'Ik stapte door een lange, smalle gang. Snel, omdat ik zo vlug mogelijk van de grensovergang weg wilde zijn. Achter mij hoor ik de zware poort nog langzaam in het slot vallen. Het bezoek was achter de rug. Ik wist dat ik niet meer terugkon.' Karina Wende is 41 en een eeuwige Ossie. Ze woonde altijd al in de deelstaat Saksen-Anhalt. En ze zou er blijven wonen. Toen de Muur werd neergehaald, heeft ze sterk getwijfeld. Maar ze is gebleven.
...

'Ik stapte door een lange, smalle gang. Snel, omdat ik zo vlug mogelijk van de grensovergang weg wilde zijn. Achter mij hoor ik de zware poort nog langzaam in het slot vallen. Het bezoek was achter de rug. Ik wist dat ik niet meer terugkon.' Karina Wende is 41 en een eeuwige Ossie. Ze woonde altijd al in de deelstaat Saksen-Anhalt. En ze zou er blijven wonen. Toen de Muur werd neergehaald, heeft ze sterk getwijfeld. Maar ze is gebleven. Die negende november van het jaar 1989 won de DDR zijn vrijheid terug. Op een geweldloze manier bevrijdde het land zich van het gehate communistische regime. De Ossies zouden daar met volle teugen van genieten. Ondanks alles. Maar minder naarmate de tijd verstreek. In de praktijk blijkt immers dat er twaalf jaar na de hereniging nog steeds een muur bestaat. Een virtuele muur, die een scheiding maakt tussen twee landen die al een decennium lang op verschillende snelheden draaien. Met aan de ene kant het westen met een waaier aan toekomstperspectieven en hoge lonen. Aan de andere kant de donkere vooruitzichten van het oosten, met werkloosheidscijfers van niet minder dan 19 procent, lagere lonen, tot slechts 75 procent van het westers niveau. En een bevolking die massaal uitwijkt richting West-Duitsland. De open grenzen werden tot vluchtwegen, sluizen die de ontevreden oosterlingen met grote golven naar het westen stuwden. Uit Saksen-Anhalt alleen al emigreren 85 inwoners per dag. 'Die Landschaften werden blühen', had Helmut Kohl destijds beloofd. Maar de bloesems blijven uit. Deelstaat Saksen-Anhalt, waar vorige zondag verkiezingen plaatsvonden, de laatste voor de nationale stembusgang van september, is er vrijwel het ergst aan toe. De opkomst was erg laag: amper 56,5 procent van de kiezers bracht z'n stem uit. Wie verkozen zou worden, maakte de bewoners trouwens niet veel uit. De kandidaten van de grootste partijen, SPD en CDU, toonden zich vrij zwak. Het zogenaamde Magdeburger Modell, de minderheidsregering, bestuurd door de SPD en getolereerd door de PDS (Partei des demokratische Sozialismus), de vroegere communisten, had niet gewerkt. En Saksen-Anhalt zit hoe dan ook toch aan de grond, redeneerden de inwoners. 'Het land van de rode lantaarns' noemde de CDU-oppositie het nog voor de verkiezingen. De werkloosheid ligt er nog hoger dan gemiddeld in het oosten van Duitsland. Ze bedraagt bijna 21 procent. Voor jongeren beneden de 25 schommelt ze rond de 17 procent. Het bruto binnenlands product daalde vorig jaar met 0,9 procent. Van de oostelijke deelstaten presteerden alleen Brandenburg en Mecklenburg-Voor-Pommeren nog slechter. Toch is al dat leed niet ongegrond. In DDR-tijden telde Saksen-Anhalt de meeste industriële Grosskombinate, reusachtige bedrijvencomplexen, ware molochs die duizenden mensen tewerkstelden. Toen de planeconomie in elkaar stortte, was het banenverlies massaal. 'Dat er vandaag zoveel werkloosheid is, vloeit voort uit een aanhoudend tekort aan privé-ondernemingen', zegt Joachim Ragnitz, voorzitter van het Institut für Wirtschaftsforschung in Halle. 