Sedert een aantal jaren kent het aanwenden van hypnose en autogene training binnen de psychotherapie, de geneeskunde en de tand- heelkunde een hernieuwde belangstelling.
...

Sedert een aantal jaren kent het aanwenden van hypnose en autogene training binnen de psychotherapie, de geneeskunde en de tand- heelkunde een hernieuwde belangstelling. SCHAAMU NIET, als u in de waan verkeert dat hypnose een goocheltruc is of, in het ergste geval, een dubieus podiumgebeuren. Hypnose raakt jammer genoeg vooral bekend via het misbruik dat ervan wordt gemaakt. De scenario's van dit soort showbusiness zijn voorspelbaar, en sommige tv-zenders werken gretig mee aan de instandhouding van het misverstand. Een paar welwillende mensen mogen zich daarbij onder hypnose aanstellen tot vermaak van de mensen. Dit misbruik van vertrouwen van kermishypnotiseurs valt eigenlijk onder de noemer ?slagen en verwondingen.? Terwijl hypnose een heilzaam medisch hulpmiddel kan zijn en eigenlijk louter als dusdanig zou mogen toegepast worden. Het is in Vlaanderen mogelijk om een opleiding in hypnotherapie en autogene training te volgen. De Vlaamse Vereniging voor Autogene Training en Hypnotherapie ( Vathyp) verzorgt deze postgraduale opleiding aan de KU Leuven, en alleen artsen, tandartsen en psychologen of andere licentiaten menswetenschappen komen ervoor in aanmerking. Vathyp onderhoudt vele en goede contacten met de Nederlandse Vereniging voor Hypnotherapie. Beide verenigingen hebben gezamenlijke erkenningscriteria voor de mensen die een opleiding volgen. Neuropsychiater dr. Nicole Ruysschaert in Antwerpen en psycholoog Roland Rogiers, praktijkassistent van de groep Huisartsengeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg aan de Universiteit Gent en betrokken bij de Dienst Geestelijke Gezondheidszorg aan het Centrum voor Begeleiding en Psychotherapie in Dendermonde, leggen eerst het verschil uit tussen autogene training (AT) en hypnose. NICOLE RUYSSCHAERT : Bij autogene training wordt, met behulp van zelfsuggestie, gewerkt naar een toestand van ontspanning. Daarbij wordt zwaarte gesuggereerd in de verschillende ledematen, en warmte, zodat je bij deze basismethode hoofdzakelijk een toestand van ontspanning krijgt. Om dan dieper in deze toestand van ontspanning te gaan, wordt er gewerkt met visualisatietechnieken en het zich voorstellen van verschillende kleuren. En op dat moment kom je eigenlijk zowat op het overgangsgebied tussen AT en hypnose. De grens is trouwens niet erg scherp te trekken. Met AT kan iemand tegelijk uiterst geconcentreerd zijn, meer openstaan voor andere belevenissen, meer gericht zijn op innerlijke waarnemingen. Hypnose vergt meer curatief werk van de therapeut. Autogene training is eigenlijk zelfhypnose. Past u onder hypnose ook regressietherapie toe ? RUYSSCHAERT : We werken soms met regressie naar ervaringen uit de kindertijd, om terug toegang te krijgen tot emoties of herinneringen. ROLAND ROGIERS : Op dit ogenblik is er nog een controverse aan de gang over de betrouwbaarheid van de retro-kinderlijke ervaring. Voor het verkrijgen van adequate informatie wordt op dit moment globaal aangenomen dat we niet verder terug kunnen gaan dan de leeftijd van vier of vijf jaar. RUYSSCHAERT : Het geheugen is niet zo betrouwbaar als we geneigd zijn te denken. Het is geen bibliotheek waar alle boeken staan opgestapeld en waar de zaken vastliggen. Als je teruggaat in je herinnering, maak je in feite een soort reconstructie. Telkens als je