De Brit Jeremy Leggett is als oliegeoloog verbonden aan de universiteiten van Cambridge en Oxford. Hij staat tevens aan het hoofd van verschillende zonne-energiebedrijven en kent de energiesector als zijn broekzak. Hij is al geruime tijd bijzonder ongerust over onze collectieve verslaving aan goedkope fossiele brandstoffen. In zijn columns in The Guardian en de Financial Times en als voorzitter van de prestigieuze Peakoil Taskforce, een denktank van bezorgde industriëlen waarvan ook Virginbaas Richard Branson deel uitmaakt, waarschuwt hij geregeld voor 'piekolie'. Dat is het moment waarop de mondiale olieproductie over zijn hoogtepunt heen gaat en het aanbod de vraag niet langer kan volgen. Dat moment bereiken we volgens Leggett misschien volgend jaar al - en niet over twintig of dertig jaar, zoals de olie-industrie ons wil laten geloven.
...

De Brit Jeremy Leggett is als oliegeoloog verbonden aan de universiteiten van Cambridge en Oxford. Hij staat tevens aan het hoofd van verschillende zonne-energiebedrijven en kent de energiesector als zijn broekzak. Hij is al geruime tijd bijzonder ongerust over onze collectieve verslaving aan goedkope fossiele brandstoffen. In zijn columns in The Guardian en de Financial Times en als voorzitter van de prestigieuze Peakoil Taskforce, een denktank van bezorgde industriëlen waarvan ook Virginbaas Richard Branson deel uitmaakt, waarschuwt hij geregeld voor 'piekolie'. Dat is het moment waarop de mondiale olieproductie over zijn hoogtepunt heen gaat en het aanbod de vraag niet langer kan volgen. Dat moment bereiken we volgens Leggett misschien volgend jaar al - en niet over twintig of dertig jaar, zoals de olie-industrie ons wil laten geloven. In theorie raakt de olie weliswaar nooit op, maar in de praktijk wordt het oppompen van de resterende olie steeds moeilijker en duurder. Politici en bevolkingen laten zich in slaap wiegen door de geruststellende praatjes van de grote oliebedrijven en de olieproducerende landen, die nooit duidelijkheid scheppen omtrent hun oliereserves en productiecapaciteit. Over zijn niet aflatende pogingen om beleidsmakers op het hoogste niveau bewust te maken van het gevaar van piekolie schreef Leggett een spannend boek, dat net in het Nederlands is verschenen onder de titel Uit de olie. 'Dit moet de eerste echte piekolie-pageturner zijn', aldus een enthousiaste criticus. 'Sinds een jaar of twintig is klimaatverandering hét grote thema in mijn beroepsleven', vertelt Jeremy Leggett via Skype. 'Uit bezorgdheid om het klimaat ben ik een bedrijf van zonnepanelen begonnen. Bovendien merk ik als waarnemer met goede contacten binnen de sector hoe het nemen van risico's in de grote energiebedrijven zo langzaamaan systemische proporties heeft aangenomen. Net zoals de banken in 2008 stevent de olie- en gasindustrie af op een crash. Er zijn gevaarlijke dingen aan de gang. Daarom heb ik dit boek geschreven. (lacht) Al heb ik onderweg misschien een paar vrienden in de olie-industrie verloren.' JEREMY LEGGETT: De meeste mensen in de olie-industrie zullen je inderdaad vertellen dat er olie in overvloed is en dat we nog vele jaren het aanbod in stand kunnen houden en blijven opdrijven. Maar dat is een fabeltje. Neem het tempo waarin de conventionele olievelden uitgeput raken. We spreken over een productieafname met vier procent per jaar. Dat moet je compenseren door nieuwe olievelden te exploreren op plaatsen waar olie veel moeilijker te winnen is. Dat vergt zware investeringen, en we pompen hoe dan ook meer olie op dan dat er nieuwe olie wordt gevonden. LEGGETT: Precies. Kijk, wie de financiële pagina's in de krant leest en de recente bedrijfsresultaten van de oliebedrijven analyseert, weet dat we ons zorgen moeten maken. De grote oliebedrijven worden steeds minder winstgevend. Hun bedrijfsmodellen zijn op sterven na dood. Maar veel mensen beseffen dat nog niet. LEGGETT: Schaliegas is een gevaarlijke zeepbel. De gasprijs is zo laag dat de zware investeringen die nodig zijn om gas uit schalie te winnen nooit zullen lonen, los van de milieugevaren die dit zogenaamde