Niemand zal beweren dat Johan Sauwens een fascist is. Maar hoe valt het dan uit te leggen dat het in een bepaalde context toch logisch is dat hij op visite gaat bij de ex-oostfronters en neonazi's van het Sint-Maartensfonds? Want een Jörg Haider kreeg zijn slechte naam net door zulke bijeenkomsten te frequenteren. Sauwens kan zelfs aanvoeren dat hij naar dat extreem-rechtse feest trok om extreem-rechts te bestrijden. Want het Sint-Maartenfonds, dat niet uitsluitend (ex-)nazi's groepeert, behoort tot die archipel van organisaties waarin de harde kern van het Vlaams-nationalisme zich verenigt. Vroeger leverden die clubs de structurele basis en het electoraat van de Volksunie, vandaag moet deze partij er de concurrentie van het Vlaams Blok dulden. V...

Niemand zal beweren dat Johan Sauwens een fascist is. Maar hoe valt het dan uit te leggen dat het in een bepaalde context toch logisch is dat hij op visite gaat bij de ex-oostfronters en neonazi's van het Sint-Maartensfonds? Want een Jörg Haider kreeg zijn slechte naam net door zulke bijeenkomsten te frequenteren. Sauwens kan zelfs aanvoeren dat hij naar dat extreem-rechtse feest trok om extreem-rechts te bestrijden. Want het Sint-Maartenfonds, dat niet uitsluitend (ex-)nazi's groepeert, behoort tot die archipel van organisaties waarin de harde kern van het Vlaams-nationalisme zich verenigt. Vroeger leverden die clubs de structurele basis en het electoraat van de Volksunie, vandaag moet deze partij er de concurrentie van het Vlaams Blok dulden. Vandaar dat Sauwens er niet afwezig wou blijven. Het Vlaamse historische zelfbeeld is redelijk verknipt. Kort samengevat, komt de zaak-Sauwens neer op electoraal opportunisme, getekend door een gebrek aan ethische moed en intellectuele rechtlijnigheid. En dat geldt net zo goed voor de CVP wanneer ze het oogmerk om de regering dwars te zitten al voldoende vindt om hand in hand met extreem-rechts tegen 'Lambermont' te betogen. De laatste driekwart eeuw omvatte het Vlaams-nationalisme altijd een hard-rechtse kern. Die mocht lang op vergoelijking en op een valse respectabiliteit rekenen. Het democratische Vlaams-nationalisme en zelfs een fractie van de christen-democratie hebben die altijd gedoogd, in naam van hogere, Vlaamse en/of katholiek-traditionalistische belangen. En omwille van de stemmen. Zelfs al was de prijs daarvoor een permanente onderschatting van extreem-rechts. Daarom ook werd de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog lang goedgepraat als zijnde gemotiveerd door 'Vlaams idealisme'. Dat collaboreren uit idealisme toch altijd een ethisch onverdedigbare medeplichtigheid met de nazi-bezetter inhield, verdween gemakshalve onder de mat. Het hedendaagse sofisme om het ethische oordeel daarover uit de weg te gaan, is de weerzin tegen de politieke correctheid. Dat de collaboratie hoe dan ook principieel fout was, is een inzicht dat de Vlaamse beweging pas de jongste jaren wil erkennen. Maar zeker niet van harte. In Franstalig België heeft die laksheid tegenover extreem-rechts het (mee door onwetendheid gevoede) cliché van het 'bruine' Vlaanderen in het leven geroepen. Het vond zijn bevestiging in de electorale successen van het Vlaams Blok. Daartegenover stond de mythe waaruit de Franstaligen zelf dan weer graag politiek kapitaal putten: het verzet. Toch was in Franstalig België de collaboratie, politiek gedragen door het rechts-katholieke Rex, niet geringer en verhoudingsgewijs vaker ingegeven door persoonlijk gewin en dus 'crapuleuzer' van aard. Zo stonden decennialang twee door mythes ondersteunde vormen van zelfgenoegzaamheid over het oorlogsverleden tegenover elkaar, rechtgeaarde idealisten versus dito patriotten. Even lang hebben ze de communautaire verhoudingen vertroebeld en ook de historiografie gehinderd en 'gekleurd'. Dat maakte ook amnestie voor veroordeelde collaborateurs (wat géén 'Vlaamse' verzuchting was, maar de privé-eis van een belangengroep) in Franstalig België onbespreekbaar. De zaak-Sauwens zorgde vorige week voor een catharsis - omdat ze het hart van de politiek zelf trof. Het grenzeloze cynisme waarmee het Blok meehielp aan de machinatie maakte elke verdere lijdzaamheid ook onmogelijk. En Franstalige politici konden eindelijk inzien dat het 'onversneden fascisme' géén Vlaams waarmerk is, integendeel. Ze schrokken daar zo hevig van, dat zowel Louis Michel als Elio Di Rupo nu te verstaan geven dat een goed gesprek over elkeens geschiedenis best eens nuttig kan zijn. Dat vindt zeker Michel, die niet graag zou worden uitgelachen als hij nog eens een Oostenrijkse collega ontmoet en voor wie historische verdeeldheid niet te rijmen valt met het neobelgicisme dat hem eigen is.Marc Reynebeau