Er was reden voor een groot feest, maar er stond in Rusland in 1913 al een domper op de vreugde. Het land werd in dat jaar precies drie eeuwen door de dynastie van de Romanovs bestuurd. In 1613 was de dan 16-jarige Mikhaïl Fjodorovitsj Romanov uitgeroepen tot tsaar en grootvorst van Rusland, dat toen door oorlog en interne machtsstrijd werd verscheurd. Driehonderd jaar later stond zijn opvolger aan het hoofd van een wereldmacht, maar liep de dynastie op haar laatste benen. Zoals het Duitse keizerrijk en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie zou ook het keizerlijke Rusland de Eerste Wereldoorlog niet overleven. In het geval van de Romanovs was dat ook letterlijk het geval.
...

Er was reden voor een groot feest, maar er stond in Rusland in 1913 al een domper op de vreugde. Het land werd in dat jaar precies drie eeuwen door de dynastie van de Romanovs bestuurd. In 1613 was de dan 16-jarige Mikhaïl Fjodorovitsj Romanov uitgeroepen tot tsaar en grootvorst van Rusland, dat toen door oorlog en interne machtsstrijd werd verscheurd. Driehonderd jaar later stond zijn opvolger aan het hoofd van een wereldmacht, maar liep de dynastie op haar laatste benen. Zoals het Duitse keizerrijk en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie zou ook het keizerlijke Rusland de Eerste Wereldoorlog niet overleven. In het geval van de Romanovs was dat ook letterlijk het geval. Maar eigenlijk had tsaar Nicolaas II ook geen zin meer in feesten. Na vier dochters beviel de tsarina in 1904 dan toch van een zoon, Aleksej, die helaas aan de erfelijke bloederziekte hemofilie leed. Om de jongen te beschermen en uit verdriet, trok het gezin zich steeds meer terug in zijn zomerresidentie in Tsarskoje Selo, in de buurt van Sint-Petersburg. In 1917, toen de bolsjewieken het Winterpaleis bestormden, probeerde Nicolaas de dynastie nog te redden. Hij deed troonsafstand ten voordele van zijn jongere broer Mikhaïl, maar die geste kon de Romanovs niet meer redden. Zijn bestuursperiode begon nochtans veelbelovend, met onder andere een grote internationale conferentie over oorlog en vrede die in 1899 op zijn initiatief in Den Haag werd gehouden. De conferentie leidde tot de oprichting van het Internationaal Gerechtshof, dat nog altijd in de Nederlandse hoofdstad is gevestigd. Maar in 1917 was de tijd van de Romanovs om. De laatste keer dat Sint-Petersburg on- bekommerd feestvierde, was in 1903 naar aanleiding van de 200e verjaardag van de stad. De tsaar hield bij die gelegenheid een gekostumeerd bal, waarbij de gasten werd gevraagd om traditionele Russische kleren te dragen. 'Het was alsof Nicky - tsaar Nicolaas II - voor een avond terugwou naar een glorierijker verleden', zei zijn grootoom, groothertog Aleksandr Mik- haïlovitsj later. Want door de ramen van het Winterpaleis keek dan al een ander, een grimmiger Rusland naar binnen. Twee jaar later opende de paleiswacht het vuur op demonstranten die de tsaar een verzoekschrift wilden aanbieden waarin om meer democratie werd gevraagd. Nicolaas zag zich verplicht om zijn macht te delen met een parlement, de Doema. Sint-Petersburg is met zijn vijf miljoen inwoners nog altijd de vierde stad van Europa. Ze noemt zich graag de culturele hoofdstad van Rusland, maar de echte politieke en economische macht verschoof na de Eerste Wereldoorlog en de revolutie naar haar grote rivale, Moskou. Van 20 juni af blikt de Hermitage Amsterdam in een grote tentoonstelling terug op de glorietijd van Sint-Petersburg. De Hermitage Amsterdam opent bij die gelegenheid haar nieuwe locatie, het voormalige en gerestaureerde verpleeghuis Amstelhof aan de Nieuwe Herengracht. De tentoonstelling toont meer dan 2000 stukken uit het moederhuis in Sint-Petersburg, en laat zien hoe het in de 19e eeuw aan het Russische hof toeging. De formele en protocollaire kant van dat leven, maar ook de meer