'Stop! Sta even stil! Met mij mag je gerust een gesprek aanknopen.' Die boodschap kun je uitdragen door simpelweg een rode knoop op je revers te spelden. Niet alleen een erg sociaal initiatief, maar ook bijzonder trendy. Iederéén wil ons tegenwoordig warmte opdringen: van de overheid moeten we samen barbecueën, de televisie wakkert met programma's als SAM en Fata Morganaons gemeenschapsgevoel aan en nu moeten we nog met elkaar gaan práten ook. Op zich een lovenswaardig doel natuurlijk. Alleen volstaat het niet dat een andere rode knoop u aanspreekt; u moet hem ook nog verst...

'Stop! Sta even stil! Met mij mag je gerust een gesprek aanknopen.' Die boodschap kun je uitdragen door simpelweg een rode knoop op je revers te spelden. Niet alleen een erg sociaal initiatief, maar ook bijzonder trendy. Iederéén wil ons tegenwoordig warmte opdringen: van de overheid moeten we samen barbecueën, de televisie wakkert met programma's als SAM en Fata Morganaons gemeenschapsgevoel aan en nu moeten we nog met elkaar gaan práten ook. Op zich een lovenswaardig doel natuurlijk. Alleen volstaat het niet dat een andere rode knoop u aanspreekt; u moet hem ook nog verstaan. En als hij niet tot dezelfde sociale klasse en beroepsgroep behoort, kan dat lelijk tegenvallen. Als een team van chirurgen je beter weer aan elkaar kan naaien als ze alle onderdelen in het Latijn benoemen, laat ze dat dan maar doen. Als je in een 'bilateraal overleg' een indrukwekkender loonsverhoging kunt losweken dan tijdens een gesprek onder vier ogen, so be it. Met jargon is op zich niets mis. Zolang het tenminste een middel is om efficiënter samen te werken. Zelfs als collega's zich in een eigen taaltje onderdompelen om te laten zien hoe belangrijk en slim ze wel zijn, is dat hoogstens hun eigen probleem. Moeilijke woorden kennen, wordt vaak verward met intelligentie. Dat is onder meer zo in de ambtenarij, in de politiek, aan veel faculteiten en bij het gerecht. Ach, als dat die mensen nu gelukkig maakt. Problematisch wordt het pas als jargon een grote groep uitsluit. 'Incurabel, dokter? En word ik dan snel weer beter door die pillen?' 'Geseponeerd? Wanneer doet de rechter dan een uitspraak?' Héél slecht voor de maatschappelijke integratie allemaal, vindt de bevoegde minister Christian Dupont (PS). 'Ik zou graag hebben dat in de vorming van magistraten, leraars, medisch personeel en maatschappelijk assistenten meer aandacht wordt besteed aan de taal', zei hij afgelopen weekend in De Standaard. En dan vergeet hij nog banken, deurwaarders, ambtenaren en politici. De minister wil kortom dat de bovenste lagen van onze samenleving in de gauwte hun hele mentaliteit omgooien. Van ministers is bekend dat ze na een halve regeerperiode vaak al zo wereldvreemd zijn dat ze amper nog weten hoe ze een auto moeten starten of dat er mensen bestaan zonder Visa Gold World Card. Echt vreemd vinden we het al lang niet meer dat zij 'ervoor gaan om de perceptie naar de mensen toe met fiscale incentives aan te pakken'. Het voordeel is dat we hun beloftes gewoon over ons heen kunnen laten gaan. Veel crucialer is de uitleg van de huisvestingsmaatschappij, de strafrechter of de kankerspecialist. Niet alleen zijn die vaak niet te begrijpen als je niet minstens even lang hebt doorgestudeerd, ze lijken zich er ook niet van bewust te zijn dat sommigen minder mondig zijn. 'Kunt u uw probleem eens kort samenvatten?' Nee dus, dat kunnen heel veel mensen niet. Omdat ze dat niet gewend zijn, omdat ze nogal onder de indruk zijn van meneer doktoor of gewoon omdat ze niet wéten wat hun probleem eigenlijk is. Minister Dupont 'zou graag hebben' dat die kloof verdwijnt. Misschien maakt hij meer kans dat iemand naar hem luistert als hij een rode knoop opspeldt. ANN PEUTEMAN