Hij spreekt zijn vroegere collega's, zoals de topman van de Amerikaanse Federal Reserve Alan Greenspan, nog geregeld. En hij volgt de capriolen op de internationale valutamarkten nog altijd op de voet. Eregouverneur van de Nationale Bank van België Fons Verplaetse (74) gelooft niet dat de lage dollarkoers de wereldeconomie zal ontwrichten of in Europa tot een recessie zal leiden.
...

Hij spreekt zijn vroegere collega's, zoals de topman van de Amerikaanse Federal Reserve Alan Greenspan, nog geregeld. En hij volgt de capriolen op de internationale valutamarkten nog altijd op de voet. Eregouverneur van de Nationale Bank van België Fons Verplaetse (74) gelooft niet dat de lage dollarkoers de wereldeconomie zal ontwrichten of in Europa tot een recessie zal leiden. Amerikanen zijn het gewend in het rood te staan. De voorbije twintig jaar had de overheid drie keer een klein overschot op de begroting, onder Bill Clinton. Alle andere jaren waren er flinke tekorten - vooral onder Ronald Reagan en onder Bush junior. Zowel de Amerikaanse staat als de Amerikaanse gezinnen leven permanent een beetje boven hun stand. Amerikanen sparen heel weinig, zeker in vergelijking met de Belgen, maar wij zijn dan ook de grootste spaarders van de geïndustrialiseerde wereld. Amerikanen doen hun geld op nog voor ze het verdiend hebben. Vandaar ook al die . Een land dat boven zijn stand leeft, moet dat financieren door een beroep te doen op spaargeld uit het buitenland. Om het tekort op de betalingsbalans te compenseren, moet er elke dag twee miljard dollar naar de VS vloeien. Een beetje van overal. Ik heb het voor u opgezocht: op jaarbasis is dat 175 miljard dollar van Japan, 110 miljard van de oliesjeiks uit het Midden-Oosten, 90 miljard van de nieuwe Aziatische tijgers, 80 miljard van Europa, 50 miljard van Rusland, et cetera. Bijna de hele wereld betaalt mee aan het Amerikaanse tekort. Volgens de klassieke handboeken dreigt in dat soort situaties een enorme kapitaalvlucht en dringt zich een devaluatie op om tot een nieuw evenwicht te komen. Dat is wat wij in 1982 in België gedaan hebben. Maar België is de Verenigde Staten niet. In de hele wereld zullen mensen altijd in dollars blijven beleggen. Dat is veilig, en de Amerikaanse financiële markten zijn nog altijd veruit de beste van de wereld. Beleggers hebben vertrouwen in het Amerikaanse regime - of de president nu een Democraat of een Republikein is, maakt niet uit. De Amerikaanse economie groeit sneller dan de onze, en zowel in politiek als in militair opzicht blijven de Verenigde Staten nog altijd dominant. Dat weet ik niet. Aan alles is een grens natuurlijk, maar je moet de zaken een beetje in perspectief zien. In de tijd dat ik gouverneur van de Nationale Bank was, betaalde men gemiddeld 1,2 dollar voor 1 ecu (de European currency unit, de voorloper van de euro - nvdr). We hebben dan een pe- riode gehad dat de dollar een klein beetje sterker was dan de euro, maar dat was een ongelukje. Nu is de koers 1,30 tot 1,35 dollar voor een euro. Dat is dus tien procent beneden de vroegere evenwichtskoers. Is dat zo verschrikkelijk? Dat hangt er een beetje van af hoe je het bekijkt. De groei van de wereldeconomie was nog nooit zo groot als in 2004: we klopten vorig jaar alle records. De motor van die groei is de Amerikaanse import. Door het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans te financieren, stimuleren we dus als het ware de wereldeconomie. Tussen twee haakjes: ook de derde wereld vaart daar wel bij. Zou de dollar in waarde stijgen, dan vertraagt die groei. Dan krijgen wij misschien een groter stuk van de koek, maar de koek wordt kleiner. Ik betwijfel of we dan beter af zijn. De Fed (Federal Reserve Board, de Amerikaanse centrale bank - nvdr) zal dat in ieder geval nooit doen. Als je daar met Amerikanen over praat, zeggen ze: 'De dollar is ónze munt en úw probleem.' En we moeten de mogelijkheden van de Europese centrale banken niet overschatten. Onze actiemiddelen zijn zo beperkt dat we eigenlijk maar één ding kunnen doen: bestaande tendensen een beetje versterken. Maar we zullen er nooit in slagen fundamenteel tegen de markt in te gaan. Dat houden we nog geen week uit. Ik denk het. Wat niet belet dat de Amerikanen wel iets zullen moeten doen aan hun overheidsschuld: die bedraagt nu al 25 procent van hun bruto binnenlands product. Ze zijn de grootste schuldenaars van de wereld. Dat is niet eeuwig vol te houden, maar zoals ik al zei, ze kunnen het zich voorlopig nog permitteren. Het is ook niet zo vreselijk erg als hun handelsbalans met China een tekort vertoont, want de Chinezen gebruiken hun overschot 's an- derendaags toch om Amerikaanse schatkistcertificaten te onderschrijven. ()Dat zal nog niet voor morgen zijn. We gaan lichtjes vooruit, maar het aandeel van de euro is nog altijd niet veel groter dan vroeger dat van de Duitse mark, de Franse franc en de andere Europese munten bij elkaar opgeteld. Denkt u dat de Arabische sjeiks hun olie in euro's gaan verkopen? Nooit. Onmiskenbaar, net zoals het na de Eerste Wereldoorlog verschoof van Europa naar de Verenigde Staten. In 1985 - ik was toen kabi- netschef van Wilfried Martens (CD&V)- mocht ik in Peking een onderhoud meemaken van de premier met de toen al stokoude Deng Xiaoping. Die voorspelde ons dat binnen vijftig jaar iedere Chinees zijn eigen auto zou hebben. Toen we buitengingen, zei ik: 'Wilfried, die droomt nogal.' Maar Deng krijgt gelijk. In 2012 zal de totale koopkracht van de Chinese bevolking al groter zijn dan die van de Verenigde Staten. Tel daar India dan nog eens bij, Korea, Taiwan, Maleisië, de nieuwe Aziatische tijgers... Japan niet. Japan is een avondland geworden. Een land van renteniers, net als België overigens. We moeten dat goed beseffen. We moeten ons verstand gebruiken en tot een nieuwe taakverdeling komen. Ik denk niet dat de confectie-industrie bijvoorbeeld in België nog een grote toekomst heeft. Is dat erg? Tussen de twee wereldoorlogen hadden we in de streek van Sint-Niklaas een bloeiende klompennijverheid. Die is ook verdwenen. We moeten gesofistikeerde producten maken, die we aan de Chinezen kunnen verkopen. We moeten geen supermarkt willen zijn, maar een luxeboetiek. Nee, want we hebben toch wel iets bijgeleerd toen. De afhankelijkheid van olie is geweldig verminderd. In België zijn de olieproducten uit de indexkorf verdwenen, waardoor we veel minder gevoelig zijn voor grote schokken op de oliemarkt. Die gezondheidsindex is echt een formidabele uitvinding. Een tweede belangrijk punt is dat de inflatie in de hele wereld laag blijft. Ik weet het, er zijn mensen die een half procentje inflatie al te veel vinden, maar je zult dat beetje inflatie toch altijd nodig hebben om het raderwerk van de economie te smeren. Een derde verschil met de jaren zeventig is dat de begrotingstekorten onder controle zijn, behalve in de VS dan. Maar daar lig ik dus niet wakker van. Wij moeten in België niet te hoog van de toren blazen: we zijn lang genoeg de zieke man van Europa geweest. Ik spreek Hans Tietmeyer nog regelmatig, de voormalige baas van de Deutsche Bundesbank. Hij geloofde vroeger nooit dat wij, met onze overheidsschuld van 130 procent, erin zouden slagen de situatie recht te trekken. Als ik hem daar nu aan herinner en over het Duitse begrotingstekort begin, zegt hij: 'Duitsland is Duitsland niet meer.' 'Nee', zeg ik, 'en België is België niet meer'. We doen ons best. Het Zilverfonds bijvoorbeeld is een formidabel idee, maar het is als het karkas van een beer: vel over been, want de beer heeft honger. Er zit niets in. Nee, de schuldafbouw gaat niet snel genoeg. Iemand zou er eens flinke schop tegen moeten geven. En als we echt de vergrijzing willen voorbereiden, zullen we moeten beginnen met iets te doen aan onze lage werkgelegenheidsgraad. Die bedraagt nu 60 procent en daarmee hangen we in Europa aan de staart van het peloton. Ik zeg niet dat er een oorzakelijk verband is, maar het is toch wel heel merkwaardig dat in de Europese Unie de drie landen met de laagste werkgelegenheidsgraad - Italië, België en Griekenland - ook de landen zijn met de hoogste overheidsschuld. VERPLAETSE: Weet u, ik heb zeven jaar doorgebracht op het kabinet van premier Martens. Toen dacht ik nog: werkgelegenheid is een zaak van de markten. De markten brengen dat wel in orde! Vandaag denk ik dat niet meer. Je mag van de industrie niet vragen dat ze werkgelegenheid creëert. Dat zal in de dienstensector moeten gebeuren. Maar dan zal er wel veel moeten veranderen. Waar ligt het kalf gebonden? Het is zoals mevrouw De Wachter, de ere vice-gouverneur van de Nationale Bank, onlangs zei: de fiscale en parafiscale druk op de lonen is in België veel te hoog. Uit de statistieken van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling - nvdr) blijkt dat wij op dat vlak zowat het meest arbeidsonvriendelijke klimaat in Europa hebben. Stel: je verdient drievierde van het gemiddelde loon. Dan gaat van iedere euro die je meer verdient, 67 procent naar de schatkist. De werkgeversbijdragen alleen al bedragen 34 procent. Dat is natuurlijk dodelijk voor de werkgelegenheid. Om uit de impasse te geraken, denk ik dat we nood hebben aan een groot politiek en sociaal pact. Ik heb daar wel ideeën over. Ik zou graag eens een groepje van een tiental mensen bijeenbrengen om daarover van gedachten te wisselen. () Poupehan ligt in de Ardennen! Van werkgeverszijde is mij inderdaad gevraagd: Ik heb geantwoord: 'Jongens toch, Poupehan is bijna van mijn kleinkinderen.' Maar zonder zottigheden: als we iets willen doen aan de tewerkstelling, zullen halve maatregelen, zoals ten tijde van Guy Spitaels (PS) of Miet Smet (CD&V), niet volstaan. Dan is er een echte aardschok nodig. Nee. Ik ben nogal een Belg. Ik geloof niet dat de problemen in Vlaanderen fundamenteel verschillen van die in Wallonië. Volgens de doelstellingen van Lissabon moeten we in 2010 - dat is dus binnen vijf jaar al - een werkgelegenheidsgraad hebben van 70 procent. Daar zijn we nog heel ver van verwijderd. Ik geloof dat er dringend een paar onomkeerbare beslissingen genomen moeten worden. Persoonlijk zie ik het wel zitten. Maar ik vrees dat België er nog altijd niet rijp voor is. Door Piet Piryns en Hubert van Humbeeck'De Belgische schuldafbouw gaat niet snel genoeg. Iemand zou er eens flinke schop tegen moeten geven.'