ernaar teruggaat, herschrijf je opnieuw je eigen geschiedenis. En er is een grote controverse over de vraag of hypnose al dan niet het geheugen verbetert. Veel onderzoek toont aan dat dit niet het geval is, maar dat je onder hypnose wel meer overtuigd bent van de dingen die je je herinnert of meent te herinneren. Toch krijg je op die manier ook toegang tot problematische toestanden die je hebt meegemaakt. Hangt het hebben van valse herinneringen ook niet een beetje van de therapeut af, en de manier waarop hij zijn technieken toepast ? Onder hypnose is iemand meer voor suggestie vatbaar en kan de therapeut zijn cliënt met één woord op een dwaalspoor brengen. RUYSSCHAERT : Ja, maar wat ik bedoel, is dat er met een goede therapeut nog valse herinneringen kunnen opduiken, omdat we allemaal geneigd zijn om telkens onze eigen geschiedenis te herschrijven. Zoals iemand, die een verhaal vertelt van iets wat hij meegemaakt heeft, er telkens verschillende versies van kan vertellen. Het verhaal wordt geconstrueerd en telkens komt er een stukje actuele informatie bij. ROGIERS : Ik denk dat heel die false memory-zaak nogal geïnduceerd is, vooral in de Verenigde Staten. Onlangs las ik nog een advertentie in de trant van : zit je met iets, kom dan bij ons, wij helpen je je oude trauma's te herinneren. Er zijn daar klinieken waar ze eigenlijk al gaan induceren dàt er vroeger iets gebeurd is. En ik denk dat dit in de Verenigde Staten nogal op commerciële en op grote schaal plaats vindt. Wat kun je met AT als therapeutisch middel doen ? Welk soort aandoeningen kun je daarmee behandelen ? RUYSSCHAERT : AT is in eerste instantie een methode om te relaxen. En dat kan dus gebruikt worden bij allerlei spanningstoestanden, allerlei klachten die te maken hebben met spanning. Spanningshoofdpijn, psychosomatische aandoeningen. Hoofdpijn kan ook louter een biologische oorzaak hebben. Kan je daar dan met AT nog iets aan doen ? RUYSSCHAERT : Bij elke pijn is er natuurlijk ook een factor spanning. Als je pijn hebt, ga je meer verkrampt zitten. Je wil dan die keten, die vicieuze cirkel, doorbreken en daarbij kan je dan toch de pijn verzachten of verminderen met behulp van AT. Wat je daarmee kunt bereiken, is een betere doorbloeding bij mensen die door een stoornis in de circulatie hoofdpijnen hebben. Wat de pijn al gaat verlichten. Maar bij verstopte aders zal het wellicht niet lukken met alleen maar AT ? RUYSSCHAERT : Dan moet je natuurlijk ook andere maatregelen nemen. Maar stress kan ook neerslag op de aders veroorzaken. En dan kun je daar met AT ook wat aan doen. Je kan ook, bijvoorbeeld, mensen met vliegangst leren zich te ontspannen, zodat ze toch een prettiger vlucht hebben. Helpt AT bij een bezoek aan de tandarts ? RUYSSCHAERT : Het nadeel van AT, vergeleken met hypnose, is dat het wel wat tijd vergt om het aan te leren. Daar gaan toch zo'n drie maanden over. Gebeurt het dat iemand in een stress-situatie opeens al zijn aangeleerde AT-technieken vergeet of vergeet toe te passen ? RUYSSCHAERT : Hoe beter je het onderhoudt, hoe beter het zal blijven werken. En hoewel je een deel spanning kan wegwerken, kan de balans tussen paniek en mogelijkheid tot ontspanning in echte panieksituaties natuurlijk altijd doorslaan naar de paniekreactie. ROGIERS : Veelal vormen de AT of ontspanningstechnieken een onderdeel van een complexer geheel. Bij vliegangst, bijvoorbeeld, zullen we ook proberen om mensen daarmee anders te laten omgaan, ze een ander gedrag