Door de verwarring rond de herziening van de genocidewet heeft het parlement zijn werkzaamheden op een vrij chaotische wijze beëindigd. Geheel naar het beeld van de afgelopen zittingsperiode die zeker geen hoogtepunt betekende in de annalen van het Belgische parlement.
...

Door de verwarring rond de herziening van de genocidewet heeft het parlement zijn werkzaamheden op een vrij chaotische wijze beëindigd. Geheel naar het beeld van de afgelopen zittingsperiode die zeker geen hoogtepunt betekende in de annalen van het Belgische parlement. Scheidend kamervoorzitter Herman De Croo heeft de voorbije jaren het huis vertimmerd en opgekalefaterd. Zelfs de fraaie fontein van George Minne aan de achterkant van het Paleis der Natie klatert opnieuw. De voorzitter verplaatste het meubilair, liet een nieuwe stemmachine installeren, verhoogde het werkcomfort van de mandatarissen, zette het verloop van de vergaderingen rechtstreeks online via de webstek van de Kamer. De Croo verdient ook geprezen te worden voor de Geschiedenis van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, die hij liet schrijven door een keur van Belgische historici. Alleen de teloorgang van de Kamer als opperste controleur van de uitvoerende macht, die heeft de voorzitter niet kunnen keren. Daarvoor liet De Croo, die in 1999 nochtans betere voornemens koesterde, zich net iets te veel gebruiken voor de agenda van de paars-groene meerderheid. Zijn liberale kompaan Jean Defraigne deed hem jaren geleden voor hoe een kamervoorzitter te allen tijde zijn onafhankelijkheid kan bewaren tegenover het elective dictatorship, zoals de Engelse Lord Hailsham de moderne uitvoerende macht bestempelde. Geen van de grote projecten die de regering van premier Guy Verhofstadt op de sporen heeft gezet - de politiehervorming, de belastingverlaging, de hervorming van de ambtenarij, het nieuwe asielbeleid, de grote mobiliteitsdossiers, Sabena, de nachtvluchten op Zaventem, de hervorming van de NMBS - vormde aanleiding tot een grondig debat, noch in de commissies, noch in de plenaire vergaderingen. Een minister als Isabelle Durant, meermaals op flagrante onkunde en onwil betrapt, kon niet, mocht niet tot ontslag worden gedwongen. Zelfs de onderzoekscommissie over het faillissement van Sabena, die grondig werk heeft verricht, raakte uiteindelijk versmacht onder de belangen van de regering en van de meerderheidspartijen. Het parlementair ambt werd bovendien gedegradeerd tot politieke pasmunt. Om een nieuwe Antwerpse schepen, die niet was verkozen, toch geïnstalleerd te krijgen, werd een opvolgster, die daarvoor opzij moest, tot inschikkelijkheid bewogen met de belofte van een gecoöpteerd senatorschap. Sterker: in deze zittingsperiode organiseerde het parlement mee de verschrompeling van de eigen controlemacht. Want op geen enkel moment werd een poging gedaan om vat te krijgen op de reorganisatie van de overheidsdiensten. Door die hervorming ontstaat nu een incestueuze verhouding tussen de ambtenaren, en vooral de topambtenaren, en de regering. Dat moet slecht aflopen. De samenstellers van de Geschiedenis van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers stellen in hun slotwoord vast dat een democratisch deficit is ontstaan, en dat het politieke toneel nog weinig toeschouwers trekt, behalve de media die het dan weer banaliseren en er een spektakelstuk van maken. En ze waarschuwen dat de democratie, en dus het parlement, opnieuw in het midden van de politieke scène moet worden geplaatst, 'door een nieuwe impuls te geven aan een concept dat misschien verouderd is, maar dat niet straffeloos ondermijnd kan worden'. Na de paasvakantie echter wordt het campagnegeweld helemaal losgelaten. De strijd om de kiezer zal zich vooral op het televisiescherm afspelen. Programmamakers hebben daarvoor de politieke praatshows bijgeknipt tot de format van bekende amusementsprogramma's als De Nationale Test of Recht van Antwoord. Er zal weer veel interactief gestemd worden, sms'jes verstuurd. En snelle peilingen zullen, waar nodig, de campagne bijkleuren. Kortom: de politiek zal, zoals dat heet, dichter bij de mensen worden gebracht. De kijker mag nu al gerust zijn: hij zal in die programma's niet worden lastiggevallen met de meer dan 450.000 werklozen die paars-groen nalaat, met de activiteitsgraad die laag blijft, met het recordaantal faillissementen, met het gat van 629 miljoen euro in de sociale zekerheid, met de economische naweeën van de Golfoorlog, laat staan met de kwaliteit van het parlementaire werk. Dat alles komt opnieuw aan de orde na 18 mei. In Nederland weten ze er alles van. Ook daar kon bij vorige verkiezingen het politieke vermaak niet op: het Harry Potter-brilletje van Jan Peter Balkenende, het kontje van Wouter Bos. Ze hebben in Nederland nog geen regering, maar de rekening voor anderhalf jaar politieke pret viel al in de bus: 20 miljard euro nieuwe besparingen. Rik Van Cauwelaert