Darwin en God: echt goed hebben die twee het nooit met mekaar kunnen vinden. In zijn boek Nonzero probeert de Amerikaanse evolutiepsycholoog Robert Wright opnieuw te bemiddelen. Dat wil zeggen: Darwin heeft de mens weliswaar met beide voeten op de grond gezet, maar toch vindt Wright de vraag naar een Hoger Doel op z'n minst 'gerechtvaardigd'.
...

Darwin en God: echt goed hebben die twee het nooit met mekaar kunnen vinden. In zijn boek Nonzero probeert de Amerikaanse evolutiepsycholoog Robert Wright opnieuw te bemiddelen. Dat wil zeggen: Darwin heeft de mens weliswaar met beide voeten op de grond gezet, maar toch vindt Wright de vraag naar een Hoger Doel op z'n minst 'gerechtvaardigd'. 'Toen ik eind jaren zeventig kennismaakte met de sociobiologie, begreep ik meteen dat dit wereldbeeld ons iets te bieden heeft', zegt Wright. 'Het is een erg krachtige set van ideeën, die je helpen begrijpen dat er zoiets bestaat als een fundamentele menselijke natuur. Dat is een belangrijke premisse van de evolutiepsychologie, wat eigenlijk een nieuwe term is voor sociobiologie: dat mensen overal dezelfde genetische erfenis hebben en fundamenteel hetzelfde zijn.' Neem nu de vraag: is de mens goed of slecht? Wright: 'Ik denk dat de evolutieleer in zijn moderne vorm ons een goed beeld geeft van de brede contouren van de menselijke natuur. Het antwoord is natuurlijk: geen van beide. Maar we hebben een tamelijk goed idee van de manieren waarop we van nature goed en slecht zijn. In mijn vorige boek, The moral animal, lag de klemtoon op de slechte kant, waardoor het een cynisch kantje had. Hoe altruïsme kan worden verklaard vanuit genetisch zelfbelang, bijvoorbeeld.' De evolutiepsycholoog kent verschillende soorten altruïsme, legt Wright uit: 'Altruïsme onder verwanten en wat we wederkerig altruïsme noemen, onder niet-verwanten. Onder verwanten is het mechanisme genetisch zelfbelang. Je bent je niet bewust van het feit dat je verwanten helpt omdat je genen met hen gemeen hebt, maar dat is wél de ultieme verklaring. Bij wederkerig altruïsme onder niet-verwanten is de onbewuste redenering: als ik iets doe voor die persoon, zou hij later eens iets kunnen terugdoen voor mij. Opnieuw: dat mechanisme is onbewust, het motief kan echt vriendschappelijk zijn. Maar uiteindelijk gaat het om een nonzero-relatie.' Nonzero is de centrale dynamiek die Wright meent te ontwaren in onze biologische én culturele evolutie. De term komt uit de zogenaamde speltheorie, die vooral opgeld maakt in economische en politieke modellen. Een spel is elke vorm van menselijke interactie waarbij winst en/of verlies kan worden geboekt, in welke betekenis ook. Schaken is een nulsom-spel: de ene wint, de andere verliest. Maar er zijn ook spelen waarbij beide partijen kunnen winnen of verliezen: win/win- of verlies/verlies-situaties. Dat zijn niet-nulsom-spelen, of nonzero-sum-games. Volgens Wright is de geschiedenis één lange aaneenschakeling van zulke spelen. Hij ziet zelfs een duidelijke richting in die evolutie. Vandaar de ondertitel van Nonzero: De logica van de menselijke bestemming. Robert Wright: Dé drijvende kracht achter de culturele evolutie zijn nieuwe technologieën die het spelen van nieuwe nonzero-sum-games in de hand werken: spelen waarbij steeds meer mensen over steeds grotere afstanden betrokken zijn. De informatietechnologie doet dat heel duidelijk. Maar dat is lang niet het eerste voorbeeld: er is de uitvinding van het schrift geweest, die van de drukpers... Het gaat ook niet alleen om informatietechnologie op zich. Toen de landbouw zijn intrede deed, konden meer en meer mensen dichter bij mekaar wonen, zodat ze met mekaar konden communiceren. Dat bracht een soort intellectuele synergie met zich: ideeën vloeiden sneller rond, economische uitwisseling was makkelijker. Zelfs