Agatha Christie, In hotel Bertram, Sijthoff, 1974.
...

Agatha Christie, In hotel Bertram, Sijthoff, 1974.'Op de spoorlijn liep een man met een lantaarn zwaaiend vanuit een seinhuisje op de trein toe. De tweede machinist klom van de locomotief. De eerste machinist keek omlaag vanuit zijn cabine, klom toen ook naar beneden. Achter in de trein gingen zes mannen, die juist de spoordijk opgeklommen waren, de trein binnen. Met een snelheid die bewees dat hier veel repetities aan vooraf waren gegaan, namen ze bezit van de postwagen en koppelden die los van de rest van de trein. Twee mannen met bivakmutsen stonden voor en achter de wagen op wacht, een gummistok in de hand. De postzakken werden naar buiten geslingerd waar andere mannen op de spoordijk stonden te wachten. Bij de locomotief lagen de beide machinisten keurig gekneveld en met een prop in de mond naast elkaar.'Zo beschrijft Agatha Christie in 1965 de overval op een posttrein. Wellicht inspireerde ze zich op een échte overval die twee jaar daarvoor had plaatsgehad. En waarover tot vandaag gesproken wordt: de 'Grote Treinroof', de overval op de Cardiff-Glasgow-trein op 8 augustus 1963. De 'Grote Treinroof' was wereldnieuws. En dat wilde wat zeggen, want het jaar 1963 was een bewogen jaar. De Amerikaanse president John F. Kennedy werd doodgeschoten, de zeer populaire paus Johannes XXIII stierf, de Beatles begonnen door te breken en verwekten schandaal met hun lange haren. In het Verenigd Koninkrijk zelf werd Kim Philby ontmaskerd als sovjetspion, terwijl de hele natie smulde van de smeuïge schandalen rond defensieminister John Profumo, die aan de callgirl Christine Keeler staatsgeheimen had verteld. Maar zelfs het 'Rode Gevaar' werd overschaduwd door de overval op de posttrein. Dat was begrijpelijk. De buit was de grootste uit de hele criminele geschiedenis van Engeland: 2,6 miljoen toenmalige ponden. In een tijd dat een weekloon van 15 pond goed betaald was en een huis met drie slaapkamers 4000 pond kostte, was dat een enorme hoop geld. Net als de 10.000 pond die werd uitgeloofd voor wie inlichtingen kon geven. De pers streek neer bij de plaats van de overval en joeg wilde verhalen rond. Fleet Street, zoals het journaille toen nog werd genoemd, verzon sensationele titels. 'Misdaad van de eeuw' lag voor de hand, maar wat echt aansloeg was 'The Great Train Robbery'geïnspireerd op een populaire westernfilm. De neergeslagen machinist werd een slachtoffer eerste klas. Toen hij zeven jaar later aan leukemie stierf, werd geschreven dat hij aan zijn verwondingen was overleden. Ook TheNew York Times bracht het nieuws. In de rubriek buitenland stond zelfs een kaartje van Engeland en Wales met twee aanduidingen: Londen en Brill. Het was een plaatsje waarvan vrijwel niemand had gehoord. De ideale keuze voor een overval dus. Twaalf jaar had Bruce Reynolds, de 'Prins der Dieven' erover nagedacht. Sinds het moment eigenlijk dat hij van een spoorwegbediende het verhaal had gehoord over de rijdende postkantoren. Want dat was de officiële naam van de treinen die tussen Cardiff in Wales en Glasgow in Schotland reden: Royal Mail Travelling Post Office. De posttreinen waren een van de pijlers van de Britse post. In 1936 werd er al een film over gemaakt, het begin van een lange traditie van Britse documentaires. Benjamin Britten schreef er de muziek voor. De posttreinen vervoerden niet louter post, maar ook geld en kostbaarheden. Mensen werden toen nog in het handje betaald en dat wilde zeggen dat banken zeer veel geld in kas moesten hebben. Dat geld werd hen via de post bezorgd. Reynolds wist dat. Hij bedacht een even simpel als geniaal plan. Ze zouden de trein laten stoppen, de postzakken eruit sleuren, in een vrachtauto gooien en dan simpelweg verdwijnen. De voorbereidingen begonnen. De plaats van de overval moest aan een flink aantal voorwaarden voldoen: niet te ver van Londen want als enkele gangsters té lang uit Londen verdwenen, zou de politie onraad ruiken. De spoorbaan moest vlak bij een weg liggen, zodat de buit en de bandieten snel konden verdwijnen. En er moest een stopsignaal zijn. Bij de