feestelijke. Ze wil het Winterpaleis laten zien als de residentie van de tsaar, zijn werkplek, die tegelijk ook de woonst was van het tsarengezin. Naar het woord van de legendarische directeur van de Hermitage in Sint-Petersburg, Mikhaïl Piotrovsky is een museum nog een van de weinige plekken waar mensen dingen ook echt zien. Dingen die hen aan het denken zetten. De relatie tussen Amsterdam en de voormalige hoofdstad van de tsaar gaat terug tot het einde van de 17e eeuw en Peter de Grote, die de stad toen incognito bezocht. Toen Peter in 1703 besloot om in een onbewoonbaar geacht stuk moeras een nieuwe stad te bouwen, die zijn venster op het Westen moest worden, had hij het grachtenmodel van Amsterdam voor ogen. Hij noemde de stad niet naar zichzelf, maar naar de Heilige Petrus - waarbij het goed uitkwam dat hij zelf ook Peter heette. De hele operatie was overigens geen sinecure. Er zouden tijdens de werken wel 100.000 dwangarbeiders om het leven zijn gekomen. Maar bij het begin van de 19e eeuw telde de stad wel al 200.000 inwoners. Die snelle groei dankte ze ook aan Catharina II de Grote, die ervoor zorgde dat er zich in Sint-Petersburg een dynamisch cultureel leven ontwikkelde en die de grondslag legde voor de verzameling die van de Hermitage vandaag een van de rijkste musea van de wereld maakt. De expositie belicht vooral de periode die begint met de dood van Catharina en het bestuur van haar zoon, tsaar Paul I, in 1796. De stad ontwikkelde zich in de decennia die daarop volgen tot een centrum van absolute macht en rijkdom. Langs de grachten en boulevards verrezen de paleizen van de adel. Het Winterpaleis zelf werd al in het midden van de 18e eeuw gebouwd, in opdracht van de dochter van Peter de Grote. Catharina bouwde er daarna een privépaleis naast - de Hermitage. Andere gebouwen volgden, zodat het hele complex zich nu over een halve kilometer uitstrekt langs de Neva. Catharina legde de basis van de collectie van de Hermitage, toen ze in 1764 300 schilderijen ontving van de Berlijnse koopman Johann Ernst Gotzkowsky, die niet aan zijn verplichtingen kon voldoen. Ze liet daarna duizenden schilderijen kopen bij veilingen en uit collecties in Europa. Catharina kon toen nog zeggen dat de verzameling alleen voor haar ogen bestemd was, en voor die van de muizen. In 1852 stelde tsaar Nicolaas I het museum voor het publiek open. Ook omdat de topstukken bijtijds achter de Oeral in veiligheid werden gebracht, kwamen de schatten van de Hermitage relatief ongeschonden uit de belegering van de stad door de nazi's tijdens de Twee Wereldoorlog. De collectie overleefde ook goeddeels de grote brand in het Winterpaleis in 1837. Toen hij van de brand hoorde, keerde de tsaar meteen van het theater terug, waar hij de avond doorbracht. Hij sommeerde het dichtstbijzijnde regiment soldaten meteen om het paleis leeg te halen. Met de hulp van honderden burgers sleepten de soldaten meubels, schilderijen, beelden en spiegels uit het brandende paleis. Ze stapelden alles op het grote plein voor het gebouw in de sneeuw op elkaar. De eerbied voor de tsaar was toen nog zo groot, dat er in die hele chaos merkwaardig genoeg niets werd ontvreemd. Als het erop aankwam, waren de Romanovs geen salonjonkers. Ze gingen niet altijd even zachtzinnig met elkaar om. Paul I, bijvoorbeeld, haatte zijn moeder zo hartsgrondig dat hij alles ongedaan probeerde te maken wat ze voor elkaar had gekregen. Catharina van haar kant had zo weinig met Paul op, dat ze besloot om de opvoeding van zijn kinderen zelf in handen te nemen. Paul werd overigens in zijn paleis vermoord. Nicolaas I zou in 1855 zelfmoord hebben gepleegd, na de nederlaag van Rusland tijdens de Krimoorlog. Alexander II werd in 1881 door een anarchist doodgeschoten. Hoe het Nicolaas II verging, is bekend. Nicolaas I sloeg niet alleen de opstand van de dekabristen in 1825 hard neer. Hij liet in het revolutiejaar 1848 ook preventief optreden tegen iedere Rus, die maar van ver of van dicht sympathie kon hebben voor bepaalde liberale ideeën. Zo belandde ook de schrijver Fjodor Dostojevski in de cel en zelfs voor het vuurpeloton - een macabere grap van zijn bewakers. 