militaire technologie kan een positief effect hebben. In mijn boek geef ik het voorbeeld van de Israëlieten en de Filistijnen. Die laatsten hadden ijzeren wapens, waardoor de Israëlieten zich verplicht zagen om als antwoord daarop hun politieke organisatie te verfijnen. Ongelukkig genoeg heeft oorlog altijd een grote rol gespeeld bij sociale evolutie, maar het is nu eenmaal zo. Europa is hier weer een goed voorbeeld: de Europese Unie is ontstaan mede in het besef dat oorlog vandaag voor beide partijen verlies oplevert - lose/lose in plaats van win/win. Die trend zal zich volgens mij doorzetten. Gelooft u echt dat er ooit een einde kan komen aan oorlog?Wright: Ja. (lachje) Al zou het nog lang kunnen duren. Op welke tijdschaal ziet u dat dan?Wright: Hangt ervan af hoe de mensheid zich gedraagt. Maar er doet zich al een bemoedigende trend voor: door de geschiedenis hebben de meest machtige en geavanceerde naties elkaar altijd bevochten. Vandaag denken we steeds meer over oorlog als iets dat in arme landen gebeurt. Wij kunnen ons niet meer voorstellen dat de VS de oorlog zou verklaren aan Europa, of aan Japan. Misschien vergis ik mij, maar dat lijkt me hoogst onwaarschijnlijk. Dat is dus een nieuwe ontwikkeling, van recente datum. Wat is er de laatste vijftig jaar dan gebeurd: de Koude Oorlog?Wright: Kernwapens zijn zeker een belangrijke factor. Die hebben er volgens mij voor gezorgd dat er tijdens de Koude Oorlog geen echte oorlog op grote schaal is losgebarsten. Dat is een bemoedigende indicatie van de menselijke rationaliteit. Kernwapens zijn voordelig geweest voor de mensheid?Wright: Hoe gek het ook mag klinken, maar ik denk dat je kunt zeggen dat kernwapens over het algemeen genomen levens hebben gered. Er zijn meer mensen omgekomen door conventionele bombardementen op Tokio dan door de atoombom op Hiroshima. Tegelijk ben ik natuurlijk ook bezorgd, want als kernwapens in handen van terroristen terechtkomen, wordt de kans dat er iets fout gaat, natuurlijk groter. Anderzijds: het is precies die externe dreiging van terroristen die 's werelds naties zal dwingen om op steeds hogere niveaus samen te werken. Een soort wereldregering, ook weer vanuit die nonzero-logica. Zou een wereldregering echt iets kunnen doen tegen het terrorisme?Wright: Een catastrofe is altijd mogelijk. Ik wil alleen maar zeggen: het enige echte alternatief voor chaos en catastrofe op lange termijn, is een wereldregering. Hoewel ik het liever world governance noem dan een world government, want het zal wellicht geen gecentraliseerd orgaan zijn. Hoe zou u die world governance organiseren?Wright: Dat is al aan het gebeuren. De Wereldhandelsorganisatie is een belangrijk orgaan, want het kan sancties nemen tegen landen die handelsovereenkomsten niet nakomen. Dat soort sancties zal in de toekomst ook kunnen worden getroffen als landen arbeidsomstandigheden of milieurichtlijnen niet respecteren. Kijk naar het Internationaal Monetair Fonds: zeer betekenisvol. Als je financiële hulp aan ontwikkelingslanden afhankelijk kunt maken van het feit of ze bijvoorbeeld voldoende transparante financiële wetten hebben, heb je heel veel macht. Ook de Verenigde Naties spelen een grote rol. Maar dat is geen erg democratisch orgaan.Wright: Momenteel nog niet. En de Wereldhandelsorganisatie houdt zich ook vooral bezig met de belangen van bedrijven, niet met die van arbeiders. Maar naarmate arbeiders en milieubewegingen zich steeds beter organiseren, krijgt die world governance een bredere basis. NGO's zullen dus ook een grote rol spelen, maar die zijn evenmin democratisch verkozen.Wright: Dat is waar, maar ze dragen wel bij tot een groter pluralisme in de besluitvorming. Uw geloof in de menselijke rationaliteit is groot.Wright: Ja, ik geloof dat rationaliteit op lange termijn zal