De Leuvense hoogleraar sociaal recht Jef Van Langendonck ventileerde eind vorig jaar enkele opmerkelijke stellingen in de krant De Tijd, die naar aanleiding van zijn emeritaat een interview met hem had. Terugblikkend stelde Van Langendonck 'de financiering van de sociale zekerheid nooit als een probleem ervaren' te hebben en dat 'je moeilijk kunt beweren dat er te veel geld naar het stelsel vloeit'. Meer nog, volgens de Leuvense emeritus zijn er 'meer middelen nodig' en kan dus rustig overwogen worden om de socialezekerheidsbijdragen verder op te trekken. 'De administratiekosten van onze sociale zekerheid liggen lager dan in privébedrijven', zo weet Van Langendonck. Dat hogere lasten wegen op jobcreatie en economische groei, is volgens de hoogle...

De Leuvense hoogleraar sociaal recht Jef Van Langendonck ventileerde eind vorig jaar enkele opmerkelijke stellingen in de krant De Tijd, die naar aanleiding van zijn emeritaat een interview met hem had. Terugblikkend stelde Van Langendonck 'de financiering van de sociale zekerheid nooit als een probleem ervaren' te hebben en dat 'je moeilijk kunt beweren dat er te veel geld naar het stelsel vloeit'. Meer nog, volgens de Leuvense emeritus zijn er 'meer middelen nodig' en kan dus rustig overwogen worden om de socialezekerheidsbijdragen verder op te trekken. 'De administratiekosten van onze sociale zekerheid liggen lager dan in privébedrijven', zo weet Van Langendonck. Dat hogere lasten wegen op jobcreatie en economische groei, is volgens de hoogleraar sociaal recht 'nog zo'n politieke consensus waar ik niet in geloof'. Als uitsmijter wimpelt Jef Van Langendonck het probleem van de vergrijzing af door te stellen dat het bij de hele discussie over het Generatiepact puur om 'een politiek verhaal gaat dat de regering nodig heeft om haar daadkracht te tonen'. Met deze stellingen sluit Jef Van Langendonck zich aan bij het negationisme dat in België bestaat als het gaat over de impact van de vergrijzing van de bevolking en over de algemene problematiek van de sociale zekerheid. In 2004 leverde Gilbert De Swert, hoofd van de ACV-studiedienst, met zijn boekje 50 grijze leugens de bijbel van deze negationistische beweging af.. De opportunistische hypothesen en ideologisch geïnspireerde beweringen zijn erg kort door de bocht, en typeren het globale gedachtegoed van de sociaaleconomische negationisten in Vlaanderen. Hun stellingen en argumenten slaan nergens op. De door de regering geïnstalleerde Studiecommissie voor de Vergrijzing schatte in 2002 dat de meerkosten voor de sociale zekerheid veroorzaakt door de vergrijzing tegen 2030 3,1 % van het bbp zouden bedragen. Vandaag is 1 % van het bbp gelijk aan 3 miljard euro. In 2003 schatte de vergrijzingscommissie de meerkosten al op 4,2 %, in 2004 op 4,9 % en in 2005 op 5,6 %. Bovendien hanteert de vergrijzingscommissie erg optimistische hypothesen voor cruciale parameters als de werkgelegenheidsgraad en de arbeidsproductiviteit. Voor de arbeidsproductiviteit stelt de commissie een jaarlijkse toename van 1,75 % voorop, terwijl we de voorbije vijf jaar niet eens gemiddeld 1 % haalden. De commissie gaat uit van een werkgelegenheidsgraad van 67,6 % tegen 2030, terwijl die in 2004 nog 58,5 % was. Dit alles geeft al aan dat de sociale uitgaven in België onbeheersbaar worden als er niet wordt ingegrepen. De volgende denkoefening brengt dit nare toekomstbeeld in perspectief voor de minst kapitaalkrachtigen in onze maatschappij. Tussen 1999 en 2004 nam het Belgische bbp toe met 19,5 %. Dit bbp of bruto binnenlands product is datgene wat we met z'n allen aan goederen en diensten voortbrengen in één jaar, en vormt dus het draagvlak waar de welvaartsstaat en de sociale zekerheid hun middelen uit moeten putten. Het geheel van de sociale uitgaven steeg tussen 1999 en 2004 met 28,2 %, van 21,3 % van het bbp tot 22,9 %. De sociale uitgaven stegen dus met 1,6 % van het bbp of 4,8 miljard méér dan het draagvlak van de economie. Trekken we nu de trend van 1999- 2004 even door naar 2030. Dit is een simplistische oefening die vanwege de bijkomende druk die gecreëerd wordt door de vergrijzing echter verre van onrealistisch is. Van 22,9 % van het bbp wippen de sociale uitgaven dan tot... 33 % van het bbp. In euro's van 2005 gaat het om meerkosten van 30 miljard euro voor de sociale uitgaven. Dit is de belastingverhoging die nodig is om de sociale uitgaven te financieren die voortvloeien uit onze simpele oefening. Mag het even om het negationisme in de sociale zekerheid beleefd doch kordaat te bestempelen als ideologisch geïnspireerde prietpraat? Johan Van Overtveldt is directeur van de denktank VKW Metena. Johan Van Overtveldt