'Het leven is een dienst', zei Nicolaas I. 'We hebben geen briljante geesten nodig, maar trouwe onderdanen.' De lijfeigenschap werd in Rusland maar in 1861 voorzichtig door Alexander II afgeschaft. De expositie in Amsterdam maakt duidelijk dat het leven aan het hof op elk moment door strikte regels werd bepaald. De absolute naleving van de etiquette was van het grootste belang. 'Het hofleven is in essentie symboliek', schreef hofdame Anna Tsjoetsjeva. 'Etiquette is nodig om het prestige te handhaven. Het trekt niet alleen een grens tussen de tsaar en zijn onderdanen. Het beschermt de onderdanen tegelijk tegen de grillen van de vorst. Etiquette schept een sfeer van wederzijds respect.' Een belangrijk deel van de opvoeding van de groothertogen en groothertoginnen leerde hen hoe ze zich in het openbaar moesten gedragen. Het was in de kerk, bijvoorbeeld, van het grootste belang om onbeweeglijk recht te staan. Dat vroeg ook van de kleine kinderen een grote mate van zelfbeheersing. Anna Tsjoetsjeva beschreef een scène in de kathedraal: 'Het gezicht van de tsarina was opperste concentratie. Ze had alle kinderen bij zich, de jongste was geen drie jaar oud. Ze stonden tijdens de lange dienst stil en onbeweeglijk. Het leek alsof ze met de lucht hadden ingeademd hoe ze zich moesten gedragen.' Peter de Grote stelde in 1722 al een Rangentabel op: een officiële lijst van alle officiële militaire en civiele rangen en standen, zodat iedereen zijn plaats in de samenleving zou kennen. Latere tsaren vulden de tabel graag aan, maar pas in het begin van de 19e eeuw werden aan de rangen ook kledingvoorschriften gekoppeld. Hoe hoger de rang, hoe meer goudborduursel en versierselen op kledij en uniform. Bals, ceremonies en parades werden minutieus geregisseerd. De tabel bepaalde de plaats die iemand in het gebeuren innam, en dus zijn sociale status. Maar van hoog tot laag werd verwacht dat wie in de society verkeerde ten minste goede manieren aan de dag legde. Die kwamen tot uiting in de bekwaamheid om op de juiste manier te buigen, te wandelen, te staan, te zitten en te dansen. In de wijze om een beschaafd gesprek gaande te houden. Een jonge man hoorde zich in gezelschap altijd ontspannen te gedragen. Hij moest zich vanzelfsprekend ook perfect in het Frans kunnen uitdrukken. Het meest werd uitgekeken naar het nieuwjaarsbal dat begin januari in het Winterpaleis werd gehouden en waarop enkele duizenden mensen werden uitgenodigd. Het ging bij de bals natuurlijk in de eerste plaats om het dansen, dat ook strikt ceremonieel was geregeld. De dansmeester bepaalde de volgorde van de dansen, die overigens in de invitatie was op- genomen. In de 18e eeuw openden bals normaal gesproken met een menuet. In de 19e eeuw met een polonaise. Voor de eerste dans leidde de tsaar de vrouw van het hoofd van het corps diplomatique. Daarna volgde de tsarina met de topdiplomaat zelf. Vervolgens sloten de groothertoginnen en groothertogen aan met andere diplomaten en hun vrouwen. Honderden andere koppels volgden, altijd in een strikte orde. De ketting ging van kamer naar kamer, door gangen en galerijen. De polonaise was geen banale wandeling. Het was een processie, tijdens welke de hele society de kans kreeg om elkaar te zien en te groeten. De populairste polonaise was er een van de componist Mikhaïl Glinka uit zijn opera Een leven voor de tsaar. Dat was overigens ook het stuk waarmee het theaterseizoen traditioneel werd geopend. Glinka bedacht oorspronkelijk een andere titel voor zijn werkstuk, maar die werd door Nicolaas I bij decreet