overwinnen. Maar ondertussen kan er nog behoorlijk wat onheil worden aangericht. Sommigen vinden mijn boek overdreven optimistisch, maar zo zie ik dat niet. De evolutionaire psychologie geeft je vele redenen tot ongerustheid. Dat zie je nu in het Midden-Oosten, waar je een escalatie van geweld hebt. Alle partijen volgen daar gewoon hun menselijke aard. Het maakt deel uit van de menselijke natuur om te willen terugslaan als iemand jou iets aandoet. Meer nog, het ligt in de menselijke aard om het gevoel te hebben dat je moreel gesproken het récht hebt om terug te slaan: dat zij slecht zijn en jij goed. Ook dat gaat terug op ons voorouderlijke verleden, toen we nog als jagers-verzamelaars leefden.Wright: Uiteraard. Toen was vergelding ook normaal, met dit verschil: het was niet altijd dodelijk, omdat er nog geen gesofisticeerde wapens waren. Dus: in een moderne samenleving kan dezelfde reactie in principe catastrofale gevolgen hebben. De menselijke aard geeft je redenen genoeg om erg ongerust te zijn. De geschiedenis leert ons ook dat, hoewel de rationaliteit op lange termijn overwint, het vaak een kwestie is van trial and error, van vallen en opstaan. Een voorbeeld: er was een Great Depression nodig om mensen ervan te overtuigen dat handelsoorlogen een slecht idee zijn, dat een wapenwedloop van handelstarieven niemand vooruit helpt. Ik hoop dat er geen kernoorlog nodig is om mensen ervan te overtuigen dat alle naties op een meer geïnstitutionaliseerde manier moeten samenwerken. Al is dat een reëel gevaar, dat er een catastrofe moet plaatsgrijpen om onze aandacht te trekken. Biologisch gesproken zijn wij niet aangepast om te overleven in de moderne samenleving. De adaptaties moeten dus cultureel van aard zijn. Globalisering was volgens u de onvermijdelijke uitkomst van culturele evolutie. In hoeverre is uw boek niet gewoon een rechtvaardiging van de bestaande toestand?Wright: Persoonlijk ben ik blij dat de geschiedenis ons zover heeft gebracht. Onder meer omdat een van de resultaten van onze culturele evolutie een groeiend moreel bewustzijn is. Kijk, vandaag zijn wij het erover eens dat elk menselijk wezen, ongeacht afkomst, geslacht of wat dan ook, als een volwaardig mens moet worden behandeld. Dat is niet wat de doorsnee mens tweeduizend jaar of nog korter geleden daarover dacht. En volgens mij lag die morele vooruitgang in de lijn der verwachtingen. Wat niet betekent dat ik blij ben met de manier waarop de globale economie momenteel werkt. U schrijft nochtans dat de markteconomie 'bevrijdend' werkt.Wright: In vele opzichten is dat ook zo. Al moet ze gereguleerd worden op internationaal niveau, wat nu nog niet het geval is. Maar over het algemeen genomen is globalisering veeleer een goede dan een slechte evolutie. In de derde wereld zal men dat graag horen.Wright: U suggereert dat globalisering ongelijkheid creëert, en met die analyse moet u voorzichtig zijn. Vergelijk de rijkdom van een doorsnee rijk land met die van een doorsnee arm land: die kloof groeit, dat is waar. Maar er zijn twee andere vaststellingen die je moet doen. Eén: het zijn de arme landen die zich openstellen voor de geglobaliseerde economie, die rijker worden. Dat is een goed gedocumenteerd feit. Twee: als je de inkomensongelijkheid bekijkt in absolute termen, dus op de totale menselijke bevolking, die kloof groeit niet. Het verschil tussen landen onderling neemt toe, maar globaal gesproken worden steeds meer mensen uit de armoede getrokken. Het aantal mensen dat moet rondkomen met één dollar per dag, daalt. Maar ondertussen blijft het aantal armen in de VS stijgen.Wright: Dat is momenteel moeilijk te zeggen, omdat de economie het zo goed doet. Nu, de inkomensongelijkheid in de VS is de laatste tijd toegenomen. Er zijn veel nadelen verbonden aan de globalisering: arbeiders in rijke landen ondervinden bijvoorbeeld steeds meer concurrentie van goedkope arbeidskrachten in ontwikkelingslanden. Dat is een voorspelbaar nadeel. Eigenlijk vindt u, net zoals Francis Fukuyama, dat er geen alternatief is voor de huidige situatie.Wright: Er is een verschil. In zijn boek The End of History eindigt hij met een veelheid aan neoliberale democratieën. Hij bepleit niet de regularisering van het globale kapitalisme, zoals ik dat doe. Al heeft hij in zijn recensie van mijn boek mijn visie niet verworpen. Even over biologische evolutie. Een van de Grote Vragen is: hoe onvermijdelijk was de evolutie van de intelligente diersoort die zich mens noemt? Volgens paleontoloog Stephen Jay Gould is de mens 'een schitterend ongeluk', hij had er ook niet kunnen zijn. U bent het daar niet mee eens.Wright: Het is te zeggen: eigenlijk is zijn stelling overduidelijk en bijna triviaal. De evolutie van de menselijke soort als dusdanig was natuurlijk niet onvermijdelijk. Er is niemand met enig verstand van zaken die dat zal beweren. De écht interessante vraag luidt: was een menselijk niveau van intelligentie een waarschijnlijke uitkomst van de evolutie? Op die vraag antwoordt Gould in zijn boek Wonderful Life dat hij het niet weet. Is dat niet het enige juiste antwoord?Wright: Het is een redelijk antwoord en niet onverdedigbaar. Maar ik denk daar anders over. U schrijft bijvoorbeeld: als de dinosauriërs niet waren uitgestorven, vlogen zij nu misschien met jumbojets.Wright: Precies, misschien wel. Mijn punt is: er zit een kracht achter de evolutie van intelligentie in verschillende evolutielijnen of takken. Intelligentie is toegenomen in elke diersoort, vergeleken met onze oudste voorouder, de allereerste vorm van leven. Dat is duidelijk. En wat de dino's betreft: sommige lijken in staat te zijn geweest om dingen te grijpen met hun voorpoten, er was misschien een zekere graad van sociaal leven. Ik denk: geef de bonobo of de chimpansee nog een paar miljoen jaar... Er is geen enkele reden om aan te nemen dat zij niet ons niveau van intelligentie zouden kunnen bereiken. Anderzijds: als alle 'intelligente' diersoorten allang verdwenen zijn door een of andere calamiteit, zullen er nog altijd bacteriën bestaan.Wright: De vraag die mij interesseert, is niet: zullen álle evolutielijnen evolueren in de richting van groeiende intelligentie? De filosofische vraag die mij boeit, is: zal het systeem als geheel op z'n minst één diersoort opleveren op het niveau van de mens? Het feit dat bacteriën al miljarden jaren ongeveer even complex zijn gebleven, vind ik niet zo interessant als wat er gebeurt met de buitenste laag van complexiteit. U hebt het in uw boek voortdurend over de mens. Wat met de hele biosfeer? Er sterven heel wat diersoorten uit doordat wij zo'n 'succesvolle' soort zijn.Wright: Vervuilde oceanen zonder vissen erin, geen bomen meer: het is in ons eigen belang om het niet zover te laten komen. Ook dat is pure nonzero-logica. Idem dito voor het broeikaseffect: het is in ieders belang om samen te werken, om een globale lose/lose-situatie te voorkomen. Zou u een limiet durven stellen op het aantal mensen dat de aarde kan verdragen?Wright: Er is een probleem van natuurlijke rijkdommen en de uitputting daarvan. De oplossing is niet: zeggen dat mensen in ontwikkelingslanden minder kinderen mogen krijgen. Maar wel: zeggen dat mensen in rijke landen minder moeten gaan verbruiken. Om nog eens de vraag van Gould te stellen: als we het bandje van de evolutie zouden terugspoelen, hoe waarschijnlijk is het dan dat intelligentie opnieuw zou ontstaan?Wright: Zó waarschijnlijk dat het grenst aan het onvermijdelijke. Je kunt het begrip 'intelligentie' ontleden in een aantal aspecten: het gebruik van werktuigen, een vorm van communicatie, wederkerig