Het document werd in november 2008 voorgesteld door de regionale werkgeversorganisaties Voka (Vlaams netwerk van ondernemingen), UWE (Union Wallonne des Enterprises) en Beci (Brussels Enterprises, Commerce and Industry), en dit met de actieve steun van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen). Het kreeg in de Vlaamse pers nauwelijks weerklank, maar is nochtans belangwekkend. Voor de top van de Belgische bedrijfswereld vormen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en zijn hinterland immers één economisch geheel. Dat gebied krijgt de naam Brussels Metropolitan Region (BMR) toebedeeld. ...

Het document werd in november 2008 voorgesteld door de regionale werkgeversorganisaties Voka (Vlaams netwerk van ondernemingen), UWE (Union Wallonne des Enterprises) en Beci (Brussels Enterprises, Commerce and Industry), en dit met de actieve steun van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen). Het kreeg in de Vlaamse pers nauwelijks weerklank, maar is nochtans belangwekkend. Voor de top van de Belgische bedrijfswereld vormen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en zijn hinterland immers één economisch geheel. Dat gebied krijgt de naam Brussels Metropolitan Region (BMR) toebedeeld. Daaronder wordt het Brussel van de negentien gemeenten verstaan, plus het grootste deel van het arrondissement Halle-Vilvoorde en het volledige arrondissement Nijvel. Van deze metropool maken 62 gemeenten deel uit. Voor dat gebied zullen de regionale werkgeversorganisaties een vijftigtal projecten uitbouwen. Karel Lowette, covoorzitter van de stuurgroep en voorzitter van het Voka-Comité Brussel: 'Wij zien de Brussels Metropolitan Region als een economische realiteit. We verbinden er geen politiek besluit aan. Aan de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet niet geraakt worden. Voor ons is vooral een vlotte samenwerking tussen de verschillende gewesten en gemeenschappen belangrijk. Ik pleit wel voor het Engels als derde administratieve taal, zodat de buitenlanders hier in alle omstandigheden hun weg kunnen vinden.' Aan Business Route 2018 ging een grondig onderzoek van het Zwitserse bureau Basel Economics vooraf. Het buitenlandse bureau hoefde zich niet met communautaire haarkloverij in te laten. Het vergeleek objectief de troeven en de zwaktes van de Brusselse metropool met die van vijftien andere Europese stadsregio's. En het zette opmerkelijke cijfers en markante bedenkingen op een rij. Zo blijken de economische activiteiten van Brussel vooral op de Rand af te stralen. In de hoofdstad immers bleven de laatste tien jaar zowel de economische groei (+2 procent) als de werkgelegenheid (+1 procent) beperkt. In Halle-Vilvoorde daarentegen was de economische groei fenomenaal en steeg de werkgelegenheid met liefst 13,9 procent. In Vlaams-Brabant ligt de fiscale druk overigens merkelijk lager dan in Brussel. Dat doet almaar meer multinationals met hun hoofdzetel naar de Rand uitwijken. Een troef, vindt het Zwitserse bureau. De Europese instellingen versterkten tot nu toe de concurrentiepositie van de brede Brusselse stadsregio. Precies door de uitbreiding van de Europese Unie zijn er wel meer kapers op de kust. Daarom dreigt de Brusselse metropool in de Europese war for talent hooggekwalificeerd personeel te verliezen. De oorzaken daarvan liggen niet alleen bij de hoge fiscale heffingen op het loon. Brussel en vooral het hinterland zijn voor de betere buitenlandse verdiener nogal saai. Op het vlak van toerisme, cultuur, ontspanning, vertier en transport scoort de regio bijzonder slecht. Om dat te verhelpen is er eerder lager opgeleid personeel nodig dat enigszins taalvaardig en voldoende mobiel en flexibel is. Juist dat soort voorwaarden vormt het zwaktebeeld van de Brusselse metropool.