Zondag in Lübeck, en de Katharinenkirche zit vol. Onder applaus schuifelen twee frêle, gebogen figuren naar het altaar. Siegfried Lenz en Günter Grass, tachtigers en reuzen van de Duitse literatuur, spreken. Over politiek, hun engagement voor Willy Brandt en de SPD, bijna veertig jaar geleden. Ze vergezelden de kanselier toen hij in het getto van Warschau door de knieën ging. 'De weg is het doel. Men komt niet aan', klinkt het in de rode kerk. Dan gaat de tentoonstelling Ein Bürger für Brandt, der politische Grass open. De plaats is het Günter Grass-Haus, een museum door een tuin verbonden met een ander museum, het Willy Brandt-Haus.
...

Zondag in Lübeck, en de Katharinenkirche zit vol. Onder applaus schuifelen twee frêle, gebogen figuren naar het altaar. Siegfried Lenz en Günter Grass, tachtigers en reuzen van de Duitse literatuur, spreken. Over politiek, hun engagement voor Willy Brandt en de SPD, bijna veertig jaar geleden. Ze vergezelden de kanselier toen hij in het getto van Warschau door de knieën ging. 'De weg is het doel. Men komt niet aan', klinkt het in de rode kerk. Dan gaat de tentoonstelling Ein Bürger für Brandt, der politische Grass open. De plaats is het Günter Grass-Haus, een museum door een tuin verbonden met een ander museum, het Willy Brandt-Haus. Maandag in Behlendorf, twintig kilometer daarvandaan. Beelden van Günter Grass in het gras op zijn landgoed in een golvend eindmorenelandschap. De schrijver en beeldend kunstenaar verwacht ons bezoek. In de kleine bibliotheek komt het tot een intens gesprek. Daarna gaat hij met twee andere mannen aan tafel zitten. Thomas Gaulin is de Lübeckse uitgever van zijn beeldend werk. Danny Van Bael is kunstbemiddelaar en verzamelaar. Samen bespreken ze de details van Grass' komst naar Aarschot in oktober. In het cultureel centrum zal hij tekeningen, grafiek en beelden tonen. Hij zal ook voorlezen, een passage uit het autobiografische Beim Haüten der Zwiebel. Het boek, vertaald als De rokken van de ui, veroorzaakte een 'wolfroedelgehuil'. Het tweede deel, Die Box, komt in augustus uit: zijn leven door het oog van zijn kinderen. GÜNTER GRASS: Voor mij is het, zowel literair als politiek, altijd een hoofdthema geweest. Het probleem van de voedselvoorziening in de wereld. We kunnen alles. We vliegen naar de maan; we vinden voortdurend nieuwe technologieën; we hebben een transportsysteem zonder voorgaande in de geschiedenis van de mensheid; we hebben een communicatiesysteem dat ons in seconden alle berichten uit de wereld overbrengt. Alleen zijn we nog altijd niet in staat om de mensen te voeden. De honger neemt weer toe. Speculaties in Chicago op de sojabonenbeurs hebben de dood van honderdduizenden mensen tot gevolg. We hebben de laatste weken en maanden gezien hoe de felle stijging van de rijstprijzen een catastrofale terugslag had op de armen. Maar als in de industrielanden de prijzen een beetje schommelen, dan begint meteen de hysterie. Ik weet niet of u mijn roman De bot gelezen hebt? GRASS: En in Beieren, op een verschillende manier. Een opwindend verhaal. Zonder de invoering van de aardappel zou de industrialisering niet eens mogelijk geweest zijn. De arme bevolking had toen alleen gierstepap, rogge wellicht. Tarwe was er alleen voor de hogere klassen. En bij misoogsten was er geen vervangmiddel. De aardappel compenseerde dat. En dan nog. Toen in Ierland, in het begin van de negentiende