't Is waar: die Hollanders en die Belgen, ze hielden niet van elkaar. De hereniging van de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden steunde helemaal niet op de volkswil. Te veel pijnlijke conflicten bleven zowel in het Noorden als in het Zuiden in het geheugen. En toch. Lang voor hij koning werd, droomde Willem I, zoon van de laatste stadhouder, van de hereniging van de Zeventien Provinciën, de Nederlanden van de 16e eeuw. Hij tastte ook geregeld in de geldbuidel om waar nodig steun te kopen voor zijn project.
...

't Is waar: die Hollanders en die Belgen, ze hielden niet van elkaar. De hereniging van de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden steunde helemaal niet op de volkswil. Te veel pijnlijke conflicten bleven zowel in het Noorden als in het Zuiden in het geheugen. En toch. Lang voor hij koning werd, droomde Willem I, zoon van de laatste stadhouder, van de hereniging van de Zeventien Provinciën, de Nederlanden van de 16e eeuw. Hij tastte ook geregeld in de geldbuidel om waar nodig steun te kopen voor zijn project. Dat die hereniging er in 1815 uiteindelijk toch kwam en aan de vooravond van de slag van Waterloo in de slotakte van het Congres van Wenen werd bekrachtigd, dankte Willem aan de steun van de Engelsen. Voor de Engelsen betekende de hereniging van de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden tot een Verenigd Koninkrijk niet alleen een krachtige buffer tegen een mogelijke opflakkering van Franse ambities, maar ook, in geval van militaire noodzaak, een uiterst geschikt en veilig landingsplatform op het Europese vasteland. Bovendien leek de gebiedsuitbreiding een billijke compensatie voor de Nederlanders, die in 1814 hun Kaapkolonie definitief in Engelse handen hadden zien overgaan. Een stevige compensatie zelfs, die de Engelsen niets kostte. De onvrede van de Belgen begon al met de bijzonder conservatieve grondwet die Willem in 1815 voorlegde en die de koning alle macht toewees. Een college van Belgische notabelen verwierp de grondwet, maar de koning greep naar de 'Hollandse rekenkunde' en telde de stemmen van diegenen die vanwege godsdienstige bezwaren tegenstemden, bij die van de voorstemmers. Zo kwam hij toch aan een meerderheid. Ook al zorgde het regime van Willem I voor rust in het land en een oplevende economie, toch bleven de Belgen hun grieven naar Den Haag dragen. Die klachten waren vaak terecht. Er waren niet alleen de taalproblemen en de godsdienstige verschillen. De Belgen waren ook ondervertegenwoordigd in het parlement, moesten de openbare schuld van de vroegere staten mee aflossen voor het Noorden én werden massaal opgeroepen voor de legerdienst, terwijl slechts een op de zes officieren uit het Zuiden kwam. In het Noorden werden de infrastructuurwerken met belastinggeld gefinancierd, in het Zuiden moesten ze veelal zelf geld zien te vinden. Doordat de continentale blokkade was weggevallen, werd het vasteland overspoeld met goedkope producten uit Engeland. Die vonden gretige afnemers in het Noorden, terwijl de aan de gang zijnde industriële revolutie in het Zuiden sociale ravages aanrichtte. En er was de persvrijheid die aan banden bleef. Een 'monsterverbond' van katholieken en liberalen zou uiteindelijk de lont aan de Belgische revolutie steken. Een revolutie waarvan elk van de deelnemers en hoofdrolspelers een andere afloop had gedroomd. Voor de enen was het een herkansing voor de mislukte Brabantse Omwenteling. Anderen, onder wie avonturiers die nog met Napoleon waren opgetrokken, droomden van de aanhechting van België bij Frankrijk. En sommigen hoopten op een toegeving van Willem en vestigden hun vertrouwen op diens populaire zoon, de latere Willem II, om een liberalere wind door het land te jagen. Het geloof in de mogelijkheden van een onafhankelijk België was niet erg groot. In 1848 nog, 18 jaar na de onafhankelijkheid, dichtte Jan Van Rijswijck ' Ons landje treurt, het is zo ziek', ziek van 'vrijheidskoorts en politiek'. Volgens de Antwerpse dichter en latere liberale burgemeester had België het eigen onheil uitgelokt: ''t Is waar, hij heeft zijn leed gezocht, Zijn ondergang en straf gekocht. Maar men bedroog hem als een kind,Dat licht het speelgoed de oogen blindt.'Van Rijswijck schreef een jaar later een regelrecht lofdicht op de Hollandse koning Willem II, want diens dood '... trof ook de Belgen / Ook drukte zij die Zuidertelgen / Wier hart nog voor Oranje klopt'. Van Rijswijck was een van de velen, vooral in Vlaanderen, die 1830 als een rampjaar beschouwden. Het fantastische avontuur van 1830 vond nooit een Jules Michelet om het te beschrijven. Daarom heeft het de hele 19e eeuw geduurd om tot een soort âme belge te komen. Maar in 1912, met de aanhef ' Sire, il n'y a pas de belges' in de open brief van Jules Destrée aan de koning, was het daarmee al afgelopen. De geschiedschrijving over de Belgische revolutie blijft vaak een aaneenrijging van patriottische Jean-Baptiste Madou-achtige beeldekes - nu eens flamingantisch, dan weer franskiljons bijgekleurd. Even werd getracht de revolutie een proletarische boventoon mee te geven. De Belgische Omwenteling blijft voor velen een uit de hand gelopen, erg burgerlijke revolutie - overigens aangestoken door een aria uit een opera van derde garnituur - waar nog altijd wat lacherig over wordt gedaan. En dat laatste is jammer want 1830 was niet alleen een Belgische maar ook een Europese beroerte, waarvan de schokken werden gevoeld in Parijs, Warschau en Brussel. Bovendien leverde die revolutie van 1830 al alle politieke, sociale en ideologische splijtstof die de Belgen de afgelopen 175 jaar met de grootste omzichtigheid hebben gehanteerd. Want, 'zoals de gehele persoonlijkheid van een mens als het ware te vinden is in de luiers van het wiegenkind,' schreef Alexis de Tocqueville in Over de democratie in Amerika, 'zo drukt de oorsprong van een volk ze een blijvend karakter op. [... ] Als het mogelijk was de genetische factoren van een volksgemeenschap op te sporen en de eerste beslissende feiten van haar geschiedenis te analyseren zouden we ongetwijfeld daar de eerste oorzaken kunnen ontdekken van haar typische opvattingen, vooroordelen en neigingen, in 't kort van dat wat het zogeheten volkskarakter uitmaakt.' Het blootleggen van die opvattingen, voordelen en neigingen van de Belgen die in september 1830 de barricades bemanden, en waartoe dat allemaal heeft geleid, dat is de inzet van deze Knack-serie tijdens de komende maanden. Rik Van Cauwelaert