door Hubert van Humbeeck
...

door Hubert van HumbeeckHet bericht liep verloren in de storm van de financiële crisis. Het verhaal wil dat neoconservatieve Amerikaanse stichtingen veel geld hebben gestopt in de campagne tegen het verdrag van Lissabon in Ierland. Het resultaat is bekend: de Ieren verwierpen het verdrag en de hele Europese Unie blijft verzwakt achter. Het is niet nieuw dat regeringen proberen om de politieke ontwikkelingen in andere landen te sturen. Het is in dit geval alleen niet zeer vriendelijk tegenover een organisatie die toch als een vriend en een bondgenoot wordt beschouwd. Rijke stichtingen met nauwe banden met Washington worden wel vaker ingeschakeld om het zaad van het Amerikaanse gedachtegoed te planten. Ze speelden bijvoorbeeld achter de schermen een grote rol bij de regimewissels in Oekraïne en Georgië enkele jaren geleden. Ze liggen op die manier mee aan de basis van de verkoeling in de relaties tussen Rusland en het Westen, en die ontwikkeling stemt ook niet alle Amerikanen even gelukkig. Onder meer twee voormalige ministers van Buitenlandse Zaken vinden dat de politiek van confrontatie met Moskou moet stoppen. Henry Kissinger diende onder Richard Nixon en Gerald Ford. George Shultz liep aan de rechterhand van Ronald Reagan. Oudgedienden van de Koude Oorlog en niet bepaald duiven in de internationale politiek. In een uitgebreide opiniebijdrage in de krant International Herald Tribune vonden ze vorige week dat het Westen ermee moet ophouden om de buurlanden van Rusland tegen Moskou op te zetten. Ze vinden het ook fout om te proberen Rusland, na de gebeurtenissen in Georgië, te isoleren in de wereld. Toen de Sovjets in 1983 een Koreaans lijnvliegtuig neerschoten, protesteerde Reagan verbaal scherp maar hij zette de gesprekken met Moskou afgezien daarvan op alle niveaus verder. Het ontbreekt het Westen, volgens Kissinger en Shultz, ten aanzien van Rusland aan historisch perspectief en psychologisch inzicht. Het duo gelooft dat de Russen realistisch genoeg zijn om te begrijpen dat ze de geschiedenis niet kunnen omkeren. Het Westen was niet altijd gevoelig voor de soms onhandige pogingen van Moskou om zich in het nieuwe internationale stelsel als een gelijke partner te laten aanvaarden, en niet als de verliezer van de Koude Oorlog. Zo viel de beslissing om de onafhankelijkheid van Kosovo tegen de zin van Rusland toch te aanvaarden ongeveer samen met het voornemen om een antiraketsysteem te installeren in Polen en Tsjechië en het voorstel om Oekraïne en Georgië binnen te loodsen in de NAVO. Waarmee het bondgenootschap zo goed als in Moskou op de stoep zou staan. Kissinger en Shultz zien een wereld die gebouwd is op de samenwerking tussen de VS en Rusland. Een verdere uitbreiding van de NAVO naar het oosten past daar niet in. De veiligheid van Oekraïne en Georgië moet, in hun visie, in een breder kader worden bekeken. In die zin is de vraag ook terecht waarom er niet verder is gewerkt aan de afspraken die George W. Bush en Vladimir Poetin nog in april in Sotchi maakten, en die een verregaande samenwerking op een breed veld in het vooruitzicht stelden. Het antwoord moet van de volgende president komen. Als Washington tegen die tijd zijn financiële huishouden op orde heeft.