zoektocht naar de perfecte locatie, poseerden de bendeleden als trainspotters, beoefenaars van de vreemde hobby om nummers en merken van locomotieven te verzamelen. Een Brits tijdverdrijf dat daar erg serieus werd (en wordt) genomen. De ideale plek werd na weken gevonden. Dat er een legerkamp in de buurt was, werd in het plan opgenomen. Bleef de datum en het vluchthuis. De advocaat John Wheater kreeg de opdracht een groot huis te zoeken. Het moest rustig gelegen zijn, ver van alles. Wheater, die geen idee had waarvoor het huis moest dienen, bezorgde ze Leatherslade Farm, een oude half vervallen boerderij waarvan de eigenaar al lange tijd vruchteloos had gepoogd ze te verhuren. De advocaat zal het zich wel beklaagd hebben, want hij werd later veroordeeld. Niet omdat hij het huis had gehuurd, maar omdat hij na de overval de politie niet had gewaarschuwd. Het moment waarop de posttrein veel geld aan boord zou hebben, kwamen de boeven te weten van een spoorwegbeambte. Wie dat was, raakte nooit bekend. Reynolds, die toen al een behoorlijk crimineel verleden had, besefte dat zijn eigen bende niet groot genoeg was om de klus te klaren. Freddie Foreman, een bekende en succesvolle gangster, was bereid enkele leden van zijn 'firma' te leveren. De bende werd nauwkeurig samengesteld: een paar technici om de signalen onklaar te maken, een ex-paracommando die hen uniformen en een legervrachtauto kon bezorgen. Roy James, een goudsmid die als autocoureur enkele minder belangrijke wedstrijden had gewonnen en nu de vluchtwagen zou besturen. Daarnaast waren er enkele zware jongens die snel en zonder vragen te stellen bevelen uitvoerden. Alles bij elkaar 26 mannen en vrouwen. Ronald Biggs, een kleine dief, werd erbij gehaald omdat zijn vader bij de spoorwegen had gewerkt. Biggs moest een machinist zoeken die de trein kon besturen. Die vond hij: Peter Stanley. Op 6 augustus waren de gangsters bij elkaar in de boerderij. De laatste controles verliepen goed. De nachttrein van 7 augustus was het doel. Heel laat die avond vertrokken ze naar de aangegeven plaats. Voorop een motorrijder, daarachter een Land Rover, een legervrachtwagen en nog een Land Rover. Alle bendeleden droegen militaire uniformen. Wie hen zag, zou denken dat ze op weg waren naar het legerkamp. De vrachtauto werd onder een spoorwegbrug geparkeerd. Over hun uniformen trokken de boeven overalls aan. Van ver zagen ze er nu uit als spoorwegarbeiders. Maar niet van dichtbij: ze droegen handschoenen en skimutsen. Aan alles was gedacht: de telefoonlijnen werden doorgeknipt. Een handschoen werd over het groene licht geschoven en het rode alarmsignaal werd aangebracht. Het lukte. De trein stopte. De machinist stapte uit en liep naar de noodtelefoon om het volgende station te waarschuwen. Hij werd geluidloos overmeesterd. De eerste machinist kwam zijn maat zoeken en werd neergeslagen. Tegen de instructies, omdat een overval waarbij geweld is gebruikt, veel zwaarder wordt bestraft. De twee geldwagons werden van de posttrein gekoppeld en Stanley moest nu anderhalve kilometer verder rijden, tot boven op de brug. Jammer: hij kon de trein niet besturen en dus werd de echte machinist - de gewonde Jack Mills - de locomotief opgeduwd en verplicht te rijden. Een kwartier later waren de boeven weg. Met 120 postzakken vol pondbiljetten. De postsorteerders in de andere wagons hadden niets gemerkt. De overvallers hadden maar een paar fouten gemaakt. Een van hen - Jimmy Hussey - had bij het overladen zijn handschoenen uitgetrokken en de politie kende die vingerafdrukken. Een andere had de machinist gezegd dat hij een half uur niets mocht doen en niemand mocht waarschuwen. Dat was voldoende voor de politie om te zoeken naar Londense boeven die zich verborgen hielden in een straal van 45 kilometer van de plaats van de overval. De politie stond overigens onder zware druk om snel met resultaten te komen. En de Flying Squad, de echte elite van Scotland Yard, had geluk. Een herder kwam melden dat er nogal wat beweging te zien was bij Leatherslade Farm. Twee plaatselijke politiemannen werden erop afgestuurd en ontdekten dat