'Het oosten heeft een ondernemingsachterstand van minstens 20 procent. In Saksen-Anhalt is die achterstand nog groter. Als we die kunnen bijbenen, zijn we al een heel eind opgeschoten.' Veel economen wijzen met de vinger naar de bouwindustrie als een van de grote oorzaken van de crisis. Ragnitz: 'Meteen na de Wende begon het oosten aan een noodzakelijke inhaalbeweging. Het geld stroomde toe vanuit het westen. Huizen, straten, industriegebouwen werden vernieuwd. Iedereen wilde weg uit de Plattenbauten, de betonnen flatgebouwen uit de tijd van de DDR, en koos voor een eengezinswoning. De bouwsector kende een boom in 1995. Maar van dan af viel de vraag terug.' Er was alvast meer dan genoeg gebouwd. Een groot deel van de huizen van 1990 staat leeg. De stad Leipzig telt 16.000 leegstaande woningen, Halle 21.000. De totale leegstand in het oosten is goed voor niet minder dan 1 miljoen woningen. Een deel daarvan zijn de oude Plattenbauten. Die moeten worden gesloopt, vaak met hele wijken tegelijk. In bepaalde steden werd de leegstand zelfs bewust gestuurd. Gezinnen in gebouwen die al grotendeels verlaten waren, kregen nieuwe woningen aangeboden. Vandaag gaat het er de Genossenschaften vooral om de halfbewoonde appartementsgebouwen tegen krakers en vandalen te beschermen. Voor de ramen van de leegstaande verdiepingen hangen ze daarom gordijnen, zodat ze minder snel worden opgemerkt. De leegstand zal alleen maar toenemen. In 2000 trokken meer dan 200.000 inwoners uit de verschillende nieuwe deelstaten weg richting West-Duitsland. Tussen 1990 en 1999 verminderde de bevolking van Maagdenburg, hoofdstad van Saksen-Anhalt, met 16 procent. Voor Halle was dat 18 procent. Vooral de jongere generatie heeft genoeg van de problemen in het oosten. 'Het is een beweging die zichzelf versterkt', meent demograaf Herwig Birg (zie ook kaderstuk). 'De jongeren trekken naar het westen, dat hen economisch gezien meer te bieden heeft. Dat betekent dat het menselijk kapitaal en de kennis uit het oosten continu worden afgevoerd. De bedrijven zijn niet langer geïnteresseerd om te investeren. Met als gevolg dat het aantal bedrijfskernen stagneert of geleidelijk aan afneemt. Door het gebrek aan concurrentie nemen de lonen af. En de jongeren trekken nog gemakkelijker weg.' Toch zijn er ook inwijkelingen, verdedigt Joachim Ragnitz. 'Bepaalde bedrijfssectoren zijn in volle ontwikkeling en die trekken hooggekwalificeerd personeel aan.' Hun aantallen zijn echter vrij beperkt en concentreren zich rond een paar kernen. Vooral de chemiedriehoek Leuna-Buna-Bitterfeld telt filialen van een aantal topbedrijven uit de sector. Maar zelfs die buigen de werkloosheidscurve van de regio nauwelijks om. 'Als de wind goed zat, hoorde ik de ijzeren emmers tegen elkaar kletteren', vertelt Horst Tischer, een gewezen parlementslid van Saksen-Anhalt die altijd in Bitterfeld heeft gewerkt en gewoond. 'Een paar dagen na de Wende heb ik dat geluid voor het laatst gehoord. Dan hebben ze de mijnen gesloten', vertelt hij. Bitterfeld, ooit de vuilste stad van Europa genoemd, ontgon miljoenen tonnen bruinkool in dagbouw, al sinds 1908. 'De industriële Kombinate gebruikten de bruinkool voor de zelfvoorziening in energie', vertelt de burgemeester. 33.000 mensen waren in het bedrijvencomplex tewerkgesteld. Maar ze waren met te veel en produceerden te weinig. Alleen al Bitterfeld zelf telt nog 12.000 werklozen. 