aanleren. Technieken als AT of hypnose zijn een onderdeel van een globaler pakket. RUYSSCHAERT : Daar ligt juist het belang van meer geschoolde therapeuten. Wij proberen elke klacht te begrijpen en nooit alleen maar een symptoom aan te pakken. We zoeken naar een geïntegreerde behandeling. We proberen te begrijpen : waarom heeft deze persoon, met déze persoonlijkheid, deze bepaalde klacht ? Hoe is die klacht ontstaan ? En binnen dat therapeutisch denken gaan we een aantal technieken inpassen in het totaal van de behandeling. Wanneer is AT aangewezen en in welke gevallen kiest u veeleer hypnotherapie ? ROGIERS : AT is aangewezen wanneer het voor de patiënt nodig is dat hij zelf een inspanning levert. RUYSSCHAERT : Het hangt ook wel wat van de therapeut af. Ik heb vroeger nogal wat met AT gewerkt, maar sinds ik met hypnotherapie werk, verkies ik hypnotherapie. Dat is creatiever, spreekt de mensen meer aan. Die therapie kan een grotere betrokkenheid teweegbrengen, terwijl de AT nogal monotoon is. Kun je hypnotherapie ook gebruiken als pijnstillend middel ? ROGIERS : In de vereniging hebben we een tandarts die onder hypnose extractie verricht. In een van onze handboeken staat het relaas van James Esdaile (1808-1859), een Schots chirurg in India, die hypnose gebruikte als anestheticum omdat hij vaak niets anders had. Tussen 1845 en 1850 verrichtte hij meer dan driehonderd operaties, pijnloos, alleen met hypnose. Meestal ging het om de verwijdering van grote scrotale tumoren en er waren ook negentien amputaties. Hij stelde vast dat er met hypnose ook veel minder postoperatieve complicaties voorkwamen. De mortaliteit bij verwijdering van scrotale tumoren onder hypnose daalde van vijftig tot vijf procent. De meeste medische vakbladen weigerden destijds zijn resultaten te publiceren en één beweerde zelfs dat die Indiase boeren voorwendden geen pijn te voelen, om Esdaile een plezier te doen. Hypnose zou dus heel nuttig kunnen zijn in ziekenhuizen, brandwondencentra, spoedafdelingen. ROGIERS : De American Medical Association publiceerde over de behandeling met hypnose als pijnstiller in een brandwondencentrum. Het verminderde de behoefte aan anesthetica bij de meeste patiënten. Is hypnotherapie moeilijk ? ROGIERS : Het gaat eigenlijk om een zeer natuurlijke toestand. Een toestand, die vele mensen in verschillende gradaties kennen. Er is geen scherpe grens getrokken van waar hypnose begint. Hypnose bestaat in verschillende graden en eigenlijk zijn het dingen die we in het alledaagse leven allemaal kennen. Het gaat dus zeker niet om bijzondere eigenschappen van de therapeut of bijzondere eigenschappen van de patiënt. Met die restrictie, dat er toch nog heel veel andere dingen meespelen. Zoals het vertrouwen tussen therapeut en patiënt, de vaardigheid van de therapeut. Eigenlijk is het zo dat men in hypnose gaat kijken wat de mogelijkheden zijn van de patiënt. Als vereniging hebben we het voordeel dat we een zekere kwaliteitsbewaking kunnen doen. Wie naar de kapper gaat, zoekt ook iemand die in zijn sector bekwaam is. Vaak worden in de media deskundigen ten tonele gevoerd, op wie geen enkele controle bestaat. Nu is de opleiding bij jullie beperkt tot artsen en menswetenschappers. Waarom worden er niet ook de verpleegkundigen bij betrokken ? ROGIERS : Je zou kunnen zeggen, oké, we geven aan een aantal mensen een opleiding om met pijn om te gaan. Dan zit je met het probleem : hoe groter de groep, die je traint, hoe minder je zicht krijgt op wat ze daarmee