De instemming van de Verenigde Naties met een Amerikaanse aanval op Bagdad, daar gaat het nu al weken over. Niet verwonderlijk, vindt professor Rik Coolsaet in een vrije tribune in De Standaard, want met de Iraakse kwestie zitten we bij de kern van de vraag hoe de internationale betrekkingen er de komende decennia zullen uitzien. Volgens Coolsaet staan we voor een beslissende keuze tussen een imperiale orde gedragen door de Amerikaanse militaire superioriteit, of een multilaterale rechtsorde rond de Verenigde Naties, waar de grote mogendheden elk naar best vermogen en op een constructieve manier samenwerken om de belangen van groot en klein, sterk en zwak, te behartigen. De miljoenen vredesmanifestanten die tijdens het voorbije weekeinde de straat op gingen, hebben hun keuze al gemaakt.
...

De instemming van de Verenigde Naties met een Amerikaanse aanval op Bagdad, daar gaat het nu al weken over. Niet verwonderlijk, vindt professor Rik Coolsaet in een vrije tribune in De Standaard, want met de Iraakse kwestie zitten we bij de kern van de vraag hoe de internationale betrekkingen er de komende decennia zullen uitzien. Volgens Coolsaet staan we voor een beslissende keuze tussen een imperiale orde gedragen door de Amerikaanse militaire superioriteit, of een multilaterale rechtsorde rond de Verenigde Naties, waar de grote mogendheden elk naar best vermogen en op een constructieve manier samenwerken om de belangen van groot en klein, sterk en zwak, te behartigen. De miljoenen vredesmanifestanten die tijdens het voorbije weekeinde de straat op gingen, hebben hun keuze al gemaakt. Toch is de bereidheid van zo velen om de gang van zaken in de wereld toe te vertrouwen aan een van de minst efficiënte internationale organisaties opmerkelijk. Want terwijl de rest van de wereld eist dat de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk nauwgezet de VN-lijn volgen - wat ze tot vandaag hebben gedaan -, bleken de Verenigde Naties de afgelopen twaalf jaar niet in staat ook maar één van de eigen resoluties te laten naleven door Irak, een land bijeengehouden door de terreur van Saddam Hoessein. Als het op efficiëntie aankomt, verschillen de Verenigde Naties weinig van de vooroorlogse Volkenbond, die niet in staat bleek een Japanse inval in China, de herbewapening van Duitsland noch de Italiaanse rooftocht in Abessinië te keren. Zoals de Volkenbond na de Eerste Wereldoorlog werden de Verenigde Naties uitgebouwd door de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog om het nieuwe evenwicht in de wereld te bewaren. Omwille van dat precaire evenwicht kregen de belangrijkste geallieerden een vetorecht in de VN-Veiligheidsraad. Een van de zeldzame keren dat de Veiligheidsraad feilloos werkte, was bij het uitbreken van de Koreaanse oorlog. Een Sovjet-boycot van de raad en het Chinese vetorecht toen nog in handen van het nationalistische Taiwan maakten het de Verenigde Staten mogelijk om een verenigd front in stelling te brengen. In die dagen maakte amper een vijftigtal landen deel uit van de algemene vergadering van de VN. Vandaag telt de organisatie 191 leden. En die vormen een vreemd, soms verontrustend gezelschap. Zo zit Libië vandaag, tot consternatie van velen, de VN-commissie voor de mensenrechten voor. Of neem nu de Veiligheidsraad waar momenteel de dienst wordt uitgemaakt door Angola dat intussen mee Congo leegplundert; door Pakistan dat onderdak verleent aan islamitische terreurgroepen die de regio terug naar de tijd van de Profeet willen bombarderen, en dat zelf nauwelijks kan wachten om het eigen kernarsenaal uit te testen op buurland India; door Syrië waar het regime van wijlen vader Al-Assad nu voortgezet door zijn zoon tot een van de bloedigste in het Midden-Oosten wordt gerekend; door China dat in Tibet elke tegenstand genadeloos in de grond heit; door Rusland dat de voorbije jaren Tsjetsjenië naar het steentijdperk heeft gebombardeerd. Is het verwonderlijk dat sommigen aarzelen om het lot van de wereld aan dit gezelschap toe te vertrouwen? We doen er in elk geval verstandig aan dat van die multilaterale rechtsorde rond de VN nog eens te bekijken. De Rwandezen bijvoorbeeld, en de familieleden van Belgische para's, bewaren geen sterke herinnering aan de internationale rechtsorde die de VN voorstaat. Toen in april 1994 in Kigali de eerste moordpartijen begonnen, die uiteindelijk aan nagenoeg 800.000 mensen het leven zouden kosten, werden de VN-troepen prompt teruggetrokken. Volgens officiële cijfers vielen in de loop van de jaren 1990, in de talloze Afrikaanse conflicten, nagenoeg acht miljoen doden. De Verenigde Naties, laat staan de Veiligheidsraad, hebben zich daar nauwelijks om bekommerd. Vijftig jaar lang heeft Europa de factuur voor zijn veiligheid doorgeschoven naar de Verenigde Staten. Toen in ex-Joegoslavië, op een dagreis van Brussel, de nachtmerrie begon, werden aanvankelijk de VN ingeschakeld. Meer dan 200.000 slachtoffers vielen onder de ogen van hun vetbetaalde vertegenwoordigers. Tot de Amerikaanse president Bill Clinton de cata-strofe niet langer wilde aankijken en, ondanks Frans en Duits verzet, een NAVO-optreden forceerde. Zonder die ingreep is het lang niet zeker dat de Servische dictator Milosevic vandaag terecht zou staan wegens misdaden tegen de menselijkheid. Als Europa erin slaagt een nieuwe Golfoorlog te voorkomen, dan moet het zich dringend gaan beraden over wat het met de vrede wil aanvangen, en vooral of het de handhaving ervan wil toevertrouwen aan een uit golfplaten opgetrokken organisatie als de VN.