Over lesgeven aan migranten schreef de Belgische Marokkaan Ali Salmi een boek vol met tips en raadgevingen. Een gesprek.
...

Over lesgeven aan migranten schreef de Belgische Marokkaan Ali Salmi een boek vol met tips en raadgevingen. Een gesprek.IN VLAANDERENWOONT zes procent mensen van niet-Belgische oorsprong. Van die groep heeft zestig procent een Marokkaanse of Turkse afstamming. De helft ervan bestaat uit jongeren beneden de twintig jaar, mensen dus die aan de leerplicht onderworpen zijn. Sinds 1991 proberen allerlei initiatieven allochtone jongeren via onderwijs meer kansen te bieden én ze sneller te integreren in onze samenleving. Vijf jaar strekken onvoldoende ver om het succes of het mislukken ervan te meten. Maar studies in andere Europese landen, waar de groep allochtonen al langer aanwezig is, geven wel aan dat alle vormen van ongelijkheid tussen migranten en autochtonen hoe dan ook moeilijk te bestrijden vallen. Ook in België liggen de migranten op alle vlakken achterop tegenover de autochtonen. Maar hun achterstand laat zich wél vergelijken met die van kansarme Belgen. Behalve de etnische, ligt dus ook vaak de sociale achtergrond aan de basis van het maatschappelijk mislukken van mensen. Zowel voor Belgen als migranten bestaat er een rechtstreeks verband tussen schoolresultaten en sociale herkomst. Ouders, die zelf terugkijken op een korte en frustrerende schooltijd, begeleiden de schoolloopbaan van hun kinderen doorgaans minder goed. Daardoor reproduceert de achterstand zich generatie na generatie. Om het probleem van kansarmoede op te lossen, moet op veel terreinen tegelijk worden ingegrepen. Initiatieven op het vlak van stedelijk beleid en huisvesting, zoals Vlaams minister Leo Peeters (SP) die opzet, brengen zeker hulp. Maar vooral onderwijs blijft één van de belangrijkste breekijzers voor de bestrijding van de kansarmoede. Zonder opleiding geen behoorlijk werk ; zonder werk geen inkomen en geen behoorlijk huis. En al verschenen er al talloze studies over het hoe en waarom van slagen en mislukken, en buigt de wetenschap zich vol ijver over oorzaken en mogelijke remedies : in de praktijk staan onderwijzers en leraren er nog al te vaak alleen voor. MIRAKELS.Met zijn boek ?Lesgeven aan Fatima en Ahmed? reikt Ali Salmi (32) die mensen een interessant instrument aan. Salmi, een technisch regent, geeft sinds zes jaar vorming aan leerkrachten, die allochtone kinderen in de klas hebben. Hij putte ook uit zijn ervaring als coördinator van het Steunpunt Onderwijs aan het Intercultureel Overleg Mechelen (ICOM) en als mentor tussenpersoon én coach van leerlingen en leerkrachten in een middelbare school. Voor het eerst getuigt een leraar vanuit de leefwereld van allochtone leerlingen. Daarbij vergoelijkt Salmi de problemen niet, maar pakt ze aan ; concreet en met verstand van zaken. Opvallend is dat het écht gaat om een ?praktijkboek?. Het theoretische gedeelte hield u bijzonder kort. ALI SALMI : Er is al veel gepubliceerd over de thematiek van migranten. Maar mensen die dagelijks met migranten te maken hebben, willen praktische raadgevingen, geen gefilosofeer. Bij mijn vormingsactiviteiten ondervond ik dat overal dezelfde problemen opdoken. Daarop geef ik concrete antwoorden. Ik wil wél heel duidelijk stellen dat je niet mag veralgemenen : niet alle allochtonen geven problemen in het onderwijs. Er tekent zich trouwens een duidelijke evolutie af. Bijvoorbeeld, de tweede generatie spréékt Nederlands. Een deel van de problemen van migranten