Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel voelde zich tijdens het afgelopen weekeinde wat onwel worden. Hij werd daarom voor medische controle naar een ziekenhuis gebracht. In zijn eigen partij, de MR, werd niet uitgesloten dat de minister overspannen was geraakt door de stress van het formatieberaad, maar vooral door de aanhoudende aanvallen vanuit de Vlaamse media op hem en op zijn buitenlands beleid. De krant Le Soir liet over dat laatste geen twijfel bestaan: de Vlaamse pers wil de huid van Michel.
...

Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel voelde zich tijdens het afgelopen weekeinde wat onwel worden. Hij werd daarom voor medische controle naar een ziekenhuis gebracht. In zijn eigen partij, de MR, werd niet uitgesloten dat de minister overspannen was geraakt door de stress van het formatieberaad, maar vooral door de aanhoudende aanvallen vanuit de Vlaamse media op hem en op zijn buitenlands beleid. De krant Le Soir liet over dat laatste geen twijfel bestaan: de Vlaamse pers wil de huid van Michel. Een en ander is een gevolg van 'de verbinnenlandsing van het buitenlands beleid'. Dat is nooit zonder gevaar. Professor Rik Coolsaet citeert in zijn grote naslagwerk graag Régis Debray: een buitenlands beleid dat ontwikkeld wordt in functie van een binnenlandse strategie vraagt om een fiasco. En met dat laatste zitten we nu opgescheept. De internationale heibel rond de Belgische genocidewet bracht op een brutale wijze het best bewaarde geheim van paars-groen aan het licht: Buitenlandse Zaken is een puinhoop. 'Dat komt ervan als de minister zich als een zonnekoning gaat gedragen', zei een bevoorrecht waarnemer vorige week. De toenemende afstand tussen de minister en zijn diplomaten op het terrein, om van de kloof met zijn Europese collega's nog te zwijgen, had tot gevolg dat wat aanvankelijk een legitieme houding was - het verzet tegen een tweede Golfoorlog - gaandeweg, met de internationale heibel rond de genocidewet als pijnlijk hoogtepunt, een karikatuur werd. Etienne Davignon, een veteraan van de Quatre Bras, had ze nog zo gewaarschuwd: 'Een actieve maar geen activistische diplomatie.' Uitgerekend in volle krachtmeting met de Amerikaanse defensieminister Donald Rumsfeld rond de genocidewet en het mogelijke wegtrekken van het NAVO-hoofdkwartier uit ons land, verschenen de memoires van André De Staercke. De Staercke, een intimus van Rumsfeld, behandelt daarin uitsluitend de Koningskwestie en zijn werk als secretaris van prins Karel, die als regent de Belgische monarchie overeind hield. Uitgever Lannoo heeft aan de memoires een drietal puntige portretten toegevoegd die De Staercke schetste van zijn vriend Winston Churchill, van de Portugese dictator Antonio de Oliveira Salazar en van Paul van Zeeland. Bij het neerschrijven van zijn herinneringen, die pas na zijn dood gepubliceerd mochten worden, toonde De Staercke zich vaak heel scherp om niet te zeggen ongenadig voor zijn tijdgenoten. Een lakei van de Wetstraat is hij nooit geweest. Of wat dacht u van deze typering van Paul van Zeeland : 'Hij had de wonderlijke gave alles en iedereen te misleiden - ook zijn eigen geweten.' Of over het onderhoud dat Leopold III in Berchtesgaden had met Hitler : 'De troon was wel wat hielenlikkerij waard.' In volle repressieperiode zou De Staercke, die met de regering in Londen had vertoefd, de regent overtuigen gratie te verlenen aan de ter dood veroordeelde Robert Poulet. Daar was toen moed voor nodig. Over zijn werk als NAVO-ambassadeur zal de lezer in deze memoires niets vernemen, tenzij dan in de inleiding van wijlen Jean Stengers en de presentatie door historica Ginette Kurgan-van Hentenryck. Daar lezen we dat De Staercke zijn relatie met Salazar aansprak om gedaan te krijgen dat de Amerikanen, die met de dictator op gespannen voet leefden, tijdens de Zesdaagse Oorlog de luchtmachtbasis op de Azoren mochten gebruiken om de Israëliërs te bevoorraden. Het was De Staercke die als eerste lucht kreeg van de plannen van de Franse president Charles de Gaulle om zich uit de militaire structuur van de NAVO terug te trekken. Zijn optreden naderhand was doorslaggevend in het naar België halen van het hoofdkwartier van het bondgenootschap. André De Staercke maakte samen met Etienne Davignon en later Alfred Cahen deel uit van de groep die de naoorlogse Belgische diplomatie in het Atlantische spoor hield. Om die reden werd hij ook geprezen in de gedenkschriften van Gaston Eyskens. De Staercke voerde, samen met Davignon, de pen voor het Harmel-rapport dat eind van de jaren zestig de ontspanning tussen Oost en West zou inleiden en de aanzet vormde voor de West-Duitse Ostpolitik en de latere conferentie van Helsinki. Als Pierre Harmel, amper een jaar na de sovjetinval in Praag, naar Moskou reisde om de dialoog opnieuw op gang te krijgen, werd hij door De Staercke vergezeld. De ontspanningspolitiek van Pierre Harmel, uitgevoerd in volle Koude Oorlog, was een delicate oefening waarbij de Belgische minister van Buitenlandse Zaken de West-Europese diplomatie zacht doch vastberaden een heel nieuwe richting uit duwde. Een richting die ze in Washington niet altijd beviel, maar die op geen enkel moment voor diplomatiek brokkenwerk zorgde. Louis Michel had van deze episode heel wat kunnen leren. De memoires van De Staercke, onder de titel Alles is voorbijgegaan als een schaduw, vormen een van de leerrijkste ego-documenten uit de recente vaderlandse geschiedenis. Om mee te nemen op vakantie. Rik Van Cauwelaert