altruïsme... Mijn punt is: al die dingen zijn, onafhankelijk van mekaar, verschillende keren geëvolueerd. Dolfijnen hebben een min of meer complexe taal, vleermuizen kennen wederkerig altruïsme... Contingentie en toeval spelen natuurlijk een grote rol. Ik zeg dus ook niet dat alle soorten zoals we die nu kennen, bij wijze van spreken in de kaarten zaten. Wel zeg ik dat het maar een kwestie van tijd was voor al die aspecten van intelligentie samenkwamen in één diersoort. En waarom wij, en niet pakweg de krokodil, die toch al veel langer meegaat?Wright:Gosh, wij waren op het juiste moment op de juiste plaats, zeker? Wij hebben veel lucky breaks gehad. Als je bij bingo wint, vraag je je ook af: waarom ik? Wel, omdat je geluk hebt gehad. Dat is een andere vraag dan: waarom was er een winnaar? Want die zou er sowieso geweest zijn. Zodra intelligentie ontstaat, is de groei ervan niet te stoppen. Maar dan blijft de vraag toch: hoe groot is de kans dat intelligentie ontstaat?Wright: Wel, zelfs Gould geeft nu toe dat de buitenste laag van complexiteit lijkt toe te nemen. Waarom is het leven niet blijven steken in het eencellige stadium? Feit is dat meercellig leven een aantal keer onafhankelijk is geëvolueerd. De energie daarachter is nonzero. En dat geldt ook voor de culturele evolutie. Als je het over miljarden jaren heen bekijkt, dan zie je de volgende stappen: informatieverwerking in het genoom, dan de complexe cel, dan het meercellig organisme, dan het sociale organisme en dan de sociale organisatie op een globaal niveau. Dus: het was heel waarschijnlijk dat we hier zouden uitkomen. Nu, ik ben niet verblind door optimisme: op dit moment in de evolutie hebben we voor het eerst de mogelijkheid om alles op te blazen. We hebben de keuze: gaan we voor de donkere, of voor de lichtere kant van de menselijke natuur. Die laatste keuze zal wilskracht vergen, en moraliteit. Het menselijk bewustzijn is voor u een raadsel, schrijft u.Wright: Ja, een groter raadsel dan de meeste wetenschappers beseffen. Sommigen zeggen: het is een bijproduct. Iets dat niets doet, zoals de schaduw van mijn hand niets doet. Een soort neveneffect, een eigenschap die 'ontstaat' zodra het brein complex genoeg is.Wright: Goed, maar dan is mijn vraag: waarom is het universum zo geconstrueerd dat het een bijproduct zou zijn? Ik geloof dat bewustzijn net datgene is wat het leven zin geeft, en waardoor er zoiets als moraliteit kan bestaan. Stel u een planeet voor waar wezens wonen die exact hetzelfde zijn als wij, met dit verschil: ze hebben geen bewustzijn. Dan zou je kunnen zeggen: het is niet immoreel om hen te vernietigen, want ze voelen toch geen pijn, of onrechtvaardigheid. De reden waarom moraliteit ertoe doet, is precies door die subjectieve ervaring van het bewustzijn. Het is toch opmerkelijk dat de enige dimensie die enige zin en morele betekenis geeft aan ons bestaan, een bijproduct zou zijn. Dat is toch een interessante filosofische observatie. Ik vind dat er aanwijzingen zijn om te argumenteren dat er een Hoger Doel achter zit. Dat is een niet erg modieus standpunt in de wetenschap.Wright: Nee, de vraag wordt ook onderschat door intellectuelen. Ik zeg niet dat er een God bestaat, en zeker geen God die ingrijpt in de dingen die op aarde gebeuren. De mens is niet ontworpen door een horlogemaker, maar door natuurlijke selectie, dat Richard Dawkins 'een blinde horlogemaker' noemt. Ik heb geen antwoord, hoor, maar ik vind het op z'n minst gerechtvaardigd om de vraag te stellen: was er een of ander ontwerpend proces dat de biologische en culturele evolutie heeft gestuurd? Daniel Dennett noemt natuurlijke selectie een algoritme. Ik heb hem eens gevraagd of hij één algoritme kent dat niet op een of andere manier door iets of iemand is ontworpen. Wat stelt u zich bij