alsof de regels er alleen voor de anderen zijn. VAN MIERT: Tot voor kort ging men ervan uit dat het referendum vooral in het Verenigd Koninkrijk negatief zou kunnen uitdraaien. Ondertussen is er ook grote twijfel over Tsjechië en Frankrijk. De geschiedenis van het referendum over Maastricht herhaalt zich. Ook toen gaven de eerste opiniepolls in Frankrijk een ruime meerderheid voor 'ja'. Maar die voorsprong kalfde stelselmatig af, en uiteindelijk scheelde het minder dan één procent. We beleven nu hetzelfde. En opnieuw zie je in de discussies hoe Brussel in de rol van zondebok wordt gedrongen. Iedereen die om wat voor reden ook tegen de EU is, of tegen het beleid van de huidige Franse regering, gaat dan uit protest 'nee' stemmen. Als het referendum slecht uitpakt, kun je een kleiner land vragen om het te herdoen, zoals is gebeurd in Denemarken met het Verdrag van Maas- tricht. Maar als een groot land als Frankrijk de grondwet afwijst, zit Europa in het slop. Ik ben erg ongerust. Valéry Giscard d'Estaing heeft gezegd: 'Als Groot-Brittannië "nee" stemt, heeft Groot-Brittannië een probleem. Als Frankrijk "nee" stemt, heeft de EU een probleem.' Dat klonk niet erg bescheiden, maar het was wel juist. Die grondwet moest er zo nodig komen vanwege de uitbreiding. Er is genoeg gewaarschuwd dat men de institutionele hervorming vóór de uitbreiding had moeten regelen. Het is niet gebeurd, en nu dreigt men in een chaos terecht te komen. De Britten zullen zich daarbij in de handen wrijven, en niet alleen omdat ze dan zelf geen referendum meer moeten houden. Ook de Amerikanen zullen vergenoegd toekijken, want ze hebben de voorbije jaren veel meer gedaan om Europa te verdelen, dan om de eenmaking te steunen. VAN MIERT: Dat principe is al sinds 1958 in de Europese verdragen ingeschreven, al is het maar in een paar sectoren toegepast. Als je een echte Europese Unie wil, is vrij verkeer van diensten nodig. Maar dat moet stapsgewijs gebeuren, en mag niet worden misbruikt om plaatselijke cao's inzake minimumlonen en veiligheidsvoorschriften te omzeilen. Het zwakke punt in de Bolkesteinrichtlijn is de controle. Maar dat is ook zonder de richtlijn het geval, want heel wat buitenlanders werken ook nu in de illegaliteit. Dat het Europees parlement zijn werk doet, en de richtlijn waar nodig verfijnt en corrigeert. Wat mij stoort, is het gemakkelijke negativisme waarbij de EU weer als de grote boeman wordt voorgesteld. In Frankrijk heeft men het over de Frankensteinrichtlijn. Tot voor kort waren de Duitsers voor, nu zijn ze er vanwege hun hoge werkloosheid plotseling tegen. Dat is niet meer ernstig, zo gooit men het kind met het badwater weg. VAN MIERT: Een juiste beslissing. De aanklachten van het Joegoslavië-tribunaal zijn niet lichtzinnig opgesteld. Het verhaal van de Kroatische regering dat ze die Gotovina niet weet zitten, is niet erg overtuigend. En het is al evenzeer een schande dat beulen als Radovan Karadzic en Ratko Mladic ondergedoken kunnen blijven. In de hele wereld moet men weten dat oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet meer ongestraft blijven. Het is een stap vooruit als die door internationale rechtbanken worden behandeld. Men had dat beter ook gedaan met Saddam Hoessein en zijn trawanten. We moeten blijven herhalen hoe vreselijk het is dat de Ver- enigde Staten het Internationaal Strafhof niet erkennen. VAN MIERT: De Benelux is een kadaver. Zeker op het politieke vlak is er nauwelijks nog samenwerking tussen die