huisvesting, cultuur, gebrek aan steun thuis vallen buiten de competentie van de school. SALMI : Maar ze beïnvloeden het schoolse gebeuren wel. Leraren weten dat ze rekening moeten houden met de beginsituatie van leerlingen. Bij kansarmen moet ook rekening gehouden worden met de beginsituatie van de ouders. Voor veel migrantenouders is de school een abstract iets. Daarom moedigen ze hun kinderen veeleer aan een vakopleiding te volgen : daar zijn ze iets mee, ook in eigen land. Bij de migrantenbevolking leeft immers een uitgesproken negatief zelfbeeld : we zijn maar migranten. Dat wordt nog erger door de berichten over migrantencriminaliteit. Ook al vormen die jongeren maar een héél kleine minderheid, het is goed om weten dat de meeste migranten zich daar diep over schamen, want het spiegelt op hen af. Dat alles versterkt de neiging om te zeggen : we keren terug , want in eigen land denken ze iemand te zijn. En met een beroepsopleiding kan je daar terecht. Ze stimuleren hun kinderen dus niet om Algemeen Secundair Onderwijs te volgen. Ze kennen het niet, begrijpen niet wat je daarmee later kan doen, zien trouwens dat de meeste migranten een vakopleiding volgen. Waarom zou hun kind dan eigenlijk verder studeren ? Ze geloven niet dat dit leidt tot sociale promotie. Vandaar dat ik verschillende keren in het boek herhaal : betrek de ouders, toon hen de school, leg uit waar het om gaat. Heel concreet : die ouders weten niet wat een schoolagenda is. Ze weten niet dat hun kinderen veel huiswerk moeten maken. Als ze dat ontdekken, door schoolbezoeken bijvoorbeeld, zullen ze er wél voor zorgen dat de kinderen studeren. Zij willen, net als alle ouders, het beste voor hun kind. Veel raadgevingen in dit boek lijken te suggereren om uitzonderingen te maken. Eer speelt sterk mee, beledig een allochtoon kind dus niet door het openlijk te berispen. Hou rekening met het islamjaar en met gebedsuren als je een vergadering belegt. SALMI : Er hoeven geen extra uitzonderingen gemaakt. Eigenlijk is élk kind beledigd, als het in het openbaar wordt terechtgewezen. Een leraar kan net zo goed zeggen : ik wil jou zien na de les. Niemand is dan beledigd, terwijl elke leerling toch beseft dat storend gedrag niet genomen wordt. Schep vooral duidelijkheid. En als er voor vergaderingen rekening wordt gehouden met voetbalmatchen, waarom dan niet met religieuze feesten ? Ideaal ware dat dit boek niet nodig was. Maar we zitten met een realiteit waar we niet omheen kunnen. We leven met een verleden dat we niet kunnen wegcijferen. Als we willen komen tot de ideale situatie dat àlle leerlingen gelijk zijn, dan moeten we een inhaalbeweging uitvoeren. Trouwens, puur bekeken vanuit het eigen rendement, is het goed dat leraren met die andere cultuur, andere opvoeding, ander rollenpatroon rekening houden. Dat is niet eenvoudig : het vraagt ontzettend veel van de leerkrachten. Ze hebben in hun lerarenopleiding vaak niets gehoord over de aanpak van allochtonen. Beschouw dit boek dus als een soort aanvulling op de opleiding. Ik pleit er niet voor dat leerkrachten zich aanpassen aan hun migrantenleerlingen. Helemààl niet. Maar als leraren beseffen waarom allochtone kinderen op een bepaalde manier reageren, staan ze sterker. Als een leraar wéét dat het in een bepaalde cultuur erg onbeleefd is om een volwassene in de ogen te kijken, een volwassene tegen te spreken : dan is een stuk misverstand opgeruimd. Goede leerkrachten geven structuur : dat is goed voor elk kind, voor Belgen, voor Turken en