De Gentse Universiteit heeft al vijf jaar een psychosociaal continuüm op het programma van de artsenopleiding staan. "In de hele basisopleiding gaat er veel aandacht naar de communicatieve vaardigheden van artsen, maar het kan nog beter", vindt professor Jan De Maeseneer, voorzitter van de vakgroep huisartsgeneeskunde aan de Gentse universiteit. "De communicatietraining in het zevende jaar geneeskunde zou, bijvoorbeeld, ook voor specialisten verplicht moeten worden gesteld. Nu is het een keuzevak."
...

De Gentse Universiteit heeft al vijf jaar een psychosociaal continuüm op het programma van de artsenopleiding staan. "In de hele basisopleiding gaat er veel aandacht naar de communicatieve vaardigheden van artsen, maar het kan nog beter", vindt professor Jan De Maeseneer, voorzitter van de vakgroep huisartsgeneeskunde aan de Gentse universiteit. "De communicatietraining in het zevende jaar geneeskunde zou, bijvoorbeeld, ook voor specialisten verplicht moeten worden gesteld. Nu is het een keuzevak." Bij de KU Leuven staan vanaf oktober de communicatieve vaardigheden als verplicht vak op het programma van alle aankomende artsen (in het vierde en vijfde jaar geneeskunde), met een dosis theorie én praktijk. Professor in de medische psychologie Boudewijn Van Houdenhove: "De beperkte middelen die ervoor worden vrijgemaakt, zijn symptomatisch voor het gebrek aan belangstelling voor het communicatieve luik van de geneeskunde. Ons budget laat ons, bijvoorbeeld, niet toe voor het trainen van de studenten een aantal psychologen in dienst te nemen. In de plaats daarvan kiest de faculteit voor een soort piramidesysteem. Een gespecialiseerde klinische psychologe heeft een tiental jonge medische stafleden opgeleid, die op hun beurt vanaf het volgend academiejaar de studenten geneeskunde zullen trainen, nadat zij de theoretische lessen in de medische psychologie hebben gevolgd." HIGHTECH EN MENSENTAAL"Communicatieve vaardigheden zijn essentieel om goede geneeskunde te bedrijven", beklemtoont Boudewijn Van Houdenhove. "Als de patiënt bij de dokter niet over de beleving van zijn ziekte kan praten, zal de arts nooit een volledig beeld krijgen. Tegelijk blijft de patiënt met zijn emoties in de kou staan. Uiteraard moet een arts in de eerste plaats over voldoende medisch-technische bagage beschikken, maar als hij er niet in slaagt de bekommernissen en verzuchtingen van een patiënt aan te voelen, kan de diagnose in de verkeerde richting gaan. Als hij er bovendien niet in slaagt mensentaal te spreken en de patiënt voor de behandeling te motiveren, is dit hele medische gebeuren waardeloos, alle hightech ten spijt." De aangescherpte aandacht voor communicatie heeft uiteraard te maken met het kwaliteitsbewustzijn van de universiteiten. Recente visitatiecommissies hebben verschillende aspecten van de artsenopleiding in vraag gesteld. Maar ook de patiënt is mondiger geworden. Hij komt op voor zijn rechten, en als hij ontevreden is over zijn arts, zal hij elders zijn heil zoeken. Dat verklaart ook de toenemende belangstelling voor alternatieve geneeskunde. Communicatietraining is absoluut noodzakelijk, zo blijkt uit recente studies over de ontevredenheid bij patiënten. Boudewijn Van Houdenhove: "Amerikaans onderzoek dat vorig jaar in de Archives of Internal Medicine werd gepubliceerd, leert dat twee weken na een eerste raadpleging bij een internist slechts iets meer dan de helft van de patiënten (56 procent) echt tevreden was. 10 procent zegt ronduit ontevreden te zijn. 8 procent weet niet goed wat te denken en 26 procent van de patiënten is enigszins tevreden." Of een patiënt wel of niet tevreden is, hangt samen met zijn verwachtingen. Veel patiënten willen doorverwezen worden of verder onderzocht. Ze kunnen zich de uitleg van de arts over de oorzaak van hun klachten niet meer herinneren, of ze hebben die maar half begrepen. Dat leidt tot veel gepieker. Ze blijven geloven dat ze een ernstige ziekte onder de leden hebben - ook als de arts daar een heel andere perceptie over heeft. "Canadees onderzoek leert dat de combinatie van goede communicatievaardigheden, een goede kwaliteitszorg en een goede medisch-technische aanpak, leidt tot een zeer hoge tevredenheid bij de patiënt", zegt Jan De Maeseneer. "Wij zijn nu bezig met een grootscheepse enquête bij patiënten van huisartsen in Vlaanderen. De resultaten daarvan worden in oktober in Kopenhagen bekendgemaakt." Aan de gebrekkige beheersing van communicatievaardigheden hangt een prijskaartje. Als artsen er, bijvoorbeeld, niet in slagen om psychosociale problemen te onderkennen, zullen zij ook niet in staat zijn patiënten door te verwijzen naar een psychologische hulpverlener. En dat kan dan weer leiden tot medische shopping. "In de Verenigde Staten worden de extra kosten van overbodige onderzoeken, nutteloze operaties en overconsumptie van geneesmiddelen geschat op zo'n 20 miljard dollar per jaar", zegt Houdenhove. "In Nederland is berekend dat kosten verbonden aan lage-rugpijn - waarvoor vaak geen duidelijke lichamelijke verklaring wordt gevonden - negen miljard gulden bedragen, als ook rekening wordt gehouden met ziekteverzuim en andere sociaal-economische gevolgen." Meer en betere communicatie tussen arts en patiënt zal er ongetwijfeld toe bijdragen dat de consultaties veel langer zullen duren. Boudewijn Van Houdenhove: "De hamvraag is dan: is de ziekteverzekering bereid daar extra geld voor uit te trekken? Op termijn is dat misschien wel kostenbesparend. Er moet dringend onderzoek komen naar de cost efficiency van een geneeskunde die oog en oor heeft voor de hele mens." M.T.