Het gaat niet goed met Pakistan. Het noordwesten van het land raakte in handen van leiders van de taliban, die van daaruit aanvallen lanceren op Afghanistan. Verschillende NAVO-soldaten en tal van Afghaanse burgers kwamen daarbij al om. Tot dusver waren de Verenigde Staten een van Pakistans meest meegaande bondgenoten. Nu gaan ze ervan uit dat de Pakistaanse Inter-Services Intelligence (ISI), de geheime diensten van het land, steun verlenen aan de taliban. Dat denkt trouwens ook India. Tussen de nucleaire machten van Zuid-Azië neemt de spanning dan ook hand over hand toe. India'...

Het gaat niet goed met Pakistan. Het noordwesten van het land raakte in handen van leiders van de taliban, die van daaruit aanvallen lanceren op Afghanistan. Verschillende NAVO-soldaten en tal van Afghaanse burgers kwamen daarbij al om. Tot dusver waren de Verenigde Staten een van Pakistans meest meegaande bondgenoten. Nu gaan ze ervan uit dat de Pakistaanse Inter-Services Intelligence (ISI), de geheime diensten van het land, steun verlenen aan de taliban. Dat denkt trouwens ook India. Tussen de nucleaire machten van Zuid-Azië neemt de spanning dan ook hand over hand toe. India's nationale veiligheidsadviseur, Mayankote Kelath Narayanan, waarschuwde er vorige maand, na de zelfmoordaanslag op de Indiase ambassade in Kabul - volgens India het werk van de ISI - al voor dat India mogelijk op dezelfde manier zal moeten terugslaan. Pakistan verkeert in grote chaos. Ook economisch staat het aan de rand van de afgrond. De inflatie bedraagt 25 procent per jaar en de beurs van Karachi verloor al 35 procent van haar waarde sinds april. Veel zal daar niet meteen aan veranderen. Van de regering, een coalitie geleid door de Pakistaanse Volkspartij (PPP), kunnen de Pakistani weinig heil verwachten. Al van bij de regeringsvorming in februari is ze vleugellam. Ze heeft geen oplossing voorhanden voor het noordwesten. En het is duidelijk dat ze ook de economische neergang niet weet te bedwingen. Hoe kan het ook anders? De regering telt geen minister van Financiën meer. Op aansturen van de Pakistaanse Moslimliga (PML-N) van oud-premier Nawaz Sharif, de grootste coalitiepartner van de PPP, moesten hij en de helft van zijn collega's in mei opstappen. Daarmee protesteerde de PML-N tegen het falen van de regering om zestig rechters opnieuw aan te stellen. In november 2007 had Pervez Musharraf ze afgezet uit vrees dat ze zich tegen zijn herverkiezing als president zouden verzetten. Sharif had in mei nog een andere vraag aan de politici. Hij vroeg het parlement om de president af te zetten, en het is niet uitgesloten dat dat ook gebeurt. Sharif en de leider van de PPP, Asif Zardari (de weduwenaar van de betreurde Benazir Bhutto), bereikten daarover een akkoord op 6 en 7 augustus. Dat zou de bevolking gunstig moeten stemmen. Volgens een opiniepeiling van het International Republican Institute, een Amerikaanse niet-gouvernementele organisatie, wil 83 procent van de Pakistani dat Musharraf opstapt en de rechters worden heraangesteld. Hoe dan ook, zijn harde standpunt bezorgde Nawaz Sharif immens veel populariteit. Dat kan niet gezegd worden van de regering, geleid door de PPP, een partij die onder haar huidige leider Zardari, stuurloos en verdeeld is. De vraag rijst of de berichten over het einde van Musharraf dan ook niet overdreven zijn. Of Musharraf nu opstapt of niet, de onenigheid binnen de regering zal blijven voortbestaan. En in een zware crisis als deze is dat geen goed nieuws. © The Economist