Marokkanen. Migrantenmeisjes hebben het wellicht nòg moeilijker dan jongens ? SALMI : Dat is inderdaad een teer punt. Maar ook onder Belgen blijven er verschillen bestaan tussen mannen en vrouwen. Ik bedoel maar, het is nérgens goed te keuren. Opnieuw : we zitten met een realiteit. Op dat punt eveneens kan praten veel oplossen. En ook hier speelt de thuissituatie sterk door. Migrantenouders kennen de westerse maatschappij vooral via televisie. Daar zien ze allerlei dingen die in hun ogen schandalig zijn ; onder meer vrouwelijk gedrag dat in hun ogen niet betaamt : flirten, bikini's... Daar willen ze hun dochters in elk geval voor behoeden. Meisjes staan voor de keuze. Of ze doen wat de school verwacht en dan kunnen ze thuis niet helpen en dat wordt thuis van hen verwacht. Of ze helpen thuis en dan behalen ze slechte resultaten op school. Alleen de besten vinden de gulden middenweg, en dan nog moeten ze heel hard knokken. Bovendien zien ze dat hun vriendinnen wel mogen uitgaan, wel naar de film gaan, wel sporten. Zij mogen dat niet. De cultuur waarin ze thuis leven, tolereert dat niet. De sociale druk van de groep laat dat niet toe. Omdat ze veel minder vrijheid krijgen dan jongens, presteren migrantenmeisjes op school doorgaans beter dan jongens. Maar het zit er wel dik in dat de revolte van de meisjes veel heviger zal zijn. Ondanks alle problemen die u opsomt, ziet u de toekomst heel rooskleurig. SALMI : Dertig jaar migratie zonder een migratiebeleid creëerde inderdaad problemen. We mogen dan ook niet verwachten dat die nu op korte tijd worden opgelost, ook al verwachten veel Vlamingen dat. Daar is tijd voor nodig, maar tijd alleen is onvoldoende. Via verschillende invalshoeken kun je allochtonen wijzen op hun plichten en rechten, op de gebruiken hier. Je kan ze erop wijzen dat de sociale druk in hun groep geen beletsel mag zijn om iets niet te doen. Op zich is die sociale controle geen negatief verschijnsel, maar op bepaalde terreinen de positie van de vrouw, bijvoorbeeld zitten er wel negatieve kanten aan. Die moeten we wegwerken. Dat kan slechts door veel te praten, door informatie door te geven en inzicht te verstrekken. En door de migrantenbevolking voorbeelden te geven in hun eigen kring. Een migrantenmeisje dat studeert en een diploma haalt, draagt de overtuiging uit dat sociale vooruitgang kan. Als een migrant het maakt in de politiek, of bij de radio of televisie werkt : dàt is het beste argument om anderen te overtuigen dat onderwijs belangrijk is. Om aan te tonen dat de sterke sociale controle geen rem mag zijn op de toekomst van de kinderen. De generatie die nu op school zit, vormt een heel belangrijke groep. Zij worden de toekomstige ouders, zij kunnen de spiraal van de kansarmoede doorbreken. Als zij positieve ervaringen op school hebben, zullen ze die overzetten op hun kinderen. Als zij Belgische vrienden hebben, dan zullen hun kinderen ook beter geïntegreerd zijn. We moeten een tweesporenbeleid voeren : we moeten investeren op lange termijn via huisvesting, onderwijs, werk. Maar we moeten tegelijk vandaag inspelen op de problemen die zich stellen : van leerkrachten, leerlingen, ouders. Daar wil dit boek in bijdragen. Misjoe Verleyen Ali Salmi, Lesgeven aan Fatima en Ahmed, Praktijkboek voor het werken met Marokkanen en Turken, Acco, 1996, 165 pagina's, 695 frank.Ali Salmi met zijn leerlingen, allochtonen en migranten : in de praktijk staat een leraar alleen met zijn problemen.Ali Salmi : We moeten vooral de ouders meekrijgen.