DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN In de Belgische Senaat hangt een aantal portretten die het vaderlandse prestige kracht moeten bijzetten. Zo is er een van Karel de Grote (Charlemagne), twaalfhonderd jaar geleden de herstichter van het Romeinse Rijk. Ook de vroegmiddeleeuwse kruisvaarder Godfried van Bouillon waakt vanuit zijn dubieus verleden over de voorname afgevaardigden. Karel en Godfried hebben nooit iets met de politieke geschiedenis van België te maken gehad. Maar op zoek naar symbolen is ons opgezwollen natiestaatje wel vaker tot enig naïef zelfbedrog bereid geweest. Wie aan zichzelf twijfelt, zet de gekste hoeden op. De voorbije maanden werkte een groepje senatoren aan een rapport (een koel feitenrelaas) dat nu door de collega's ?verbijsterend? is genoemd. In de ochtenduren van 7 april 1994 vonden in Rwanda tijdens een VN-vredesoperatie tien Belgische militairen allen Franstaligen een afschuwelijke dood. Dat verhaal is bekend. Een groep ?Hutu-soldaten?, wier president Juvénal Habyarimana de avond tevoren uit de lucht was geschoten en in zijn eigen tuin neergestort, bracht een peloton Belgische blauwhelmen om het leven. Bijna onmiddellijk nadien begon de goed voorbereide en systematische slachtpartij waarbij plusminus een miljoen Rwandezen werden afgemaakt. Dat gebeurde niet in een rampspoedige vlaag van massahysterie. De actie was zorgvuldig voorbereid, de regering in Brussel wist dat al geruime tijd. De liquidatie van Belgische soldaten en het onderuit halen van onze als zeer vijandig beschouwde interventiemacht stond bovenaan de agenda van de Rwandese machthebbers. Ook bestonden zorgvuldig opgestelde zwarte lijsten van etnische of politieke opposanten tegen het regime dat zich al jaren met Belgische en nogal christelijk gekleurde hulp handhaafde. Terwijl alle VN-militairen zich repten om ijlings de plaat te poetsen, voltrok zich onder hun eigen ogen de beginnende volkerenmoord. Niemand bewoog. Over dat drama en de schuldvraag tikte senator Guy Verhofstadt, als vlijtigste lid van de moeizaam samengestelde werkgroep, honderdvijftig pagina's ongelooflijke lectuur in zijn draagbare computer. Het optreden van de toenmalige Belgische regering, haar legerleiding en de Verenigde Naties in naam waarvan 430 (dus veel te weinig) Belgische paracommando's naar Kigali werden overgevlogen blijkt nu een opstapeling van amateurisme, domheid, intern gekonkel, nonchalance, parallelle diplomatie, geruis in de wapenhandel, rivaliteit onder een paar geheime diensten. Nadat die pijnlijke operette het leven had gekost aan tien van zijn zonen haastte het vaderland zich om een luisterrijke rouwplechtigheid in beeld te brengen. Omringd door stram kijkende officieren en tien gedrapeerde lijkkisten, sprak koning Albert woorden van troost voor de treurende weduwen. Die bleven echter onbeleefd vragen naar de officiële waarheid over wat daar bij de Grote Meren gebeurd was. Hun mannen was immers verteld dat ze werden uitgezonden voor een soort tropenvakantie, een ?leuke reis naar de Club Med? hadden de chefs gezegd. Nog geen dertig maanden later kreeg de bevolking een ander geval van dood door wanbeleid over zich heen : de vermoorde kinderen. Politie en gerecht hadden geweigerd, we weten nog altijd niet precies waarom, de in het oog springende verdachte Marc Dutroux uit te schakelen. Ook nu volgde een soort nationale begrafenis, maar dan wel zonder het staatshoofd. De familie van de slachtoffers had liever dat het Hof niet naar de witte uitvaart kwam. Wel liet ze zich emotioneel omringen door driehonderdduizend medeburgers die vrijwel spontaan naar Brussel trokken. Eerste-minister Dehaene reageerde toen naar best vermogen. Hij voerde een paar goede gesprekken met de getroffen gezinnen, kondigde gerechtelijke hervormingen aan en beloofde de oprichting van een professioneel centrum voor het opsporen van verdwenen kinderen. De Rwanda-kwestie pakte hij echter heel anders aan. Zo probeerde hij parlementaire bemoeienissen met het dossier te verhinderen. Toen hem dat uiteindelijk niet lukte, kreeg hij gedaan dat de lectuur van het trieste archief in de grootste discretie en onder bewaking van de veiligheidsdienst moest gebeuren. Gevoelige gegevens, zoals die over de betrokkenheid van Parijs of van de Mobutu-clan, werden waar mogelijk weggefilterd. Onmisbare computerbestanden van de Generale Staf en Buitenlandse Zaken bleken voortijdig ?weggewist.? Ondanks die sabotage hield rapporteur Verhofstadt genoeg documenten over om de tragedie nauwgezet te reconstrueren. Na aflevering van zijn werkstuk, dat het Wetstraat-milieu met stomheid sloeg, stond voor hem vast : nu moet een wettelijk bevoegde parlementaire onderzoekscommissie aan het werk om de verantwoordelijken aan te wijzen en herhaling te voorkomen. De meeste senatoren bleken dezelfde mening toegedaan. Waarom zouden de slachtoffers van Kigali niet dezelfde rechten krijgen als die van Dutroux ? Toch bleken toonaangevende CVP-politici zich te verzetten tegen de samenstelling van een Rwanda-commissie. ?Het gaat hier om een politieke aangelegenheid die niet met een juridisch onderzoek bezwaard mag worden. Er zijn bovendien buitenlandse partners mee gemoeid, geheime diensten. (In en rond Rwanda is nog altijd een botsing tussen Franse en Angelsaksische belangen bezig.) Dat vraagt tact van Belgische zijde. Laten we ons dus beperken tot enkele hoorzittingen, waarin bij de zaak betrokken ministers en militairen hun verhaal mogen komen doen.? De tactiek van de dode mus, dus VAST IN DE ZANDBANKHet witte gevoel, de zelfreiniging is sneller dan gevreesd aan het wegdrijven uit de zielen. Terwijl hem nog een tuchtprocedure wegens ambtsverwaarlozing wacht, krijgt procureur-generaal Demanet ?eervol ontslag? met behoud van zijn volle pensioen. Tegen enkele zinnige suggesties (geen cumul meer van meerdere politieke mandaten, de oprichting van een hoge raad voor de magistratuur en, zoals gezegd, van een Rwanda-commissie) loopt bijna de hele CVP te wapen. Premier Dehaene krijgt weer greep op de zaken. Charlemagne en Godfried van Bouillon blijven alsnog aan de muur hangen. België leeft !