fracking meebrengt. Schalieolie of het persen van olie uit schalie is op sommige plaatsen wel winstgevend. Met name een aantal kleinere oliebedrijven zijn op dit gebied succesvol. Maar sinds mijn boek is verschenen, heeft Shell in de VS voor maar liefst twee miljard dollar activa in schalie moeten afschrijven. Voor bedrijven die zich pas laat op de schaliemarkt hebben gestort, is een en ander dus niet meer rendabel. Dat komt waarschijnlijk omdat alle goede en lucratieve plekken, de zogenaamde 'sweet spots', al zijn aangeboord. Sowieso zal men nooit genoeg olie uit teerzand kunnen persen of gas uit schalie kunnen winnen om de afname van conventionele olie te compenseren. LEGGETT: In de olie- en gasindustrie zijn er heus wel toplieden die hardop waarschuwen voor een systeemcrisis. Ik moet toegeven, vooral als ze eenmaal met pensioen zijn gegaan. En wat politici betreft: dat zijn doorgaans jammer genoeg bange wezens, zeker tegenover een machtige tegenstander als de olie-industrie. Voor mijn boek heb ik onder meer samengewerkt met een Amerikaanse legerofficier die mijn bezorgdheid deelt. Amerikaanse politici, vertelde hij, geven hem binnenskamers gelijk, maar durven dat niet hardop te zeggen, omdat ze hun kiezers geen slecht nieuws willen vertellen. De olie- en gasindustrie is bovendien erg bedreven in het belasteren van haar critici, net zoals Lehman Brothers en Goldman Sachs in de aanloop naar de financiële crisis. LEGGETT: Dat is mijn beste gok. Echt spijkerharde voorspellingen zijn moeilijk te maken, want er zijn te veel onzekerheden. Als er bijvoorbeeld opnieuw een financiële crisis uitbreekt, zal de vraag naar olie tijdelijk opnieuw dalen, waardoor het piekmoment weer een jaar kan opschuiven. Maar het belangrijkste punt is dat het beslissende kantelmoment eerder vroeg dan laat zal komen. Als mensen zoals ik het bij het rechte eind hebben, is dat uiterlijk over een paar jaar, en niet in 2030, zoals de olie-industrie ons wil laten geloven. LEGGETT: Er is een reële kans op massale paniek en op diepgaande maatschappelijke ontwrichting. Als je ziet hoe Britse politici nu al met de handen in het haar zitten naar aanleiding van een paar overstromingen, dan belooft dat weinig goeds. Aan de andere kant geloof ik wel dat bij zware tegenspoed mensen in staat zijn aan hetzelfde zeel te trekken. Toen de financiële crisis het systeem aan de rand van de afgrond bracht, hebben de wereldleiders door gezamenlijke actie een allesverwoestende ramp toch op het nippertje weten af te wenden. Als de piekoliecrisis uitbreekt, zal er een window of opportunity ontstaan om massaal te mobiliseren voor schone en lokaal geproduceerde groene energie. Onze regeringen hadden daar jaren geleden al mee moeten beginnen, maar de machtige olie-industrie heeft hen daarvan weerhouden. LEGGETT: De olie- en gasprijzen zullen stijgen naar een niveau dat voor veel mensen onbetaalbaar is. De bevoorrading zal ook in het gedrang komen, want de tankers zullen gewoon niet meer aankomen. De paniek zal immers ook toeslaan in de olieproducerende landen. Zij houden zichzelf ook doorlopend voor de gek. Maar als ze opeens beseffen dat ze er niet in zullen slagen om zoveel olie te produceren als ze altijd routineus hebben aangenomen, zullen ze beginnen olie voor zichzelf bij te houden, om aan hun binnenlandse vraag te kunnen voldoen. Er zal veel minder olie beschikbaar zijn voor de export en dat zal leiden tot een diep snijdende economische crisis. Wij zullen daarop moeten reageren door afstand te nemen van ons economisch model dat gebaseerd is op de illusie van de eindeloos beschikbare betaalbare olie. Wij zullen in lokaal georganiseerde gemeenschappen allemaal de producent van onze eigen, hernieuwbare energie moeten worden. Dan zullen we ook wakker worden in een meer welvarende en veiliger wereld. Maar of ons dat gaat lukken, daar durf ik me niet over uit te spreken. Ik vrees dat we ons op zwaar weer moeten voorbereiden.DOOR HAN RENARD'Wij zullen in lokaal georganiseerde gemeenschappen allemaal de producent van onze eigen, hernieuwbare energie moeten worden.'