Een parlementaire onderzoekscommissie heeft tot doel de volksvertegenwoordiging voluit te informeren, zodat die beter en doeltreffender wetgevend werk kan leveren. In bepaalde gevallen krijgt een onderzoekscommissie bevoegdheden vergelijkbaar met die van een onderzoeksrechter. En dat wil de parlementsleden al eens parten spelen. Want de drang om de macht van de onderzoekscommissie aan te wenden voor partijpolitieke afrekeningen is, zeker in een pre-electorale sfeer, vaak onweerstaanbaar.
...

Een parlementaire onderzoekscommissie heeft tot doel de volksvertegenwoordiging voluit te informeren, zodat die beter en doeltreffender wetgevend werk kan leveren. In bepaalde gevallen krijgt een onderzoekscommissie bevoegdheden vergelijkbaar met die van een onderzoeksrechter. En dat wil de parlementsleden al eens parten spelen. Want de drang om de macht van de onderzoekscommissie aan te wenden voor partijpolitieke afrekeningen is, zeker in een pre-electorale sfeer, vaak onweerstaanbaar. Het was niet anders met de Sabena-commissie die vorige week haar werkzaamheden afsloot in volle verwarring. Uiteindelijk nam de Kamer van Volksvertegenwoordigers kennis van de vaststellingen van de Sabena-commissie. Volgens politiek cartoonist Royer stierf Sabena in het halfrond van de Kamer een tweede dood. Maandenlang nochtans hadden ijverige parlementaire enquêteurs zich gebogen over de reconstructie van de verschillende episodes en manoeuvres die leidden tot de ondergang van de nationale luchtvaartmaatschappij. Voor adviezen en studies van bedrijfsrevisoren en experts allerhande spendeerde de commissie 350.000 euro. En toch liep het fout. Afgelopen zaterdag gaf een openhartige kamervoorzitter Herman De Croo in de krant Le Soir zijn verklaring voor het debacle: 'Er is daar een incident geweest dat ik betreur. Commissarissen (van de VLD) hebben moeten toegeven dat ze contacten hadden met de advocaten van minister Rik Daems. De commissie is dus ontspoord door onderling gekuip. Van dan af heeft iedereen gezegd: 'Wij gaan elk onze ministers beschermen.' De enen hebben [Elio] Di Rupo en [Michel] Daerden willen afdekken; de anderen namen [Jean-Luc] Dehaene in bescherming; nog anderen de huidige regering die voor Sabena bevoegd was op het moment van het faillissement. Van dan af nam de commissie een verwerpelijke houding aan. Ik zat daar mee in de maag. Moest ik sancties nemen? Ik heb er lang over gepraat met (commissievoorzitter) Raymond Langendries, die dat niet vroeg. Men is dan politiek in de fout gegaan. De partijen haastten zich om de commissieleden te verstaan te geven: 'Jullie praten niet over de eigen ministers, dan ook niet over de onze.' Daarmee werden twee verkeerde indrukken gewekt: dat de commissie geen ernstig werk leverde en dat alle commissieleden onbetrouwbaar zijn. ''Dat is alvast de indruk die de duizenden gewezen werknemers van Sabena eraan hebben overgehouden. Voor hen had de onderzoekscommissie zelfs geen therapeutische uitwerking. Iets waarop vorige onderzoekscommissies, zoals de Rwanda-commissie en de commissie-Dutroux, niettegenstaande beperkte resultaten, toch konden bogen. Intussen hebben de meeste kamerleden, in beslag genomen door de komende verkiezingscampagne die twee jaar zal duren, het Sabena-rapport veelal ongelezen in de archieven opgeborgen. Behalve de herinnering aan een aantal gemiste kansen, zoals het verzuim om de piloten te ondervragen over het rapport dat zij maanden voor het faillissement al uitbrachten over de wijze waarop Swissair de Belgische partner tilde, en het beeld van voogdijminister Rik Daems van Overheidsbedrijven en Participaties die door de paars-groene regering werd opgeofferd, blijft van het hele parlementaire onderzoek weinig meer over. Toch doen de volksvertegenwoordigers er hun voordeel mee door het Sabena-rapport binnen handbereik te houden. Want, zoals Herman De Croo terecht waarschuwt, in de bijlagen van het werkstuk zitten meerdere voorafspiegelingen voor mogelijke, soortgelijke drama's bij De Post en bij de Belgische spoorwegen. In zijn gesprek met Le Soir merkt De Croo fijntjes op dat er momenteel in ons land vijfduizend Duitse postmannen opereren en dat zowat de helft van onze postbedrijvigheid in buitenlandse handen is. De grote concurrenten van de NMBS, vooral in het vrachtvervoer, verschijnen binnenkort op de Belgische sporen. Ondertussen raakt de spoorwegmaatschappij geplet onder een schuldenberg die de 10 miljard euro nadert. Zowel De Post als het spoor hebben dringend nood aan buitenlandse allianties en aan bijkomende financiële middelen. De regering heeft de afgelopen vier jaar veel energie verbruikt om spoorbaas Etienne Schouppe uit het zadel te lichten. De spoorwegmaatschappij is intussen helemaal overgeleverd aan de nukkigheid van minister van Openbaar Vervoer Isabelle Durant. Tot haar groot ongenoegen nu verschilt het discours van de nieuwe spoorwegbaas Karel Vinck weinig van dat van Schouppe: zonder vers geld, dat de regering om haar begroting niet te ontsieren achterhoudt, komt de NMBS in zware moeilijkheden. 'Jammer genoeg' zegt De Croo, 'raken de problemen van De Post en het spoor overstemd door het dagelijkse krakeel van politicasters.' De doorgaans onbekommerde kamervoorzitter leek, voor het eerst sinds lang, oprecht bezorgd. Rik Van Cauwelaert