'Chemiebedrijf Bayer heeft 900 miljoen D-mark (450 miljoen euro) geïnvesteerd, maar dat zorgde voor niet meer dan 650 extra jobs.' Het chemiepark Bitterfeld-Wolfen wist hoe dan ook een 300-tal bedrijven aan te trekken. Er werden 10.000 banen gecreëerd. 'Ze weten dat hier niemand protesteert tegen de komst van chemische bedrijven', zegt Tischer. 'We zijn het zo gewoon', zucht hij. 'Als er maar werk is.' Toch blijken niet alle bedrijven bereid om naar Saksen-Anhalt af te zakken. Autoconstructeur BMW bijvoorbeeld opteerde op het laatste moment nog voor een vestiging in Leipzig (deelstaat Saksen) in plaats van in Halle (deelstaat Saksen-Anhalt). 'Wellicht is dat een puur economische beslissing geweest. Toch schrijven sommigen de keuze toe aan de rol van de PDS, de vroegere communisten, in de regering van Saksen-Anhalt, waar ze tot zondag een sociaal-democratische minderheidsregering overeind hield', analyseert Wolfgang Renzsch, hoofd van het Institut für Politikwissenschaft aan de universiteit van Maagdenburg. 'Investeerders zouden afhaken uit vrees voor hun beleid. Dat geldt wellicht vooral voor kleinere toeleveranciers die van thuis uit CDU of CSU stemmen, christen-democraten dus.' Op nationaal vlak is de PDS een vrij kleine partij en het ziet ernaar uit dat ze hoogstens uitgroeit tot een regionale partij van het oosten. Toch vormt ze een luis in de pels van kanselier Gerhard Schröder, vooral sinds ze in stadsdeelstaat Berlijn een coalitie vormt met diens SPD. De vrees bestaat dat ze uitgroeit tot een 'normaal aanvaarde' partij en het stemmenpotentieel van de SPD zal aanvreten. Zondag werd de PDS de tweede partij van Saksen-Anhalt, maar wellicht wordt een coalitie gevormd tussen de overwinnende CDU en de liberale FDP. De verkiezingsresultaten waren min of meer zoals door de peilingen was voorspeld. 'Toch is de volatiliteit van het stemgedrag in de nieuwe deelstaten bijzonder groot', zegt Wolfgang Renzsch. 'De mensen, vooral de al wat oudere generatie, heeft er een duidelijk Oost-Duitse identiteit. Enerzijds voelen ze zich tweederangsburgers ten opzichte van de westerlingen. En ze hebben niet die traditionele bindingen met welke partij ook. De laatste vrije verkiezingen die zij meemaakten vóór 1990 waren in 1932. In die tijd zijn alle banden met katholieke of andere milieus verloren gegaan. Het gevolg is dat de partijen nauwelijks leden hebben in de nieuwe deelstaten. In de vijf staten tezamen heeft de SPD minder leden dan in een stad als bijvoorbeeld Dortmund alleen.' Veel kiezers vallen terug op de PDS, die kan rekenen op een relatief stabiel kiezerspotentieel in het oosten. De verkiezingen in Saksen-Anhalt hebben dan ook niet meer dan een signaalfunctie voor de nationale stembusgang in september. Met één uitzondering: de verschuiving van de verhoudingen in het Bondsraad waar de zestien deelstaten vertegenwoordigd zijn. Vijf maanden voor de verkiezingen beschikt de CDU daar voor het eerst sinds het aantreden van Schröder over een blokkeringsmeerderheid. Toch houdt de zwaar verslagen SPD vol: 'Saksen-Anhalt is niet meer dan stuifzand', luidt het. 'Bij de parlementsverkiezingen in september staan we op de vaste grond.' De politici op nationaal niveau hebben zich alvast weinig moeite getroost om de bewoners uit het oosten met daden te imponeren. Zo talrijk zijn ze ook niet. Tot vandaag lijkt het erop dat de regering in Berlijn de 'failliete boedel DDR' die ze destijds halsoverkop heeft opge-kocht, nog steeds maar liefst zou vergeten. Ingrid Van Daele In 2000 trokken meer dan 200.000 inwoners uit de voormalige DDR richting West-Duitsland.