De stilte was oorverdovend toen de Russische atlete Olga Yegorova op 8 juli op een meeting in Saint-Denis bij Parijs betrapt werd op het gebruik van epo. Een heuse primeur, want epo en atletiek? Dat bestónd toch niet. In atletiekmiddens werden ze al woest als het nog maar gesuggereerd werd. Epo was snoep voor coureurs, punt uit! Niet dus.
...

De stilte was oorverdovend toen de Russische atlete Olga Yegorova op 8 juli op een meeting in Saint-Denis bij Parijs betrapt werd op het gebruik van epo. Een heuse primeur, want epo en atletiek? Dat bestónd toch niet. In atletiekmiddens werden ze al woest als het nog maar gesuggereerd werd. Epo was snoep voor coureurs, punt uit! Niet dus.De atletiekbonzen wisten eerst niet goed wat ze met dat nieuwe gegeven moesten aanvangen. Een hoogst respectabel man als Wilfried Meert, organisator van de Memorial en tot voor kort secretaris-generaal van de Belgische atletiekbond, wond zich op over de in Saint-Denis gevolgde procedure. De epotest kwam daar namelijk op aanstichten van de organisatoren van de meeting, geruggensteund door het Franse ministerie van Sport. Meert: 'Hebben de organisatoren echt zélf het initiatief genomen? Wat is dát voor een geschiedenis! Tijdens de vergaderingen van de organisatoren van atletiekmeetings werd met geen woord over epotests gerept. Dat laten we aan de internationale atletiekfederatie over.' In Saint-Denis liepen, anders gezegd, foute boswachters rond. Maar gebeurd is gebeurd. Dus keerde de internationale atletiekfederatie (IAAF) vlug haar kar. Natuurlijk kende de atletiek epogebruik. Alleen hadden ze dat lange tijd niet afdoende kunnen controleren, vergoelijkte de Zweedse professor Arne Lungqvist, voorzitter van de medische commissie van de internationale atletiekfederatie. Eigen schuld dikke bult? Nee hoor. Volgens Lungqvist had het Internationaal Olympisch Comité (IOC) te lang verzuimd voldoende geld te pompen in het project om epotests wetenschappelijk sluitend te maken. Gemakshalve vergat de professor te vermelden dat toenmalig IAAF-voorzitter Primo Nebiolo (overleden in 1999) nooit warm liep voor epotests binnen de atletiek. Hoogstwaarschijnlijk was de vriendschap van Nebiolo met de inmiddels zeer omstreden sportdokter Francesco Conconi verantwoordelijk voor die aversie. Conconi prijkt dezer dagen bovenaan de zwarte lijst van duivelse sportartsen en is in Italië het voorwerp van een gerechtelijk onderzoek. De man wordt tegenwoordig vooral met wielrennen geassocieerd, maar hij komt wel degelijk uit de atletiek. En in de computerbestanden, waarop de speurders beslag legden, doken behoorlijk wat namen van atleten op. Conconi begeleidde ze in 1994-1995, uitgerekend de periode waarin de prestaties op de langeafstandsnummers wonderbaarlijk verbeterden. Overigens krijgt het geval-Yegorova deze week nog een staartje. Want wie neemt er doodgemoedereerd deel aan het WK atletiek, momenteel aan de gang in het Canadese Edmonton? Juist ja. Blijkt dat ze op 8 juli in Saint-Denis vergeten waren om behalve de urine ook het bloed van Yegorova te onderzoeken. Oeps, foutje. Een tegenexpertise moest dat rechttrekken, maar nog net niet met het schaamrood op de wangen diende Lungqvist op te biechten dat bij die controle 'een technische fout' gebeurd was. Wel ja, een kortsluitinkje, het kan de beste overkomen. IAAF stond tot voor kort voor Internationale Amateur Atletiekfederaties. Op het congres vlak voor het WK in Edmonton maakten de heren bestuurders daar Internationale Associatie van Atletiekfederaties van. Zouden ze die 'amateur' niet wat te vroeg geschrapt hebben?Ben Herremans