Voor de zesde keer sinds hij in 2000 tot president van de Verenigde Staten werd verkozen, beklom George W. Bush het spreekgestoelte van de Senaat om een State of the Union uit te spreken. Naar dat moment eind januari wordt traditioneel uitgekeken. Aan de tekst heeft een ploeg presidentiële speechschrijvers maanden gewerkt. Wat heeft de president zijn land te zeggen? Bush gebruikte de gelegenheid in het verleden onder meer om een 'As van het Kwaad' te schetsen en om een pleidooi te houden voor een preventieve oorlog.
...

Voor de zesde keer sinds hij in 2000 tot president van de Verenigde Staten werd verkozen, beklom George W. Bush het spreekgestoelte van de Senaat om een State of the Union uit te spreken. Naar dat moment eind januari wordt traditioneel uitgekeken. Aan de tekst heeft een ploeg presidentiële speechschrijvers maanden gewerkt. Wat heeft de president zijn land te zeggen? Bush gebruikte de gelegenheid in het verleden onder meer om een 'As van het Kwaad' te schetsen en om een pleidooi te houden voor een preventieve oorlog. Dit jaar had hij zijn land niet veel te zeggen. Zijn belangrijkste boodschap was dat de VS verslaafd zijn aan het gebruik van olie. Een verklaring die wat vreemd klinkt uit de mond van een man die in een clan van Texaanse oliebaronnen is geboren, en die dus aan de olieverslaving rijk is geworden. De president is overigens niet bijster bezorgd om de schade die de oliedampen aan het milieu toebrengen. Hij wil zijn land in de eerste plaats minder afhankelijk maken van energie uit het Midden-Oosten. De beste manier om dat te doen, schreef commentator Thomas Friedman twee weken geleden al in The New York Times, is door een groenere economie te promoten en een belasting te heffen die benzine aan de pomp duurder maakt - olieproducten blijven in de VS spotgoedkoop. Dat zou gebruikers ertoe aanzetten om spaarzamer met het goedje om te springen en de Amerikaanse autoproducenten dwingen om auto's te maken die zuiniger rijden. Friedman blijkt uiteindelijk niet zo invloedrijk als veel mensen wel dachten. Bush sneed het onderwerp wel aan, maar vergat de belasting en bewees toch vooral lippendienst aan de promotie van een meer groene economie. Hij vond het van groter belang dat de belastingen van rijke Amerikanen nog verder worden verlaagd. Toch rekende Friedman het Witte Huis voor dat de Amerikanen de oorlog tegen het terrorisme op dit moment eigenlijk twee keer betalen. Een keer rechtstreeks uit de staatskas, met de aanwezigheid van een grote troepenmacht in Irak. Een tweede keer door de aankoop van dure olie, waarvan de opbrengst ook dient om organisaties en scholen van islamfundamentalisten te financieren. Osama Bin Laden houdt van Amerika. De VS worden daarom ook niet graag herinnerd aan de aanleiding om een oorlog met Irak te beginnen. Die moest het hele Midden-Oosten democratiseren. De ene domino zou de volgende omtikken. Het resultaat van al die bemoeienissen is niet zeer hoopgevend. In Irak zelf heeft een meerderheid van radicale moslims de touwtjes in handen. In Egypte scoorden de kandidaten van de Moslimbroederschap enkele maanden geleden verrassend hoog. In Palestina behaalde de islamitische verzetsbeweging Hamas de volstrekte meerderheid. Het doet het Engelse weekblad The Economist een beetje aan de dagen van Jimmy Carter denken. Die bereikte met zijn mensenrechtenpolitiek in de jaren zeventig ook dikwijls een averechts effect. Is Bush met andere woorden uiteindelijk net zo naïef? In het conservatief-liberale blad is de vergelijking met Carter nauwelijks minder dan een weliswaar beleefd geformuleerde grove belediging. George W. Bush heeft nog drie jaar te gaan. Die zullen voor iedereen lang duren. HUBERT VAN HUMBEECK