de boeven daar waren geweest. En blijkbaar van plan waren er langer te blijven: er was een voedselvoorraad voor minstens enkele weken. In de kelder vond de politie de lege postzakken waarin het geld had gezeten. Verder was het huis leeg. In een schuur stonden wel twee Land Rovers die dezelfde nummerplaat droegen. Land Rover zou trouwens in 1964 adverteren met de slogan: 'Herinnert u zich hoe de politie vorig jaar deze auto wilde?'De politieman die de ontdekking deed, houdt daar veertig jaar later nog steeds spreekbeurten over. Terecht, want de boerderij leverde de doorbraak in het onderzoek. Het hele huis zat vol vingerafdrukken en dat was natuurlijk niet de bedoeling. De afspraak was immers dat zes andere boeven het huis en de twee Land Rovers in brand zouden steken. Alleen hadden die geen zin: op de radio was immers gezegd dat de politie alle leegstaande huizen bewaakte. In de weken erna zette de politie een grote actie op. De televisie hielp hen daarbij. Ook de kranten bleven nieuws drukken, hoe sensationeler hoe beter. Veel hoefden ze niet te verzinnen, de boeven zorgden zelf wel voor sensatie. Roger Cordrey en William Boal waren de eersten die werden opgepakt. Dat was brute pech. Ze zochten een garage waarin ze hun tweedehandsauto konden stallen. De eigenares van de garage kreeg drie maanden huur in één keer betaald. De dame werd wantrouwig en omdat ze de weduwe van een politieman was, deed ze haar plicht. Ze belde de lokale politie. Die pakte de twee op en vond in de autokoffer een deel van het geld terug. Cordrey was de enige die later schuldig pleitte en zelfs zijn deel van de buit teruggaf. Boal had volgens de bendeleden niets te maken met de overval. Na enkele weken waren dertien boeven opgepakt. De buit is nooit teruggevonden. Pas veel later vertelden enkele bendeleden wat ze met hun geld hadden gedaan. In het kort: de meeste hadden het in enkele jaren opgesoupeerd. Maar niet allemaal. De slimmere Bruce Reynolds had zijn geld gewoon op de bank gezet. Hij wist dat de politie geen bankrekeningen controleerde. Vandaar stuurde hij het naar een bankrekening in Zwitserland. Reynolds ontsnapte via Oostende, Brussel en Canada naar Mexico. In drie jaar tijd deed hij zijn geld op. Toen kwam hij terug naar Engeland en werd opgepakt in Torquay, een mondain badstadje. Buster Edwards raakte ook tot in Mexico, maar omdat zijn vrouw zo'n heimwee had naar Engeland, kwam het gezin terug. Buster gaf zich aan bij de politie, zat zijn straf uit en hield later een bloemenstalletje bij Waterloo Station. Hij pleegde zelfmoord in 1994. De film 'Buster' werd ook al geen kassucces. Tommy Wisbey werd gepakt. Volgens zijn dochter, die zelf met een gangster trouwde, had haar grootvader het geld verstopt. Opa was schrijnwerker en maakte dubbele deuren waarin het geld verborgen zat. Diverse huiszoekingen leverden niets op. Volgens de politie zou hij - samen met Jim Hussey - zijn geld in de drugshandel hebben geïnvesteerd. Zijn dochter schildert hem als een brave huisvader, die het geld aan de opvoeding van de kinderen had gespendeerd. Charlie 'Face' Wilson kreeg voorgoed de bijnaam 'de Zwijger' omdat hij gedurende het hele proces geen woord zei. Opvallend was trouwens dat geen enkele van de boeven een andere heeft verlinkt. Van de naar schatting 26 mannen en vrouwen die bij de voorbereiding en de overval zelf betrokken waren, zijn er tot vandaag maar 16 bekend. En dat is te verklaren: de politie had eigenlijk maar weinig bewijsmateriaal. Niemand had de treinovervallers herkend, niemand had hen gezien, behalve de twee machinisten, van wie er één gewoon in shock was. Het enige wat de mannen aan de overval koppelde, waren hun vingerafdrukken in het huis. En toch kregen ze zware straffen: zeven zelfs dertig jaar gevangenis. Ook Graham Greene protesteerde daartegen. Dat de straffen te zwaar waren, bleek achteraf. Heel wat vonnissen werden in beroep gehalveerd. Allen de echte leiders van de overval bleven tot twintig en dertig jaar veroordeeld. Maar hun grootste faam moest nog komen. 