veranderd. De tweede dans was een wals. Die werd begonnen door de beste danser onder de gardeofficieren, die een zorgvuldig uitgekozen hofdame inviteerde. De wals kwam pas in de loop van de 19e eeuw op het programma. Daarvoor werd hij nog als te schandelijk ervaren. Voor de groothertoginnen was hij ook dan nog te gewaagd. Na de wals volgden twee quadrilles en ten slotte de mazurka. Na de mazurka was het tijd voor het diner. Tijdens ceremoniële diners was de gewoonte dat de tsaar van tafel naar tafel ging om met deze en gene een woord te wisselen. Wie werd aangesproken, beschouwde dat als een grote eer. Na het diner verliet het keizerlijke paar het bal, maar het dansen werd hervat en eindigde steevast met de frivole cotillon. Het beroemdste bal in de literatuur werd door Leo Tolstoj beschreven in Oorlog en Vrede. In 1842 meldde de Franse schilder Horace Vernet aan zijn vrienden in Parijs: 'Het bal van gisteren was schitterend. De heren en dames waren behangen met diamanten, parels en robijnen. Tijdens het dansen of gewoon door de drukte, braken snoeren en het leek de hele tijd alsof je de blinkende steentjes onder je voeten hoorde knarsen.' Voor de afwisseling organiseerden het hof en de society in de 19e eeuw ook graag maskerades en gekostumeerde bals. De genodigden werd dan gevraagd om zich volgens een bepaald thema te kleden. Mode uit de 16e eeuw, Chinees of zelfs Oud-Grieks. Op een gekostumeerd bal gewijd aan de Europese renaissance verscheen de tsaar in een origineel, 300 jaar oud harnas. Volgens zijn dochter, groothertogin Olga, verkoos Nicolaas I maskerades boven gekostumeerde bals. Hij kon dan praten met wie hij wou. Onder de bescherming van het masker hadden alle vrouwen het recht om de tsaar bij de arm te nemen. Hij hoorde dan alle verhalen die niemand hem zonder masker zou durven te vertellen. Een paar keer per jaar werden op het bal ook gewone mensen toegelaten. Het ging natuurlijk om een zorgvuldig geselecteerde groep burgers, die de indruk moest wekken dat de tsaar dicht bij het volk stond. Volgens de markies de Custine zorgde die pseudo-populaire eenheid van vorst en volk voor een weinig prettige sfeer. 'De boodschap is namelijk niet dat de tsaar tegen die mensen zegt: jullie zijn net zoals ik. De boodschap is eigenlijk bestemd voor de adel. De tsaar zegt op die manier eigenlijk tegen de prinsen en prinsessen: jullie zijn net zulke slaven als zij. En ik ben jullie God, die over iedereen heerst als gelijken.' Het hof komt op de tentoonstelling in Amsterdam tot leven in schilderijen van onder meer Franz Xaver Winterhalter en Ilja Repin. De beroemde troon van de Romanovs wordt getoond, tegelijk met een selectie sieraden, schoenen, waaiers, parasollen en juwelen van onder meer Fabergé. Bijzonder wordt de expositie van ruim 160 jurken en kostuums die vaak voor de gelegenheid werden gerestaureerd. Ze zijn namelijk heel kwetsbaar. Ze worden normaal niet tentoongesteld omdat de stof te gevoelig is voor licht, lucht en vochtigheid. In Amsterdam kan het wel, omdat in het gerestaureerde Amstelhof de modernste technieken van klimaatbeheersing beschikbaar zijn. Als de tentoonstelling op 20 juni opent, blijft ze meteen 24 uur toegankelijk. In Sint-Petersburg zijn de Witte Nachten bij het begin van de zomer een oude traditie. Er wordt gezegd dat de stad in juni het mooist is, als het nooit helemaal donker wordt en de Nevski Prospect rond de klok gonst van leven. In het oude Winterpaleis, in de Hermitage, zegt directeur Mikhaïl Piotrovsky, 'spreekt de Russische geschiedenis'. Een stukje daarvan kan de volgende maanden ook in Amsterdam worden beluisterd. 'AAN HET RUSSISCHE HOF. PALEIS EN PROTOCOL IN DE 19E EEUW' LOOPT VAN 20 JUNI 2009 TOT 31 JANUARI 2010. HET IS DE OPENINGSTENTOONSTELLING VAN HET VERNIEUWDE HERMITAGE AMSTERDAM IN HET VERBOUWDE OUD-VERPLEEGHUIS AMSTELHOF.DOOR HUBERT VAN HUMBEECK