dat 'iets' of 'iemand' voor?Wright: Geen idee. Vergelijk het met twee cellen uit uw lichaam, die met mekaar kunnen praten. Die kijken terug op die hele evolutie van eicel tot organisme en stellen vast: hé, hier zit een patroon achter, wij lijken iets te vormen wat een functionerend wezen is. Dan zou de ene cel ook tegen de andere kunnen zeggen: goed, maar waarom zou 'iets' of 'iemand' dat willen doen? Wel, zij zouden het antwoord niet kennen. Dat we het verhaal niet begrijpen, wil dus niet zeggen dat er geen verhaallijn is. Dus toch een Hoger Doel?Wright: Ik heb met mijn boek willen aangeven dat er duidelijk richting in de evolutie zit. Ik ben er veel minder zeker van of er ook een hoger doel is. Maar de vraag verdient meer aandacht dan ze tegenwoordig krijgt. En wat als u zich vergist: als uw nonzero-concept niet deugt en er zelfs helemaal geen richting is?Wright: Als iemand kan bewijzen dat meercellig leven, of de uitvinding van het schrift, niet verschillende keren onafhankelijk van mekaar zijn ontwikkeld: ja, dan zou mijn argument verzwakken. U schrijft dat het internet misschien al een bewustzijn heeft. Hoe zou dat eruitzien?Wright: Wel, u weet hoe het voelt om iets te bedenken, om bezig te zijn met de oplossing van een vraagstuk of een probleem. Goed, als de ingenieurs van Boeing het internet gebruiken om een nieuw vliegtuig te ontwerpen, is er ergens misschien wel een collectief 'gevoel van ontwerpen', een soort bewustzijn. Ik zou er niet op durven te wedden, hoor, maar het zou kunnen. In uw boek verwijst u een paar keer naar Teilhard de Chardin, die vijftig jaar geleden een soort visionair was op dit vlak.Wright: Absoluut. Hij begreep dat de mensheid, door de evolutie van de informatietechnologie, meer en meer veranderde in één gigantisch brein. Vandaag is dat een veel gebruikte metafoor, maar Teilhard schreef nog vóór het bestaan van de microchip. En natuurlijk telde bij hem ook de spirituele dimensie: het zogenaamde Punt Omega als eindbestemming van de evolutie, het idee dat globale organisatie niet alleen een sociale, maar ook een spirituele drempel was. Over die drempel heen zou de mensheid verbonden zijn in een soort universele broederlijke liefde. Voor Teilhard was dat Punt Omega ook een soort manifestatie van God.Wright:(lacht) Ja, maar zo optimistisch ben ik dus niet. Ik geloof wel dat onze groeiende afhankelijkheid tot een soort morele verlichting leidt. Die afhankelijkheid dwingt ons om meer aandacht te besteden aan het lot van mensen elders in de wereld. Het ebolavirus zou ook óns straks kunnen bedreigen, dus daar moeten we naar oplossingen zoeken. Maar de farmaceutische industrie produceert alleen geneesmiddelen voor de rijken.Wright: Daarom hebben we die world governance precies nodig. Zulke problemen worden door de markt niet opgelost, daar moet dus een of andere vorm van overheid tussenkomen. Dat geldt ook voor milieuproblemen, voor bepaalde infrastructuurwerken, enzovoort. Of neem het enorme aidsprobleem in Afrika: het wordt hoog tijd dat ook wij ons daar ernstige zorgen over maken. Al was het maar uit welbegrepen eigenbelang. Uit eigenbelang: hoe moreel is dat uitgangspunt?Wright: Goede vraag: wordt het daardoor minder moreel? Misschien wel. Maar nogmaals, het centrale argument in mijn boek is dat het altijd in de kaarten heeft gezeten: dat ons lot met dat van de hele mensheid verbonden zou raken, al was het maar uit puur eigenbelang. Is dat echte morele vooruitgang? Weet ik niet. Maar ik heb liever dat tenminste díé dynamiek bestaat, waardoor we ons zorgen maken over andere mensen, dan dat er helemaal géén dynamiek zou bestaan. Het is beter dan niets, dus I'll take it. Robert Wright, 'Nonzero, de logica van de menselijke bestemming', Het Spectrum, Utrecht, 458 blz., 1395 fr.Joël De Ceulaer Dirk Draulans