'De Zwijger' ontsnapte uit de gevangenis en bleef bijna drie jaar op vrije voeten. Toen werd hij weer gearresteerd en zat hij zijn straf uit. Daarna trok hij naar Spanje. Hij werd voor zijn deur neergeschoten: een afrekening binnen het drugsmilieu? Roy James, die een van de vluchtauto's bestuurde, kende de legendarische Britse autocoureur Graham Hill. Terwijl James zijn straf uitzat, bleef hij naar Hill schrijven. Toen James zijn straf had uitgezeten vroeg hij via Hill aan de Formule-1-mogol Bernie Ecclestone of hij voor hem mocht rijden. Ecclestone wist dat iemand na twintig jaar in de bak niet meer de reflexen had om echte koersen te rijden, maar James mocht wel een van de bekers voor Ecclestone maken. Sindsdien doet het verhaal de ronde dat Ecclestones onmetelijke kapitaal gebaseerd is op de handig geïnvesteerde buit van de Grote Treinroof. Nog sterker is het verhaal van Ronald Biggs. Ronnie - zoals hij genoemd werd - was een kleine dief. Hij ontsnapte met de hulp van medegevangenen uit een streng bewaakte gevangenis. Echt iets uit een film: terwijl een aantal gevangenen herrie schopte om de bewakers af te leiden, klom hij met drie anderen over de muur, sprong op een klaarstaande vrachtauto en verdween. De Londense bendes hielden achteraf een geldinzameling om de mannen in de gevangenis te belonen en waren hoogst verontwaardigd dat de gevangenisdirecteur weigerde het geld door te geven. Biggs ontsnapte naar Spanje en vandaar naar Australië, waar hij door Scotland Yard in 1974 bijna werd gearresteerd. Hij trok naar Brazilië waar hij voor (vooral Japanse) toeristen barbecues organiseerde en over zijn avonturen vertelde. Vooral dan over de treinroof die op zijn 34e verjaardag plaatsvond. Brazilië leverde hem niet uit omdat hij er een kind had met een Braziliaanse vrouw. In 2001 kwam hij doodziek naar Engeland terug waar hij de rest van zijn gevangenisstraf uitzit. Op zijn eigen website (www.ronniebiggs.com) staat een versie van de treinroof. Wat daar allemaal van waar is, is moeilijk te achterhalen. Biggs vertelde ooit dat er ook 50 ongeslepen diamanten werden buitgemaakt waarvan de waarde hoger lag dan de hele schep geld bij elkaar. Verschillende van de gangsters schreven hun memoires en dikten hun eigen rol flink aan. En de grootte van de buit. En waarom zouden ze niet? Van in het begin koos het publiek de zijde van de dieven. Met de schandalen die het Verenigd Koninkrijk toen door elkaar schudden, was het vertrouwen in de autoriteiten toch al zoek. Ministers met callgirls, spionnen uit de hoogste klasse, aartsvijand Frankrijk die via generaal Charles de Gaulle Londen verhinderde om bij de Europese Gemeenschap te komen. Het was allemaal te veel. Dat een bende op die manier de autoriteiten uitdaagde en voor een deel ongrijpbaar bleek, was voer voor de sensatiepers, maar ook reden tot gejuich voor alle mensen die weinig verdienden en in slechte huizen woonden. Dat de banken, waarmee gewone mensen toch niets te maken hadden, zware verliezen leden, was niet hun probleem. Wel was er veel belangstelling voor de voorwerpen uit de boerderij - pannen, skimutsen, handschoenen - die in 1969 werden verkocht om de verliezen van de banken enigszins te dekken. Wat alles nog sensationeler maakte was dat de buit - in hedendaags geld 75 miljoen euro of drie miljard oude Belgische frank - nooit werd teruggevonden. Kort na de roof rekende TheDaily Telegraph uit dat de dieven elk jaarlijks 19.000 pond intrest zouden hebben als ze hun deel gewoon op een spaarbankboekje zetten. In twee jaar even veel intrest halen als een arbeider of bediende in zijn hele leven verdiende, sprak uiteraard tot de verbeelding. En dus reageerde de markt. In 1966 werd al een eerste film gedraaid, het aantal boeken over en rond de treinroof is groot en bij elke documentaire of elk artikel groeide het beeld van moderne bandieten, die misschien wel dieven waren, maar altijd gentlemen bleven. Dat is onzin natuurlijk, maar het verhaal blijft sterk. Ook heimwee speelt mee, heimwee naar een tijd dat gangsters nog geen riotguns of ander schiettuig gebruikten om hun beroep uit te oefenen. Misjoe VerleyenVeel van de gangsters hebben goed verdiend aan hun memoires.