Light rail is een soort hybride: het is geen trein, geen metro en geen tram. Light rail is het onvertaalde Engels voor een vorm van collectief vervoer over het spoor. Kenmerkend is dat de stellen zowel op een treinspoor als op een (verbreed) tramspoor in eigen bedding kunnen rijden. De infrastructuur en de stellen zijn lichter dan die voor een trein. Daardoor en door het lagere energieverbruik is de exploitatie goedkoper, zeker van dieseltreinen.
...

Light rail is een soort hybride: het is geen trein, geen metro en geen tram. Light rail is het onvertaalde Engels voor een vorm van collectief vervoer over het spoor. Kenmerkend is dat de stellen zowel op een treinspoor als op een (verbreed) tramspoor in eigen bedding kunnen rijden. De infrastructuur en de stellen zijn lichter dan die voor een trein. Daardoor en door het lagere energieverbruik is de exploitatie goedkoper, zeker van dieseltreinen. De stellen tellen meer deuren dan een trein, waardoor de stoptijd verkort en de commerciële snelheid verhoogt. De wagens zijn korter, en daardoor ook de perrons. Zoals een tram kan light rail dus ook in een stedelijk gebied rijden en mensen op straatniveau laten opstappen. Na het verdwijnen van de klassieke buurt- en streektram, begin jaren zestig, is light rail tegenwoordig aan een opmars bezig. Het systeem is geschikt voor afstanden van tien tot veertig kilometer. Het is gemakkelijk inpasbaar in de omgeving en veroorzaakt weinig geluidshinder. Light rail kan een oplossing bieden voor een verbinding tussen een centrale stad en haar invloedsgebied. Maar hij kan ook worden ingezet in een meer landelijke regio, zoals de Nederlandse Achterhoek. Er moeten vanzelfsprekend voldoende potentiële gebruikers zijn. De frequentie moet voorts behoorlijk hoog liggen - de Nederlandse Spoorwegen houden het bij vier à zestien ritten per uur. De gemiddelde snelheid varieert van 35 (in de stad) tot 60 km/uur in de regio. Voor een metro of sneltram ligt die snelheid op 30 à 35 km/uur. Er rijden van deze moderne trams in Straatsburg, Montpellier en Grenoble (Frankrijk), in Frankfurt en Karlsruhe (Duitsland), in Valencia (Spanje) en zelfs in een autoland als de Verenigde Staten. Experts beschouwen Karlsruhe als een erg geslaagde introductie van de light rail. De Duitse stad telt ongeveer 300.000 inwoners, maar de vervoersmaatschappij bedient een gebied met 500.000 inwoners. Twintig jaar geleden telde Karlsruhe één lange intercommunale tramlijn. Nu rijden de trams over 300 kilometer spoor, zowel van de tram- als van de treinmaatschappij. Zoals de Belgische spoorwegen (NMBS) vandaag, zag destijds ook de Duitse Bundesbahn aanvankelijk de komst van trams op de spoorlijnen van Karlsruhe niet zitten. Intussen is de formule een succes gebleken. Een andere Duitse pioniersstad is Frankfurt. Daar is het net van voorstadslijnen destijds niet afgeschaft. De lijnen werden ingeschakeld in een net dat in de stad zelf ondergronds gaat. Dat is veel goedkoper dan de aanleg van een volledige metro. Er zijn verschillende vormen van light rail. Soms gebruiken de stellen een goederenlijn of een niet meer gebruikte spoorberm. In andere gevallen rijden de speciale trams tussen de personentreinen. Elders worden bestaande streeklijnen opgewaardeerd. Of er wordt een nieuw net uitgebouwd.Peter Renard