eeuw, drie vier aardappeloogsten wegens te felle regen verrotten, kwam het tot een waanzinnige emigratiegolf, van Ierland naar Amerika. Dat was de aardappelnood. Jonathan Swift schreef toen een prachtige satire waarin hij de Engelse hogere klasse het eten van kleine kinderen uit Ierland als nieuwe specialiteit aanbeval. Om de armoede te lenigen. GRASS: Men heeft vandaag geen idee wat de ontdekking van Amerika betekende. Niet alleen aardappelen, maar ook tomaten, alles komt van daar. Denk aan de bonen. Voor de ontdekking van Amerika waren er alleen tuinbonen in Europa. Na de invoering van andere boonsoorten uit Amerika, werden tuinbonen aan de varkens gevoerd. Daarom worden ze in Duitsland Saubohnen genoemd. GRASS: Mannen maken geschiedenis en schrijven over geschiedenis. Daarbij werd het aandeel van de vrouwen aan historische processen altijd verwaarloosd. Terwijl zij in sommige tijden van nood meelspijzen hebben uitgevonden. GRASS: Ja. Zo begint De blikken trommel met een aardappelloofvuur. GRASS: Het hele gebied van Kasjoebië en ook Pommeren, lijkt een beetje op dit landschap hier, een eindmorenelandschap. Licht glooiend, met veel meren, bossen en een zanderige grond waarin aardappelen groeien. In Duitsland bestaat een spreekwoord over de Pommeren: 'De domste boeren hebben de grootste aardappelen.' Achter-Pommeren was ver afgelegen, platteland, maar daar waren de grootste aardappelen. Ik kan me voorstellen dat er in België op een soortgelijke manier met de Vlamingen gespot werd, uit Franstalige hoek. ( lacht) GRASS: De Kasjoeben zijn een oud-Slavische stam. De Polen waren ook een oud-Slavische stam, maar jonger dan de Kasjoeben. Als staatsstructuur is Polen later ontstaan uit verscheidene Slavische stammen waaronder de Kasjoeben. Eerst was er het hertogdom Pommerel, met Kasjoebische vorsten. Maar vanaf de 9e, 10e, 11e eeuw begint de Poolse staatsvorming, net zoals in Duitsland en Frankrijk. In Oost-Duitsland heb je de Sorben, die in de omgeving van Bautzen leven. Als beschermde minderheid, drie-, vierhonderdduizend mensen. De nieuwe minister-president van Saksen is van Sorbische afkomst. Voor het eerst hebben ze een politicus van Sorbische afkomst. Dat Sorbisch is ook een oud-Slavische taal. Als je naar Bautzen rijdt, staat daar een bord met 'Bautzen' op, en daaronder: 'Budysin'. De hele regio geniet, al sinds de DDR-tijden, een beschermd minderheidsstatuut. GRASS: Ze zijn misschien nog met zo'n driehonderdduizend. In Amerika leven er wellicht nog veel meer uitwijkelingen. Of ook in West-Duitsland, in het Ruhrgebied, zijn er heel wat. Een deel van mijn familie aan moederskant is inderdaad Kasjoebisch. Het grootste deel leeft nu nog in Polen, maar enkelen zijn in de jaren zeventig en tachtig naar het Ruhrgebied geëmigreerd. GRASS: De nazi's probeerden ze te verdrijven of te germaniseren. Dat betekent: ze werden als Volksgruppe 3 geclassificeerd, en als ze zich deden gelden werden ze Volksduitsers met het vooruitzicht om op een dag Rijksduitsers te worden. De centrale regering in Polen voerde altijd een slechte minderhedenpolitiek, en de Kasjoeben vielen tussen hamer en aambeeld. Door de Duitsers beschimpt als Polacken en door de Polen niet ernstig genomen als Kasjoeben. Nu is het verbeterd. Als ik naar Danzig ga, zie ik hoe de familie almaar groter wordt. GRASS: Niet wat de taal betreft. Ik ben helemaal door de Duitse taal gevormd. Maar