doen. En dat is ook iets wat wij proberen te bewaken : dat iedereen binnen zijn eigen terrein actief is. Bij hypnose moet je er toch over waken dat je niet een soort machtsfantasie gaat ontwikkelen. Als je het voor iedereen op de markt gooit, riskeer je dat het voor andere dingen wordt gebruikt. En hypnose is een krachtige techniek. Je weet wel waar je begint, maar niet waar je eindigt. Je moet er toch veel ervaring en scholing voor hebben om het binnen de perken te houden. RUYSSCHAERT : Een basisregel is : doe nooit iets met hypnose wat je ook met andere middelen kan doen. Hypnose is een bijkomend hulpmiddel. Dat kun je alleen gebruiken voor problemen waartegen je opgewassen bent. Dus een tandarts blijft tandarts en houdt zich aan zijn tandtechnische kennis en kan daarbij ook hypnose gebruiken als middel om angst te verminderen bij cliënten. Anderzijds is hypnose zo onsensationeel, zo normaal, dat patiënten vaak niet beseffen dat ze onder hypnose waren. Soms geloven ze me niet. Ik heb niets gemerkt. U maakt me wat wijs. De bewuste ervaring wordt niet uitgeschakeld noch verwrongen. Mensen denken vaak dat het een soort slaap is, of zelfs coma. Toen hypnose nog in de kinderschoenen stond, meende zowat iedereen dat het een soort slaap was. Vandaar ook deze benaming. Het Grieke woord hypnos betekent slaap. Gelukkig kennen de meeste mensen geen Grieks. Want die benaming is fout. ROGIERS : Er bestaan nog altijd veel misvattingen over hypnose. Je moest eens niet meer wakker worden. Welnu, je hoeft ook niet te ontwaken, aangezien je niet inslaapt. Andere uitspraak, die wij veel tegenkomen : je bent totaal onderworpen aan de wil van de hypnotherapeut. Een hypnotherapeut kan je onder trance geen dingen laten doen die je niet zou willen doen in een toestand van gewoon bewustzijn. De hypnotherapeut fungeert slechts als een soort trainer of gids. Alles wat onder hypnose wordt bewerkstelligd, is het resultaat van de eigen activiteit van de persoon in trance. Wat is trance ? Een lichte hypnotische trance kun je het best vergelijken met het helemaal opgaan in iets, bijvoorbeeld, in wat er zich op een filmscherm afspeelt. Lichamelijk doen zich daarbij ook een aantal veranderingen voor : de ademhaling verloopt dieper en trager, de ledematen worden warmer en/of zwaarder als gevolg van de spierontspanning, het hartritme vertraagt, de zweetafscheiding vermindert en de elektrische activiteit van de hersenen daalt. Heel vaak is er een algemeen gevoel van welbehagen. Trance moet niet per definitie diep zijn opdat er onder hypnose zou kunnen gewerkt worden. Wat kan hypnose niet ? ROGIERS : Nogal wat mensen vragen om hypnose in de hoop dat ze een soort wondermiddel toegediend krijgen waardoor hun klachten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dit is een illusie. Tot nader bericht bestaan er geen wondermiddelen. Voor sommige klachten is hypnose een goed hulpmiddel, voor andere klachten zijn veeleer andere psychotherapeutische benaderingen aangewezen. Lode WillemsVlaamse Vereniging voor Autogene Training en Hypnotherapie (VATHYP), Universitair Centrum Sint-Jozef, Leuvensesteenweg 517, B-3070 Kortenberg. Werksecretariaat : Kleine kerkstraat 19, B-1150 Sint-Pieters-Woluwe, tel./fax : 02-772.95.55.Met behulp van zelfsuggestie kan een mens werken naar een toestand van diepe ontspanning.Bij het teruggaan in de herinnering herschrijft een mens telkens opnieuw zijn eigen geschiedenis.Hypnose begint bij het vertrouwen tussen dokter en patiënt.