drie. Nederland leunt veel meer aan bij de Angelsaksische politiek. Niet alleen bij het Verenigd Koninkrijk. Als de situatie het vereist, volgt het soms vrij slaafs de Verenigde Staten. Dat was zo met Irak, en ook met het Europese Galileoproject, waarvoor Nederland lang heeft dwarsgelegen. Die Atlantische aanhankelijkheid gaat op en neer. Wim Kok probeerde meer bij de Europese voortrekkers te behoren, maar de huidige regering vaart een andere koers. Ik ben niet altijd overtuigd van de Nederlandse wil om Europa verder uit te bouwen. VAN MIERT: Dat zijn twee behoorlijk cynische benoemingen. Wolfowitz is mee de architect van het unilateralisme en het oorlogsbeleid van de eerste regering-Bush. Die moet nu de ontwikkelingsprojecten van de Ver- enigde Naties leiden. En John Bolton heeft bewezen dat hij niet eens de grondidee achter de Verenigde Naties onderschrijft. Een paar jaar geleden verklaarde hij dat er volgens hem maar één permanent lid in de Veiligheidsraad mocht zetelen: de VS. Want dat was de enige juiste afspiegeling van de machtsverdeling in de wereld. Bolton heeft ook gezegd dat verdragen in de VS enkel wet zouden mogen zijn indien ze de Amerikaanse belangen dienen. Ook na het bezoek van George W. Bush en Condoleezza Rice aan Europa moet niemand zich illusies maken: de Amerikanen beschouwen ons niet als partner, maar als volgeling. Ik lees links en rechts dat Bush mensen als Wolfowitz en Bolton zou wegpromoveren, maar dat geloof ik niet. De VS willen de VN aan hun wil onderwerpen, en moeten ze dus van nabij controleren. Dat is aan die twee wel besteed. Als je naar instellingen die bij uitstek het multilateralisme vertegenwoordigen, kampioenen van het unilateralisme uitstuurt, bewijs je dat je politiek niet verandert, ondanks de mooie woorden in Brussel. VAN MIERT: De kans dat die spanning escaleert, is reëel. Met al hun moeilijkheden in Irak, willen de Amerikanen tijd winnen, en dus steunen ze de Europese pogingen om via diplomatieke weg Iran tot betere gedachten te brengen. Maar er zal toch een moment komen dat Washington tot actie overgaat. Niet met een invasie zoals in Irak, maar met een beperkte operatie tegen de nucleaire installaties. Het blijft toch merkwaardig dat Iran onder druk wordt gezet door de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, die zelf atoomwapens hebben, en door Duitsland, dat Amerikaanse wapens op zijn grondgebied duldt. Buurland Paki- stan heeft er, en vijand Israël eveneens. Bekijk dat maar eens door de bril van de Iraniërs: met welk recht komen al die landen hen de les lezen? Daarom pleit ik voor de stopzetting van álle kernbewapeningsprogramma's. Maar daar zijn ze in Washington, Londen en Parijs minder happig op. VAN MIERT: Dat bevestigt wat ik de vorige keer zei. De kans dat Israël ingrijpt, lijkt me groter dan de kans dat het blijft toekijken. VAN MIERT: Toen ik dat hoorde, heb ik met de ogen moeten knipperen. Wat was daar de bedoeling van? Met alle respect voor Lizin en Verwilghen, maar men weet perfect dat geen van beiden ook maar een waterkansje heeft op die benoeming. Er zijn zeer sterke kandidaten, zoals de Italiaanse Emma Bonino, en de Fransman Bernard Kouchner. Vooraleer je mensen voordraagt, moet je toch eerst even aftasten of ze ook een aanvaardbare kans maken. Zo niet bewijs je hen geen dienst, en bewijs je evenmin een dienst aan de internationale geloofwaardigheid van het land. Koen MeulenaereKarel Van Miert: : 'Met welk recht komen al die landen Iran de les lezen?'