natuurlijk is die Oost-Europese achtergrond en de geschiedenis van Polen mij zeer na. In De rokken van de Ui beschrijf ik de lotgevallen van een neef van mijn moeder, werkzaam bij de Poolse post in Danzig. Meteen bij het begin van de oorlog werd hij neergeschoten door de Duitse bezetter, omdat hij met de postbeambten de post verdedigd had. GRASS: Alle grote cultuurbijdragen zijn uit mengvormen ontstaan, wanneer twee culturen samenkomen. Neem de picareske roman, die in Spanje ontstaan is. Die is niet denkbaar zonder de moorse bezettingstijd. Dat is een mengvorm. Of neem een grote Vlaamse auteur, maar die in het Frans schreef, Charles De Coster: het Uilenspiegelverhaal is de voortzetting van de picareske roman, overgebracht op de Vlaamse wereld. In dezelfde lijn ligt Hugo Claus met Het verdriet van België, een grandioos boek. Ik heb het altijd jammer gevonden dat hij de Nobelprijs niet gekregen heeft. GRASS: Ja, ik heb er mij voor ingezet. Dat mag ik wel zeggen nu hij dood is, anders mag men het niet bekendmaken: in het comité heb ik voor hem gestemd. Maar elk lid heeft natuurlijk maar één stem. GRASS: Dat is een misverstand. Goethe stond zeer open voor buitenlandse vormen. Hij vertaalde Diderot toen zijn boeken in Frankrijk verboden waren, een groteske geschiedenis. Goethe was zeer opmerkzaam voor wat buiten Duitsland gebeurde. Hij was het tegendeel van een nationalist. Het was pas tegen het einde van de negentiende eeuw dat het nationaal chauvinisme opkwam, en de overdreven nadruk op de nationale staat. In Duitsland, in Frankrijk, en in andere landen. GRASS: Je ziet het ook vandaag. Zo was de Engelse literatuur nogal verstard. Schrijvers die uit India komen en in het Engels schrijven, brengen de Engelse literatuur weer tot leven, Salman Rushdie is een zeer goed voorbeeld. Die gaan helemaal anders om met de taal. GRASS: De schrijvers van een halve generatie voor mij, Heinrich Böll en Günter Eich, hadden het gevoel dat de Duitse taal gecorrumpeerd was door de nazi's. Wat ook klopt. En er was zo'n fase die men de kaalslagliteratuur noemde: heel simpel schrijven, elk woord precies afwegen, een bangelijke omgang met de eigen taal, om toch maar niet uit te glijden in woordclusters die door de nazi's misbruikt waren. En toen midden de jaren vijftig mijn generatie kwam, was het alleszins mijn overtuiging dat je de taal niet mag bestraffen, louter omdat ze misbruikt geweest is. De Duitse taal is meer dan dat, je moet alle registers opentrekken, alle mogelijkheden in aanmerking nemen. De blikken trommel was mijn eerste antwoord op de kaalslagliteratuur. GRASS: Ik moest niets weten van al die zwart-witbeschrijvingen. Ik wilde tonen hoe gebroken ze allemaal in zichzelf zijn. GRASS: Het begon met een krantenbericht: in de jaren zeventig is men teruggegaan naar het Bikini-atol, waar de atoombomproeven waren gehouden. Het leven was er volledig vernietigd, er waren alleen ratten. De ratten hadden zich aangepast. De ratten zijn socialer dan de mensen, ze zijn ook in staat om overbevolking in de hand te houden. Bij de behandeling van het thema vroeg ik me af wat er gebeurt als wij mensen uitvoeren waartoe we in staat zijn: onszelf uit te roeien, door de inzet van nucleaire wapensystemen. Het gevaar be-staat tot op vandaag. GRASS: Ik schreef er een satire over. Hoe alles heel blijft, gebouwen, alles. Alleen de mensen zijn opgebrand. De zuivere bom, ja ( lacht). GRASS: Tegen beter weten in zijn wij in staat om ons op verschillende manieren uit te roeien. Alles wat ik in De rattin beschrijf, hebben mensen gedaan. Het is geen apocalyps die van boven afgekondigd is. Door onze grootheidswaan, omdat we al wat we kunnen ook moeten uitproberen, is de doos van Pandora open. Zolang de Koude Oorlog er was, hielden de beide grote atoommachten elkaar in een evenwicht van de angst. Dat is voorbij. Men wordt onzekerheid gewaar, we weten niet waar een deel van het kernmateriaal opgeslagen is, waarheen het verdwenen is, wie het in zijn bezit heeft. Het is absoluut mogelijk dat het in handen komt van criminele organisaties, waardoor de atoomdreiging wereldwijd toeneemt. Nucleair materiaal is tegenwoordig te koop. GRASS: Zeker. GRASS:... wordt nog groter, omdat er nog andere bedreigingen bij zijn gekomen. De klimaatverandering, bijvoorbeeld. Die is jarenlang ontkend. Nu volgt de ene conferentie op de andere, maar men verzuimt om er werkelijks iets tegen te doen. Het energieverbruik stijgt. En ook als we het energieverbruik terugschroeven, kunnen we de klimaatverandering niet tegenhouden, hooguit milderen. Maar zelfs dat gebeurt niet. GRASS: ( parafraseert 'De rattin') 'Wat hebben jullie achtergelaten? Afval.' De mensen zijn weg, maar het materiaal straalt verder. Wij hebben tot nog toe in Europa de definitieve opslag van atoomafval niet geregeld. Men probeert het te bergen in mijnen hier of daar, die alle onveilig zijn. Wat als het met grondwater in contact komt? En dies meer. GRASS:... Vineta. GRASS: Ja, maar dan komen ze daar aan, en ook daar zijn de ratten. En die beginnen de mensen na te apen. Ze oefenen zich in het rechtop lopen. En al de utopieën zijn opgebruikt. De jongere generatie wordt geconfronteerd met een toekomst die al gedateerd is. Door klimaatverandering, door overbevolking, door wat we in het begin aansneden: het eeuwige onvermogen om de mensen te voeden. Van alle ideologische aanbiedingen, die allemaal ook hun Utopia hadden, is er maar één overgebleven: het kapitalisme, als alleenheersend machtinstrument. Omdat er ook geen vis-à-vis is, en er schijnbaar geen alternatief meer is voor het kapitalisme, zijn ze teruggevallen in het roofdierkapitalisme van de negentiende eeuw. Ten tijde van de Koude Oorlog moesten de kapitalisten zich inspannen om ook sociaal te zijn. Ze hadden een vis-à-vis, wie het ook was. Nu kunnen ze doen wat ze willen. De kloof die overal gaapt tussen arm en rijk, wereldwijd, wordt dieper. De bakermat van het kapitalisme, Engeland en natuurlijk Amerika, bevindt zich in de zwaarste crisis. GRASS: Laten we niet praten over utopie, maar over de toekomstmogelijkheden die we hier hebben. Een van de grootste naoorlogse verwezenlijkingen is zeker dat we ons als Europeanen zien, voor een stukje. Maar dat is niet voldoende benut. Als Europa in staat zou zijn om zich niet alleen als economische regio te zien; als het bijvoorbeeld ook op het vlak van de buitenlandse politiek meer gewicht zou hebben, dan had men de Amerikanen kunnen verhinderen om die waanzinnige oorlog in Irak te beginnen, die de hele regio dooreengeschud heeft. Laten we het niet hebben over Utopia maar over de kansen die Europa heeft. Precies tegenover een onzeker geworden grootmacht als de VS. VOLGENDE WEEK DEEL II: GÜNTER GRASS OVER HET NAZISME. 'IK LIET ME VERLEIDEN DOOR EEN DWAALLEER.'DOOR JAN BRAET/FOTO'S JACQUES WEYGAERTS